Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2TH BL4 hfst 3.1 -3.3

Total questions: 47

Worksheet time: 2hrs 34mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel procent van het waarde op aarde is zoet?


a)

2,5 %

b)

7,5 %

c)

12 %

d)

16 %

e)

25 %

2.

Bekijk de figuur.

Zoet water komt voor in vaste vorm. Water zit dan opgeslagen in.... en .....?


Kies de twee goede antwoorden

a)

Meren

b)

Zeeën

c)

Gletsjers

d)

Landijs

e)

Rivieren

3.

Hoog in de bergen valt neerslag als?

(a)  

4.

Bekijk de twee grafieken goed.

Welke rivier voert het meeste water af?

a)

Rijn

b)

Maas

c)

Weet ik niet

5.

In welke seizoenen moeten de rivieren in Nederland veel water afvoeren?

a)

Winter

b)

Voorjaar

c)

Zomer

d)

Herfst

6.

Wat is nuttige neerslag?

a)

De hoeveelheid water die de mens kan gebruiken.

b)

Het verschil tussen neerslag en verdamping.

c)

Neerslag dat zoet water bevat.

d)

Irrigatiewater voor de landbouw.

7.

Wat is een aquifer?

a)

vernieuwbaar water

b)

ondoordringbare laag

c)

niet-vernieuwbaar water

d)

virtueel water

8.

Wat is geen oorzaak voor de toename van overstromingen?

a)

Minder infiltratie door ontbossing en verstening.

b)

Broeikaseffect: het warmer worden van het klimaat.

c)

Bodemdaling door het oppompen van grondwater.

d)

Beleid: ruimte voor de rivieren maken.

9.

De bouw van een stuwdam in de benedenloop van een rivier veroorzaakt sneller een conflict tussen landen dan de bouw van een stuwdam in de bovenloop

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Waterschaarste neemt vooral toe door ...

a)

Groei wereldbevolking

b)

Klimaatverandering

c)

Zeespiegelstijging

d)

Groei welvaart

11.

Bekijk de afbeelding. Welke kringloop is er te zien bij nummer 1

a)

Korte waterkringloop

b)

Lange waterkringloop

12.

''Rivier die naast regenwater ook smeltwater van gletsjers afvoert''

a)

Gemengde rivier

b)

Regenrivier

c)

Gletsjerrivier

13.

Wat is waterstress?

a)

Het tekort aan drinkwater

b)

Het teveel aan drinkwater

c)

Precies genoeg drinkwater

14.

Welk begrip past bij: De hoeveelheid water die een gebied binnenkomt en uitgaat.

a)

Waterkringloop

b)

Nuttige neerslag

c)

Fossiel water

d)

waterbalans

15.
Hier zie je de waterkringloop. Wat is de motor achter de waterkringloop?
a)
Verdamping
b)
Smelwater
c)
Zeewater
d)
De zon
16.
Welk begrip hoort bij: Water in de grond dat stamt uit eerdere tijden.
a)
Aquifer
b)
Fossielwater
c)
Oppervlaktewater
d)
Grondwater
17.
IJsmassa’s vormen een onderdeel van de kringloop van het water.
a)
Juist 
b)
Onjuist
18.
De hoeveelheid neerslag zegt niet alles over de droogte in een gebied. De hoeveelheid neerslag die de mens kan gebruiken, hangt ook af van de verdamping.Met welk begrip duiden we neerslag min verdamping aan?
a)
Waterbalans 
b)
Aquifer
c)
Duurzaamwaterbeheer
d)
Nuttige neerslag
19.

Wat is de moesson?

a)

Vaste wind die vanuit zee het land inblaast

b)

Zware storm, vaak in de herfst

c)

Problemen die ontstaan door een tekort aan schoon water

20.

Waar komt de moesson voor?

a)

Alleen in Azië

b)

Alleen op het zuidelijk halfrond

c)

Rond de evenaar

21.

Welk natuurverschijnsel zie je op de foto?

a)

Orkaan

b)

Tornado

c)

Moesson

d)

Zwaar onweer

22.

Waar of niet waar: in Nederland kunnen ook een orkanen voor komen

a)

Waar

b)

Niet waar

23.

Het proces waarbij zeewater na verdamping uit zee via wolken, neerslag en via grondwater en rivier weer terugstroomt naar zee.

(a)  

24.

Water dat niet meer zichtbaar is omdat het in de bodem en in gesteenten getrokken is

(a)  

25.

Het in de grond indringen van water

(a)  

26.

Een gewapend conflict tussen staten om water

(a)  

27.

Waterhoudende laag in de ondergrond

(a)  

28.

Water in de grond dat stamt uit eerdere tijden

(a)  

29.

Alle problemen die zich voordoen als gevolg van een tekort aan schoon water

(a)  

30.

De hoeveelheid water die een gebied binnenkomt en uitgaat

(a)  

31.

Verhoogde afvoer van de rivier

(a)  

32.

Water wat je kunt zien, zoals meren, vennen, rivieren en zeeën

(a)  

33.

In welke land zal in de zomer de nuttige neerslag het GROOTST zijn?

a)

Spanje

b)

Italië

c)

Zweden

d)

Griekenland

34.
Bij welk gedeelte van de waterkringloop horen bomen?
a)
Korte kringloop
b)
Lange kringloop
35.

Welk woord hoort bij 3 (links in de grond)

a)

infiltratie

b)

grondwater

c)

ondergrondse rivier

d)

evaporatie

36.

Welk woord hoort bij 7 (rechts onder de wolk)

a)

condensatie

b)

verdamping

c)

hagel

d)

neerslag

37.

Welk woord hoort bij 8 (rechts in de wolk)

a)

verdamping

b)

condensatie

c)

infiltratie

d)

evaporatie

38.

Wat is een aquifer?

a)

vernieuwbaar water

b)

ondoordringbare laag

c)

niet-vernieuwbaar water

d)

virtueel water

39.

Welke van de volgende begrippen is niet-vernieuwbaar water

a)

Neerslag

b)

Grondwater

c)

Fossiel water

d)

Oppervlakte water

40.

Als een badkuip gevuld is met al het water van de wereld. Dan is de bruikbare hoeveelheid zoet water voor de mens één ....

a)

Koffiekopje

b)

Waterkoker

c)

Soepkom

d)

Theelepel

41.

De mens is afhankelijk van water in de ..... waterkringloop

a)

Korte

b)

Lange

42.

Juist of onjuist. In één kilo biefstuk zit meer virtueel water dan in één kilo graan.

a)

Juist

b)

Onjuist

43.

Wat is geen vorm van oppervlaktewater?

a)

Grondwater

b)

Meren

c)

Rivieren

d)

Zeeën

44.

Juist of onjuist? Het merendeel van het toegankelijk zoet water is opgeslagen in meren.

a)

Juist

b)

Onjuist

45.

Het overstromingsrisico stijgt niet door:

a)

Ontbossing

b)

Verzilting

c)

Verstening

d)

Indijken van rivieren

46.

Wanneer water van een vloeistof naar een gas verandert, noemen we dat ...

a)

Condenseren

b)

Smelten

c)

Koken

d)

Verdampen

47.

Juist of onjuist. Voor het ontzilten van water (zoet water creëren van zout water) is veel energie nodig.

a)

Juist

b)

Onjuist