wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 Water MHV

Total questions: 29

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Beoordeel de stellingen en noteer het juiste antwoord.

I Het meeste onbereikbare water in of op de aarde zit in de

aardmantel.

II Het meeste onbereikbare zoete water zit vast in ijs.

a)

I is juist II is onjuist

b)

i is onjuist II is juist

c)

beide zijn juist

d)

beide zijn onjuist

2.

Leg het verschil uit tussen de korte en de lange kringloop

van het water.

a)

de korte kringloop gaat over het land

b)

de lange kringloop gaat over het land

c)

de korte kringloop gaat over het land en de neerslag valt altijd eerst in vaste vorm

d)

de lange kringloop gaat over het land en de neerslag valt altijd eerst in vaste vorm

3.

De hoeveelheid zoet water op aarde is

a)

2,5%

b)

3%

c)

3,5%

d)

4%

4.

Lees de onderstaande omschrijvingen. Noteer vervolgens de

letters van de juiste omschrijvingen.

a)

De hoeveelheid water in de kringloop blijft altijd gelijk.

b)

Door het smelten van het ijs op de Noordpool zal de

zeespiegel niet veel stijgen.

c)

Door het smelten van het ijs op de Noordpool zal het

zeewater zouter worden

d)

Het ongezuiverd lozen van afvalwater is een gevaar voor de

volksgezondheid.

e)

Op de Noordpool ligt meer landijs dan op de Zuidpool

5.

Onder welke twee voorwaarden kan zich een dergelijke

ondergrondse watervoorraad vormen?

a)

ondoorlatende laag in de ondergrond met eronder een

poreuze laag

b)

voldoende neerslag

c)

poreuze laag in de ondergrond met eronder een tweede

poreuze laag

d)

poreuze laag in de ondergrond met eronder een ondoorlatende

laag

e)

voldoende nuttige neerslag

6.

Beoordeel onderstaande stellingen en noteer het juiste

antwoord.

I De landbouw in de omgeving van de Salton Sea beschikt

over voldoende nuttige neerslag.

II Als je alleen je vernieuwbare voorraad water gebruikt,

doe je aan duurzaam waterbeheer.

a)

I is juist II is onjuist

b)

I is onjuist II is juist

c)

Beide zijn juist

d)

Beide zijn onjuist

7.

Een waterbalans is een overzicht waarop

a)

je kunt zien hoeveel water een gebied binnenkomt

b)

je kunt zien hoeveel water een gebied uitgaat

c)

je kunt zien hoeveel water een gebied binnenkomt

en hoeveel eruit gaat.

d)

het verschil tussen neerslag en verdamping

e)

hoeveelheid water die in evenwicht met elkaar is

8.

Het klimaatbureau van de VN gaat ervan uit dat de opwarming

van de aarde allerlei gevolgen zal hebben. Noteer de juiste

gevolgen.

a)

bredere stranden

b)

een toename van zware stormen

c)

groei van ijskappen en gletsjers

d)

meer aflandige wind

e)

minder neerslag in de vorm van motregen

9.

Welke maatregelen ter bescherming tegen overstromingen zijn op de korte termijn?

a)

bouwverboden in risicogebieden

b)

de opwarming van de aarde beperken

c)

het bouwen van dijken

d)

het oefenen van een evacuatie

e)

voorraden drinkwater, voedsel en

medicijnen aanleggen

10.

Beoordeel onderstaande stellingen over gebieden met een

fysiek watertekort. Noteer het juiste antwoord.

I Bij slimmer irrigeren stijgt de grondwaterspiegel niet zo

snel als bij ouderwets ‘dommer’ irrigeren.

II Er is een verband tussen de hoogte van de grondwaterspiegel

en de mate van verzilting.

a)

I is juist II is onjuist

b)

I is onjuist II is juist

c)

beide zijn juist

d)

beide zijn onjuist

11.

Zo’n één miljard mensen op de wereld heeft op dit moment

geen toegang tot veilig drinkwater.

Waardoor is het drinkwater voor deze mensen vaak niet

veilig?

a)

Drinkwater wordt vaak uit vervuilde rivieren gehaald.

b)

Drinkwaterleidingen zijn in vervuilde gebieden aangelegd.

c)

Omdat ze het drinkwater moeten opvangen in aardewerkpotten.

d)

Ze moeten er ver voor lopen, vaak over drukke wegen.

12.

