wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1VG T5 Waarneming, regeling en gedrag B1-6

Total questions: 45

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noemen we het zintuig dat ons in staat stelt om de positie en beweging van ons lichaam waar te nemen?

(a)  

2.

Welk type zenuwcel geleidt impulsen van het zintuig af naar het centrale zenuwstelsel toe?

a)

bewegingszenuwcel

b)

gevoelszenuwcel

c)

schakelcel

3.

Welk zintuig hoort bij de adequate prikkel 'trilling van de lucht'?

(a)  

4.

Honden kunnen beter ruiken dan mensen. De drempelwaarde voor geuren is bij de honden ... dan bij de mens.

a)

Hoger

b)

Lager

5.

"beschermen je ogen tegen vuil en te fel licht"

Over welk deel van de buitenkant van het oog wordt er gesproken?

(a)  

6.

Het is een stevig, dik vlies dat het oog beschermt noem je het...

(a)  

7.

Welk deel van het oog is verantwoordelijk voor het scherpstellen van beelden op het netvlies?

(a)  

8.

Wanneer wij iets zien, dan is er licht op ons oog gevallen. Het licht (prikkel) valt als eerste op ....

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

d)

Netvlies

e)

Harde oogvlies

9.

Hoe heet het deel in het centrum van het netvlies waarmee je het scherpste ziet?

(a)  

10.

Een oog is voor het grootste deel gevuld met een geleiachtige massa: ..................... Hierdoor blijft het netvlies op zijn plaats.

a)

het glasachtig lichaam

b)

het glazige lichaam

c)

het gellichaam

d)

het ooglichaam

11.

Er is een plek in het oog waar we blind zijn. Dit komt omdat er geen zintuigcellen zitten. Deze plek noem je de ...

(a)  

12.

Via welke volgorde reist het licht door het oog richting het netvlies?

1 netvlies

2 lens

3 hoornvlies

4 glasachtig lichaam

a)

2-3-4-1

b)

3-2-4-1

c)

4-3-2-1

d)

2-4-3-1

13.

Kijk naar de afbeelding. De pupil laat in deze stand ..... licht door naar het netvlies.

a)

Veel

b)

Weinig

c)

De pupil heeft hier niks mee te maken.

14.

Hoe noem je nummer 10?

(a)  

15.

Hoe noem je nummer 5?

(a)  

16.

Bij welk nummer hoort de volgende omschrijving:

Deze laag bevat veel zintuigcellen. Typ alleen het nummer.

(a)  

17.

Wat zijn functies van traanvocht?

a)

Beschermt het hoornvlies tegen uitdroging.

b)

Maakt het hoornvlies schoon.

c)

Je oogcellen voorzien van water.

d)

Zodat het licht nog beter gebogen wordt, dan zie je scherper.

18.

Waar komt normaliter het traanvocht terecht wanneer het het oog verlaat?

a)

De neusholte

b)

De wangen

c)

Zakt weg in de huid onder je oog

d)

De oogleden nemen dat terug op

19.

Mensen hebben soms rode ogen op foto's. Welk deel van de binnenkant van het oog is dan gefotografeerd?

a)

Netvlies

b)

Vaatvlies

c)

Harde oogvlies

20.

Wat is eelt?

a)

Een verdikking van de hoornlaag.

b)

Een verdikking van de kiemlaag.

c)

Een verdikking van de lederhuid.

21.

Wat is de functie van de gehoorbeentjes?

a)

Beschermen van het oor tegen te harde geluiden.

b)

Houden het trommelholte open.

c)

Geven trillingen door aan het slakkenhuis.

d)

Zorgen voor een goede vorm van het oor.

22.

Waar in het oor worden prikkels omgezet in impulsen?

a)

Trommelvlies

b)

Gehoorbeentjes

c)

Slakkenhuis

d)

Gehoorgang

23.

Wat is de juiste stelling?

a)

In een zintuig wordt een impuls omgezet in een prikkel.

b)

In een zintuig wordt een prikkel omgezet in een impuls.

c)

In een prikkel wordt een zintuig omgezet in een impuls.

24.

De ...laag maakt nieuwe cellen voor de hoornlaag.

(a)  

25.

