NEW
Font size
WorksheetsZinsdelen Brugklas Quiz
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Wat is het onderwerp van de zin: 'De kat speelt buiten'?
Buiten spelen
De kat
Het weer
De hond
Welk woord is de persoonsvorm in de zin: 'Ik loop naar school'?
rennen
fietsen
loop
zwemmen
Wat is het lijdend voorwerp in de zin: 'Zij leest een boek'?
een boek
de tafel
de leraar
het huis
Vind het onderwerp in de zin: 'De hond blaft luid'
Het huis
Een boom
De kat
De hond
Welk woord is de persoonsvorm in de zin: 'Jij eet een appel'?
eet
is
appel
jij
Identificeer het lijdend voorwerp in de zin: 'Hij koopt een nieuwe fiets'
een oude auto
een nieuwe fiets
zijn favoriete boek
de blauwe stoel
Wat is het onderwerp van de zin: 'De vogels zingen vrolijk'?
Zingen vrolijk
De katten
De vogels
De lucht
Welk woord is de persoonsvorm in de zin: 'Wij gaan naar de bioscoop'?
loopt
kijken
zitten
gaan
Wat is het lijdend voorwerp in de zin: 'Zij draagt een rode jurk'?
haar vriendin
een rode jurk
de winkel
een blauwe broek
Zoek het onderwerp in de zin: 'De auto rijdt snel'
de trein
het vliegtuig
de auto
de fiets
