wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Test je kennis

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

De provincie ...

a)

Neemt maatregelen die voor het hele land belangrijk zijn

b)

is verantwoordelijk voor de jeugdzorg, ouderenzorg. je kan er ook terecht voor ID/ PP

c)

Bepaalt waar steden en dorpen mogen uitbreiden + natuurgebieden.

d)

Beheert het water en nemen maatregelen tegen overstromingen.

2.

Het rijk

a)

Is verantwoordelijk voor jeugdzorg, ouderenzorg , ID/PP

b)

Bepaald waar uitbreiding mag komen van dorpen/steden/natuur

c)

Beheert het water in gebieden en neemt maatregelen tegen overstromingen

d)

Neemt maatregelen die voor het hele land van belang zijn.

3.

Subsidie

a)

Het bevorderen van goed gedrag van mensen

b)

Het beperken van slechte gewoontes van mensen

4.

Accijns

a)

Het bevorderen van goed gedrag van mensen

b)

Het beperken van slechte gewoontes van de mens

5.

Het duurder maken van sigaretten en drank is een voorbeeld van

a)

Accijns

b)

Subsidie

6.

Het aanbrengen van zonnepanelen is een vorm van

a)

Accijns

b)

Subsidie

7.

Straatverlichting is een vorm van

a)

Een collectief goed

b)

Een particulier goed

8.

openbaar Onderwijs is een vorm

a)

Een collectief goed

b)

Een particulier goed

9.

De collectieve sector heeft als doel winst te maken en de particuliere sector niet

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

actieven zijn

a)

Mensen die werkloos zijn

b)

Mensen die werken

11.

Een voorbeeld van een sociale voorziening is....

a)

WW(werkloosheidswet)

b)

ANW(Algemene nabestaande wet)

c)

Zorgtoeslag

12.

De WIA is een vorm van

a)

Een werknemersverzekering

b)

Een volksverzekering

c)

Een sociale voorziening

13.

AOW en WW behoren tot de volksverzekeringen

a)

waar

b)

niet waar

14.

Je betaald vennootschapsbelasting

a)

Als je een NV/BV hebt

b)

Als je in loondienst bent

15.

Inkomstenbelasting & loonbelasting zijn een vorm van

a)

Directe belastingen

b)

indirecte belastingen

16.

BTW & accijns zijn indirecte belastingen

a)

niet waar

b)

waar

17.

Nivellering is

a)

Dat de kloof tussen arme en rijke inkomens kleiner wordt

b)

Dat de kloof tussen arme en rijke inkomens groter wordt

18.

Bij het draagkracht beginsel is het zo dat

a)

De rijkeren de armeren moeten ondersteunen

b)

Dat je betaald voor het product/goed dat je gebruikt

19.

De miljoenennota wordt

a)

Voorgelezen door de koning

b)

voorgelezen door de minister van financien

20.

De totale uitgaven van een land zijn 405 miljard euro. Hiervan wordt 13 miljard uitgegeven aan veiligheid. Hoeveel % van het BBP wordt uitgegeven aan veiligheid?

a)

3,0%

b)

3,1%

c)

2,9%

d)

3,2%

21.

Als er meer uitgegeven word door de overheid dan dat er binnenkomt, dan is er sprake van

a)

Een begrotingsoverschot

b)

een begrotingstekort

c)

niks

22.

Hoeveel heeft cambuur gister tegen Jong Ajax gespeeld?

a)

2-2 gelijkstel

b)

2-1 gewonnen

c)

2-1 verloren

23.

Importeren is

a)

het kopen van producten

b)

het verkopen van producten

24.

exporteren is

a)

Het kopen van producten

b)

Het verkopen van producten

25.

Wanneer je geld uitgeeft

a)

Dan exporteer je producten

b)

Dan importeer je producten

26.

Wanneer je geld krijgt

a)

Dan exporteer je

b)

Dan importeer je

27.

Harald is spullen aan het kopen via TEMU. Dit is een vorm van

a)

Import

b)

Export

c)

Wederuitvoer

28.

De haven van Rotterdam is een grote opslagplaats om producten weer verder te vervoeren. Welk begrip past hier bij.

a)

Transporteren

b)

Importeren

c)

Wederuitvoer

d)

Exporteren

29.

De haven van Rotterdam is een grote opslagplaats om producten weer verder te vervoeren. Welk begrip past hier bij.

a)

De uitvoerwaarde is hoger dan de invoerwaarde. Er is een positieve betalingsbalans

b)

De invoerwaarde is hoger dan de uitvoerwaarde. Er is een negatief betalingsbalans

c)

De uitvoerwaarde is hoger dan de invoerwaarde. Er is een negatief betalingsbalans

30.

Noorwegen heeft een BBP van 560 miljard. Noorwegen exporteert jaarlijks 130 miljard euro. voornamelijk zalm. Bereken de exportquote

a)

23%

b)

23,1%

c)

23,2%

d)

23,3%

31.

Kenmerken van een land met een open economie

a)

Lage export / lage import

b)

hoge export / lage import

c)

Lage export/ hoge import

d)

hoge export / hoge import

32.

Kies het land waar een gesloten economie heerst

a)

Noord-Korea

b)

Nederland

c)

Thailand

d)

Hongarije