Wat is de functie van talg?

a)

De huid soepel houden.

b)

Het lichaam afkoelen.

c)

Het lichaam voorzien van voedingsstoffen.

d)

Zintuigen ondersteunen.

26.

Wat is de juiste volgorde van buiten naar binnen?

a)

Hoornlaag - kiemlaag -lederhuid

b)

Kiemlaag - hoornlaag - lederhuid

c)

Lederhuid - kiemlaag - hoornlaag

27.

Als je bewust reageert, dan gaan er impulsen naar de zintuigen.

a)

Juist

b)

Onjuist

28.

Uit welke onderdelen bestaat het zenuwstelsel?

a)

Hersenen

b)

Ruggenmerg

c)

Zenuwen

d)

Zintuigen

29.

Waaruit bestaat het centrale zenuwstelsel?

a)

Hersenen

b)

Ruggenmerg

c)

Zenuwen

d)

Zintuigen

30.

Welke onderdelen kunnen impulsen produceren?

a)

Hersenen

b)

Ruggenmerg

c)

Zenuwen

d)

Zintuigen

31.

Een prikkel wordt in een zintuig omgezet in een seintje dat over de zenuw loopt. Hoe noem je dit seintje?



(a)  

32.

Jantje slaapt tijdens de les. Is dit gedrag?

a)

Ja

b)

Nee

33.

Door welke klier wordt adrenaline afgegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

34.

Kees slaat een prikkende mug weg. Is dit een prikkel of een respons?

a)

Prikkel

b)

Respons

35.

Hoe heet hormoonklier nummer 1?

a)

Schildklier

b)

Hypofyse

c)

Alvleesklier

d)

Hypothalamus

36.

Wat is de functie van insuline?

a)

Zorgt ervoor dat suiker uit het bloed naar de organen gaat.

b)

Zorgt ervoor dat suiker uit de spieren in het bloed terecht komt.

c)

Zorgt ervoor dat suiker uit de darmen in het bloed komt.

37.

Wat gebeurt er als je lichaam geen insuline kan maken?

a)

Dan krijgen je organen geen suiker en sterven ze af.

b)

Dan wordt je super druk door te veel suiker in je bloed.

c)

Dan blijft het suiker achter in de organen en spieren.

38.

Waar liggen de smaakknopjes?

a)

Bovenop de tong

b)

In groefjes in de tong

c)

Onder je tong

d)

In uitstulpingen op de tong

39.

Saartje is aan het huilen omdat ze pijn heeft.

Dit is een...

a)

Observatie

b)

Interpretatie

40.

Koen heeft net zijn hele snoepzak leeggegeten. Welke hormonen zullen even later vrijkomen in zijn bloed?

a)

Insuline

b)

Glucagon

c)

Adrenaline

d)

Glucose

41.

Wat voor invloed heeft glucagon op je bloedsuikerspiegel? En welke omzetting vindt door glucagon plaats?

Selecteer de twee goede stellingen.

a)

De bloedsuikerspiegel stijgt.

b)

De bloedsuikerspiegel daalt.

c)

Glycogeen wordt omgezet naar glucose.

d)

Glucose wordt omgezet naar glycogeen.

42.

Wat is waar over een reflex?

a)

Een reflex is een bewuste reactie.

b)

Voordat je reageert gaat er een impuls naar je hersenen.

c)

Een reflex is een onbewuste reactie.

d)

Door de reflexboog gaat de impuls direct door je ruggenmerg naar je spieren om te reageren.

e)

Een reflex is aangeleerd gedrag.

43.

Drie beweringen. Welke zijn juist?

a)

Als je naar een voorwerp kijkt valt deze op de blinde vlek.

b)

Het beeld dat op het netvlies ontstaat is omgedraaid en verkleind.

c)

Alleen met twee ogen tegelijk zijn we in staat diepte te zien.

d)

Als je bijziend bent kan je goed in de verte kijken.

44.

Welke holtes verbindt de buis van Eustachius met elkaar? De keelholte en de (a)  

45.

Met dit type zintuigcellen zien we kleuren en ze hebben een hoge drempelwaarde. Over welk type zintuigcellen gaat het?

a)

Kegeltjes

b)

Staafjes