wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bakkerij Quiz H1 & H2

Total questions: 20

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

In welke twee hoofdgroepen kun je de bakkerijsector verdelen?

a)

De ambachtelijke en automatische bakkerij.

b)

De ambachtelijke en industriële bakkerij.

c)

De moderne en de industriële bakkerij.

d)

De nieuwe en de oude bakkerij

2.

Waarvan is Bakker Bart een voorbeeld?

a)

Koude bakker

b)

Luxe bakker

c)

Simpele bakker

d)

Warme bakker

3.

Wanneer grote hoeveelheden gemaakt moeten worden, gebeurt dat vaak in een fabriek. Waar worden de taarten gemaakt?

a)

Banketfabriek

b)

Broodfabriek

c)

Fabriek voor tussenproducten

d)

Koekfabriek

4.

Lees het voorbeeld. Welk beroep wordt hier omschreven?

Je maakt op ambachtelijke wijze allemaal soorten brood. Denk aan volkorenbrood, of casino's en kleinbrood. Je bereidt producten met de hand, maar je moet ook weten hoe de machines werken.

a)

Allround banketbakker

b)

Allround broodbakker

c)

Assistent bakker

d)

Medewerker industriële bakkerij

5.

Wat is een vakbond?

a)

Een organisatie die opkomt voor de belangen van de overheid.

b)

Een vereniging die zorgt voor betere arbeidsomstandigheden voor werknemers.

c)

Een organisatie waar alle bakkerijen bij aangesloten zijn.

d)

Een vereniging die zorgt voor betere arbeidsomstandigheden voor werkgevers

6.

Waar staan de afspraken over de arbeidsvoorwaarden?

a)

Dit is per bedrijf verschillend.

b)

In de cao.

c)

In de wet.

d)

In jouw contract.

7.

Welke regel is niet vastgelegd in de afspraken over de arbeidsvoorwaarden?

a)

Hoe lang je moet werken

b)

Maximale loon

c)

Pauzes

d)

Vakantiedagen

8.

De bakkerij ontwikkelt zich voortdurend; je hebt te maken met trends. Wat is een voorbeeld van een trend?

a)

Bakkerij als lunchroom.

b)

Broodproducten kunnen ook in een supermarkt gekocht worden.

c)

Je kunt in de fabriek al je spullen bestellen.

d)

Klanten kunnen zelf het gebak maken.

9.

Hygiëne is in een bakkerij erg belangrijk. Daarvoor zijn regels opgesteld. Deze regels worden ook wel HACCP genoemd. Wat betekent HACCP?

a)

Analyse van risicopunten.

b)

Controleanalyse van risicopunten.

c)

Kritische analyse van risico- en controlepunten.

d)

Risicoanalyse van kritieke controlepunten.

10.

Welke uitspraak is juist?

a)

Bij de afwas kunnen ook gevaren ontstaan met betrekking tot voedselveiligheid.

b)

Bij het transport kunnen geen gevaren ontstaan.

c)

De bakkerij heeft een eigen hygiënecode.

d)

Gevaren kunnen alleen ontstaan door foute opslag.

11.

Wat wordt er bedoeld met het assortiment in de bakkerij?

a)

Alle producten die een bakkerij verkoopt.

b)

Alle producten waarvan een bakkerij weet hoe ze gemaakt moeten worden.

c)

Een bestellijst met verschillende soorten producten.

d)

Seizoensgebonden producten uit de bakkerij.

12.

Wat voor assortiment heeft een banketbakker?

a)

Breed assortiment

b)

Kort assortiment

c)

Lang assortiment

d)

Smal assortiment

13.

Bij welke bakkerij gaat het om een ondiep assortiment?

a)

Een bakkerij met meerdere klein- en grootbroden.

b)

Een bonbonzaak waar je veel keus hebt.

c)

Een broodjeszaak die zich specialiseert in vier soorten broden.

d)

Een patisseriezaak met vele soorten gebakjes.

14.

Wat betekent bake-off?

a)

Afbakken

b)

Bakoven

c)

Bakkerij

d)

Gebakken

15.

Welke van onderstaande producten is een voorbeeld van een bake-off product?

a)

Openvlaai

b)

Appeltaart met slagroom

c)

Bevroren kaneelbroodjes

d)

Beslagproducten

16.

Wat hoort niet bij voorgebakken bake-off brood?

a)

Het brood wordt op dezelfde manier gemaakt als normaal brood.

b)

Het brood krijgt een mooie bruine korst.

c)

Het brood wordt gaar.

d)

Het brood wordt langer op een lage temperatuur gebakken.

17.

Welk bake-off brood is het langste houdbaar?

a)

Kamertemperatuur

b)

Uit de diepvries

c)

Uit de koeling

d)

Vacuümverpakt

18.

Welk product moet na het ontdooien nog narijzen?

a)

Appelflappen

b)

Amandelbroodjes

c)

Pizzabodems

d)

Saucijzenbroodjes

19.

Hoe worden make-off producten ook welk genoemd?

a)

Afbakproduct

b)

Afmaakproduct

c)

Klant-en-klare producten

d)

Tussenproducten

20.

Make-off producten worden in verschillende groepen verdeeld. Welk hoort hier niet bij?

a)

Beslagproducen

b)

Boterdeegproducten

c)

Brooddeegproducten

d)

Korstdeegproducten