wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het Weer

Total questions: 35

Worksheet time: 54mins

Name
Class
Date
1.

Waardoor stijgt de temperatuur op aarde?

a)

Broeikasgassen zoals CO2 zijn warm

b)

Broeikasgassen zoals CO2 houden de warmte van de zon vast

2.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaat kringloop

c)

Waterkringloop

d)

Waterwegen

3.

hPa is de eenheid van

a)

Temperatuur

b)

Neerslaghoeveelheid

c)

Windkracht

d)

Luchtdruk

4.

In welke zin staan allemaal vormen van neerslag?

a)

Regen, sneeuw, hittegolf

b)

Regen, sneeuw, hagel

c)

Hagel, sneeuw, ijskappen

d)

Regen, hagel, ijsbergen

5.

Als het 's nachts vriest, en in de ochtend waait warmere lucht over de weilanden, dan kleurt het gras soms wit. Dit verschijnsel heet

a)

Rijpen

b)

IJzel

c)

Sublimatie

d)

Kristallisatie

6.

Het dauwpunt van warme lucht...

a)

is hoger dan het dauwpunt van koude lucht

b)

Is even hoog als het dauwpunt van koude lucht

c)

dat kun je niet weten

7.

Met wat voor meter kun je de luchtdruk meten?

a)

Manometer

b)

Barometer

c)

Micrometer

d)

Anemometer

8.

Wind is lucht die

a)

Beweegt van een gebied met hoge druk naar een gebied met lage druk

b)

Beweegt van een gebied met lage druk naar een gebied met hoge druk

c)

Beweegt tussen een gebied met hoge druk en een gebied met lage druk

d)

Onafhankelijk van drukgebieden over de aarde beweegt

9.

0,1 Bar is gelijk aan

a)

1.000 Pa

b)

10.000 Pa

c)

100.000 Pa

d)

1000.000 Pa

10.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaatsysteem

c)

Klimaat effect

d)

Waterkringloop

11.
Dit is een afbeelding van
a)
een barometer
b)
een pluviometer
c)
een thermometer
d)
een anemometer
12.

Wat is de fase-overgang van vast naar vloeibaar?

a)

Smelten

b)

Bevriezen

c)

Condenseren

d)

Rijpen

13.

Wat is de fase-overgang van gas naar vloeibaar?

a)

Smelten

b)

Stollen

c)

Condenseren

d)

Vervluchtigen

14.

Wat is rijpen?

a)

Van vast naar gas

b)

Van gas naar vast

c)

Van vloeibaar naar vast

d)

Van gas naar vloeibaar

15.

Wat is verdampen?

a)

Van gas naar vloeibaar

b)

Van gas naar vast

c)

Van vast naar gas

d)

Van vloeibaar naar gas

16.

Ik heb een natte hand nadat ik eerst een ijsblokje had. Wat is er gebeurd?

a)

Het ijs is gestolt

b)

Het ijs is gesmolten

c)

Het ijs is bevroren

d)

Het ijs is vervluchtigt

17.

Welke fase-overgang is er als mijn trui hangt te drogen aan de waslijn?

a)

Condenseren

b)

Stollen

c)

Verdampen

d)

Vervluchtigen

18.

Moleculen van een stof hebben in het deeltjesmodel bepaalde eigenschappen.

Welke eigenschappen hebben ze?

(meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

Ook al verandert de fase, de moleculen zelf veranderen niet.

b)

De moleculen van een stof bewegen voortdurend.

c)

De moleculen van een stof trekken elkaar aan.

d)

De moleculen van een stof, worden kleiner als je ze koelt.

19.

Wat gebeurt er met de moleculen als de temperatuur van een stof afneemt?

a)

De moleculen gaan sneller trillen.

b)

De moleculen worden kleiner.

c)

De moleculen worden groter.

d)

De moleculen gaan langzamer trillen.

20.

Het is buiten aan het regenen en het waait hard.

Bij welk drukgebied hoort dit verschijnsel.

a)

lagedruk gebied

b)

hogedruk gebied

21.

Wat veroorzaakt de hoge gasdruk in een stevig opgepompte voetbal?


a)
  • De moleculen botsen tegen de binnenkant van de bal aan.

b)
  • De moleculen stoten steeds meer tegen elkaar aan.

c)
  • De moleculen liggen zo vlak bij elkaar, dat er geen ruime meer is voor andere moleculen.

d)
  • De moleculen stoten elkaar af en duwen daardoor tegen binnenkant van de bal aan.

22.

De deeltjes versneller in CERN ligt 100 meter onder de grond.

Bij een bezoek aan de deeltjes versneller merk ik, in het trommelvlies van mijn oren een verandering in luchtdruk.

Zal mijn trommelvlies naar buiten of naar binnen bewegen?

a)

Naar buiten

b)

Naar Binnen

23.

Hoeveel graden Celsius is het absolute nulpunt?

(a)  

24.

Hoeveel Kelvin is -40 graden Celsius?

(a)  

25.

Hoeveel graden Celsius is 189 K?

(a)  

26.

Hoeveel Kelvin is 1 graden Celsius?

(a)  

27.
het meetinstrument op de afbeelding
a)
vloeistofthermometer
b)
bimetaalthermometer
c)
koortsthermometer
d)
helemaal geen thermometer
28.

Een stapelwolk ontstaat als:

a)

De opstijgende lucht afkoelt.

b)

De opstijgende lucht warmer wordt.

c)

De waterdamp in een opstijgende lucht condenseert.

d)

Er regen op komst is.

29.

Wat gebeurt er met de luchtdruk als je hoger de berg op gaat?

a)

De luchtdruk neemt toe

b)

De luchtdruk blijft hetzelfde

c)

De luchtdruk neemt af

d)

De luchtdruk wordt instabiel

30.

Wat is het gevolg van condensatie in de atmosfeer?

a)

De lucht wordt droger

b)

Wolkenvorming

c)

Verhoging van de luchtdruk

d)

Verlaging van de temperatuur

31.

Waar of Niet Waar.

De temperatuur van de lucht rond de bliksemflits stijgt tot 30 000 °c

a)

Waar

b)

Niet waar

32.

Welke uitspraak klopt voor volgende weerkaart. (meerdere uitspraken zijn correct)

a)

er is een kern van hoge druk boven het Verenigd Koninkrijk

b)

er is een kern van hoge druk boven Rusland

c)

voor de kust van Scandinavië is er een koufront

d)

boven Ierland hangt er een warmtefront

33.

Kijk op de bijgevoegde weerkaart. De windsnelheid is het grootst in

a)

Malaga

b)

Ankara

c)

Sicilië

d)

Londen

34.

Een stof heeft verschillende fasen. Welke van de uitspraken gaat over een gas?

a)

In deze fase hebben de moleculen een vaste plaats.

b)

In deze fase is de afstand tussen moleculen erg groot.

c)

In deze fase heeft de stof een vaste vorm.

d)

In deze fase heeft de stof een vast volume.

35.

Welk principe maakt een bimetalen thermometer mogelijk?

a)

Elektrische weerstand

b)

Uitbreiding van vloeistoffen

c)

Verandering in magnetische eigenschappen

d)

Verschil in thermische uitzetting van metalen