Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De of Het woorden.

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De of Het band?

a)

De band

b)

Het band

2.

De of Het fietsenmaker?

a)

De fietsen maker

b)

Het fietsenmaker

3.

De of Het huissleutel?

a)

Het huissleutel

b)

De huissleutel

4.

De of Het zak?

a)

De zak

b)

Het zak

5.

De of Het gaatje?

a)

De gaatje

b)

Het gaatje

6.

De of Het gereedschap?

a)

Het gereedschap

b)

De gereedschap

7.

De of Het bedoeling?

a)

Het bedoeling

b)

De bedoeling

8.

De of Het kennis?

a)

Het kennis

b)

De kennis

9.

De of Het materiaal?

a)

De materiaal

b)

Het materiaal

10.

De of Het ambulance?

a)

De ambulance

b)

Het ambulance

11.

De of Het grond?

a)

Het grond

b)

De grond

12.

De of Het bloed?

a)

Het bloed

b)

De bloed

13.

De of Het hoofd?

a)

De hoofd

b)

Het hoofd

14.

De of Het taxi?

a)

Het taxi

b)

De taxi

15.

De of Het seconde?

a)

De seconde

b)

Het seconde

16.

De of Het afval?

a)

De afval

b)

Het afval

17.

De of Het vuilniszak?

a)

Het vuilniszak

b)

De vuilniszak

18.

De of Het stof?

a)

De stof

b)

Het stof

19.

De of Het lucht?

a)

De lucht

b)

Het lucht

20.

De of Het metaal?

a)

De metaal

b)

Het metaal