Font size
WorksheetsWerkwoorden BATTLE
Total questions: 20
Worksheet time: 16mins
Geert kocht een game.
Persoonsvorm = Geert
Onderwerp = Geert
Persoonsvorm = kocht
Onderwerp = kocht
Gisteren (a) ik naar de winkel. (verleden tijd van "gaan")
De kat (a) in de tuin. (tegenwoordige tijd van "liggen")
Zij heeft haar huiswerk al (a) . (voltooid deelwoord van "maken")
De kinderen (a) graag buiten. (verleden tijd van "spelen")
Als het onderwerp wijzigt in aantal/hoeveelheid, wijzigt de persoonsvorm ook.
WAAR
NIET WAAR
Mijn grootouders (a) vroeger op de boerderij. (verleden tijd van "werken")
De zon (a) achter de wolken. (verleden tijd van "verdwijnen")
Ik heb voor mijn verjaardag niets bijzonders ... .
gepland
geplant
Hij heeft de wedstrijd al (a) . (voltooid deelwoord van "winnen")
Hier ... de lamp!
brand
brandt
brant
De vogels (a) hoog in de lucht. (tegenwoordige tijd van "vliegen")
Mijn moeder (a) altijd vroeg op. (verleden tijd van "opstaan")
Ik ... vandaag alle e-mails.
beantwoorde
beantwoordde
De hond (a) in het park. (verleden tijd van "rennen")
Hij ... die avond te veel. Daarom ... hij een beetje vreemd.
drinkt/liep
dronk/loopte
dronk/liep
drinkt/loopt
Suze en Suus hebben vandaag drie bomen in hun tuin ... .
geplant
gepland
De bomen (a) in de wind. (verleden tijd van "zwaaien")
Gisteren (a) hij zijn sleutels. (verleden tijd van "verliezen")
Mevrouw Gielis heeft vanochtend koffie gedronken.
hulpwerkwoord = vanochtend
hulpwerkwoord = koffie
hulpwerkwoord = gedronken
hulpwerkwoord = heeft
