wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 Grondstoffen

Total questions: 27

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Een brandstof die is ontstaan uit plankton.

(a)  

2.

Grondstoffen, brandstoffen en mineralen die op kunnen raken, omdat er maar een beperkte hoeveelheid van is.

(a)  

3.

Energie die wordt opgewekt door het splijten van uranium in een kernreactor.

(a)  

4.

Energiebronnen uit biologisch materiaal, bijvoorbeeld snoeiafval.

(a)  

5.

Een natuurlijke hulpbron die zorgt voor energie: beweging of warmte.

(a)  

6.

Energie uit aardwarmte.

(a)  

7.

Onbewerkt materiaal om iets van te maken of fabriceren.

(a)  

8.

Een vluchtige brandstof die vrijkomt bij het ontstaan van steenkool en aardolie.

(a)  

9.

Als iemand langere tijd een tekort aan belangrijke voedingsstoffen heeft waardoor het lichaam minder energie krijgt en slechter gaat functioneren.

(a)  

10.

Energiebronnen die zijn ontstaan uit resten van planten en dieren.

(a)  

11.

Energie die wordt opgewekt met windturbines.

(a)  

12.

Zachte, donkerbruine brandstof (vette steenkool) die tot 75% koolstof of energie bevat.

(a)  

13.

Als een grote bevolkingsgroep gedurende een langere periode een extreem tekort aan voedsel heeft en er daardoor mensen sterven.

(a)  

14.

Grondstof die uit de aarde wordt gehaald.

(a)  

15.

Hulpbronnen die we telkens opnieuw kunnen gebruiken als we er zuinig mee omgaan, zoals zeeën, water, bossen en landbouwgrond.

(a)  

16.

Energie die hernieuwbaar is zonder dat er afvalstoffen vrijkomen.

(a)  

17.

Een getal dat laat zien hoeveel ruimte nodig is om alles wat je gebruikt te produceren en al het afval dat je maakt te verwerken.

(a)  

18.

Gesteente met kleine holtes waarin aardolie en aardgas opgeslagen kan worden.

(a)  

19.

Het vervangen van niet-hernieuwbare hulpbronnen door hernieuwbare hulpbronnen.

(a)  

20.

Energie die wordt opgewekt met zonnestraling, bijvoorbeeld met zonnepanelen.

(a)  

21.

Energie die wordt opgewekt door stromend water.

(a)  

22.

Een tekort aan voedsel als gevolg van onvoldoende voedselproductie of te hoge prijzen.

(a)  

23.

Zwarte, harde delfstof die meer dan 75% koolstof of energie bevat.

(a)  

24.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving: de overgang van fossiele brandstoffen naar schonere en vernieuwbare energie.

(a)  

25.

Wat is geen fossiele brandstof?

a)

Goud

b)

Steenkool

c)

Aardgas

d)

Aardolie

26.

Juist of onjuist? Waterkrachtcentrales liggen altijd in een stroomgebied van een rivier.

a)

Juist

b)

Onjuist

27.

Wat is de beste plek voor de bouw van windturbines?

a)

Langs de kust

b)

In het gebergte

c)

Vlakbij de grote steden