Welk begrip past hier bij: Tomatenplanten haken af als de bodem te zout wordt.

a)

verdamping

b)

condensatie

c)

verzilting

d)

acquifer

13.
Waterbeheer waarbij alleen de voorraad vernieuwbaar water wordt gebruikt.
a)
Waterbalans
b)
Vernieuwbaarwater
c)
Duurzaamwaterbeheer
d)
Grondwater
14.
Welk begrip pat bij: De hoeveelheid water die een gebied binnenkomt en uitgaat.
a)
Waterkringloop
b)
Nuttige neerslag
c)
Fossiel water
d)
waterbalans
15.
Welk begrip hoort bij: Water in de grond dat stamt uit eerdere tijden.
a)
Aquifer
b)
Fossielwater
c)
Oppervlaktewater
d)
Grondwater
16.
Waar op aarde is het grootste deel van het zoete water opgeslagen?
a)
In de atmosfeer
b)
In de rivieren
c)
In meren
d)
In gletsjers
17.
In Nederland is de nuttige neerslag in de winter hoger dan in de zomer, omdat er in de winter meer neerslag valt.
a)
Juist
b)
Onjuist
18.
IJsmassa’s vormen een onderdeel van de kringloop van het water.
a)
Juist 
b)
Onjuist
19.
De waterbalans van Nederland laat zien dat de neerslag en de rivieren voor aanvoer van zoet water zorgen. Welke andere bron zorgt eveneens voor de aanvoer van zoet water?
a)
Grondwater
b)
Piekafvoer
c)
Verdamping
d)
Smeltend landijs 
20.
Er is geen sprake van duurzaam waterbeheer als
a)

een bierbrouwerij uit Nijmegen water oppompt uit een aquifer.

b)
een tuinder in het Westland regenwater opvangt om zijn gewassen mee te besproeien.
c)
een boer in Arcen water uit de Maas pompt om zijn maïsakkers te beregenen.
d)
een ontziltingsbedrijf in Katwijk van zeewater drinkwater maakt.
21.
De hoeveelheid neerslag zegt niet alles over de droogte in een gebied. De hoeveelheid neerslag die de mens kan gebruiken, hangt ook af van de verdamping.Met welk begrip duiden we neerslag min verdamping aan?
a)
Waterbalans 
b)
Aquifer
c)
Duurzaamwaterbeheer
d)
Nuttige neerslag
22.
Hier zie je de waterkringloop. Wat is de motor achter de waterkringloop?
a)
Verdamping
b)
Smelwater
c)
Zeewater
d)
De zon
23.
De neerslag in Zweden is ongeveer gelijk aan die van Botswana in zuidelijk Afrika. In Zweden valt veel sneeuw die lang blijft liggen, in Botswana heb je vaak tropische buien.Zweden is dichtbebost en in Botswana komt veel (half)woestijn voor. Dat komt vooral door het verschil in:
a)
bodemvruchtbaarheid
b)
de vorm van de neerslag
c)
grondgebruik
d)
nuttige neerslag
24.
Hieronder zie je rijtjes met woorden. In welk rijtje horen alle begrippen of zinsdelen bij elkaar?
a)
fossiel water – vernieuwbaar water – aquifer
b)
infiltratie – verdamping – nuttige neerslag
c)
vernieuwbaar water – duurzaam waterbeheer – watervoorraad blijft op peil
d)
fossiel water – aquifer – duurzaam waterbeheer
25.
Verschilt het zoutgehalte van de neerslag van de korte kringloop van dat van de lange kringloop?
a)
Ja
b)
Nee
26.

Atlas vraag: Bekijk de kaart Stuwdammen - Turkije

Turkije ligt stroomopwaarts / afwaarts van rivier de Eufraat

a)

Stroomopwaarts

b)

Stroomafwaarts

27.

Ga in de online Grote Bosatlas naar kaart 151D

Hoeveel neerslagwater is in Libië per persoon per jaar beschikbaar?

a)

100m3

b)

500m3

c)

1000m3

d)

1500m3

28.

Atlas vraag: Bekijk de kaart Stuwdammen - Turkije

Turkije bouwt stuwsdammen in de Tigris. Met welk land heeft daar stroomafwaarts het meeste last van?

a)

Iran

b)

Irak

c)

Armenië

29.

Atlas vraag:

Welk type kustbeheer zal er toegepast worden tussen Zandvoort en Noordwijk aan zee.

a)

Dynamisch kustbeheer

b)

Getijdenlandschap

c)

Zandsupletie

d)

Harde kustverdediging