wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoorden BATTLE

Total questions: 20

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Geert kocht een game.

a)

Persoonsvorm = Geert

b)

Onderwerp = Geert

c)

Persoonsvorm = kocht

d)

Onderwerp = kocht

2.

  1. Gisteren (a)   ik naar de winkel. (verleden tijd van "gaan")

3.

  1. De kat (a)   in de tuin. (tegenwoordige tijd van "liggen")

4.

  1. Zij heeft haar huiswerk al (a)   . (voltooid deelwoord van "maken")

5.

  1. De kinderen (a)   graag buiten. (verleden tijd van "spelen")

6.

Als het onderwerp wijzigt in aantal/hoeveelheid, wijzigt de persoonsvorm ook.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

7.

  1. Mijn grootouders (a)   vroeger op de boerderij. (verleden tijd van "werken")

8.

  1. De zon (a)   achter de wolken. (verleden tijd van "verdwijnen")

9.

Ik heb voor mijn verjaardag niets bijzonders ... .

a)

gepland

b)

geplant

10.

  1. Hij heeft de wedstrijd al (a)   . (voltooid deelwoord van "winnen")

11.

Hier ... de lamp!

a)

brand

b)

brandt

c)

brant

12.

  1. De vogels (a)   hoog in de lucht. (tegenwoordige tijd van "vliegen")

13.

  1. Mijn moeder (a)   altijd vroeg op. (verleden tijd van "opstaan")

14.

Ik ... vandaag alle e-mails.

a)

beantwoorde

b)

beantwoordde

15.

  1. De hond (a)   in het park. (verleden tijd van "rennen")

16.

Hij ... die avond te veel. Daarom ... hij een beetje vreemd.

a)

drinkt/liep

b)

dronk/loopte

c)

dronk/liep

d)

drinkt/loopt

17.

Suze en Suus hebben vandaag drie bomen in hun tuin ... .

a)

geplant

b)

gepland

18.

  1. De bomen (a)   in de wind. (verleden tijd van "zwaaien")

19.

  1. Gisteren (a)   hij zijn sleutels. (verleden tijd van "verliezen")

20.

Mevrouw Gielis heeft vanochtend koffie gedronken.

a)

hulpwerkwoord = vanochtend

b)

hulpwerkwoord = koffie

c)

hulpwerkwoord = gedronken

d)

hulpwerkwoord = heeft