wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

MS1T2: wetenschappelijke taal en wetenschappelijk onderzoek

Total questions: 28

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een persoonlijk beschermingsmiddel?

a)

Opgeruimde tafel

b)

Veiligheidsbril

c)

Rode knop in het lokaal

2.

Een goede onderzoeksvraag is...

a)

een zin

b)

één duidelijke vraag

c)

lang omschreven

d)

een stappenplan

e)

onderzoekbaar

3.

Een goede onderzoeksvraag is...

a)

zinvol

b)

niet zinvol

4.

Kies de best geformuleerde wetenschappelijke onderzoeksvraag.

a)

Een blikje cola light is lichter dan een blikje gewone cola.

b)

Hoeveel lichter weegt een blikje cola light dan een gewoon blikje cola?

5.

Kies de best geformuleerde wetenschappelijke onderzoeksvraag.

a)

Hoeveel leerlingen in de klas zouden graag natuurwetenschappen in het Engels krijgen?

b)

Spreekt je leerkracht natuurwetenschappen ook vloeiend Engels op reis?

6.

Na de onderzoeksvraag formuleert de wetenschapper een hypothese. Dit is ...

a)

een vraag met een duidelijk antwoord

b)

het besluit om de onderzoeksvraag

c)

een mogelijk antwoord op de onderzoeksvraag

d)

wat je allemaal nodig hebt om het experiment te doen

7.

De benodigdheden kan je halen uit ...

a)

de hypothese

b)

de werkwijze

c)

de onderzoeksvraag

d)

het besluit

8.

Welke stap van het onderzoek is dit:

"Ik leg de ene boterham in de frigo en de ander naast de frigo."

a)

onderzoeksvraag

b)

hypothese

c)

benodigdheden

d)

werkwijze

e)

waarneming

9.

Welke stap van het onderzoek is dit:

"Ik zie meer schimmel op de boterham die naast de frigo ligt."

a)

waarneming

b)

hypothese

c)

besluit

d)

werkwijze

e)

reflectie

10.

Welke stap van het onderzoek is dit:

"Ik had de boterham iets langer in en naast de frigo laten liggen."

a)

waarneming

b)

hypothese

c)

besluit

d)

werkwijze

e)

reflectie

11.

Wie is op weg om een goede wetenschapper te worden.

a)

Luk haalt nog vlug een lepel om in zijn potje te roeren die op het vuur staat

b)

Silke neemt het materiaal en begint onmiddellijk aan de proef

c)

Hassan leest de werkwijze stap voor stap en begint daarna met stap 1 uit te voeren

d)

Cliff die denkt het antwoord te weten en voert de proef niet uit.

12.

Wat kan je waarnemen?

a)

De man draagt een hoed

b)

De man krijgt een corona-prik

c)

De man is niet alleen

d)

Er zit een plastieken zak in de emmer

13.

Wat is de eenheid van massa?

a)

km

b)

kl

c)

kg

d)

kn

14.

Lucht is een voorbeeld van een ...

a)

vaste stof

b)

gas

c)

vloeistof

15.

Welke is een goede onderzoeksvraag?

a)

Uit een blad van een plant kan een nieuwe plant groeien.

b)

Wat groeit er uit een blad van een plant?

c)

Kan er in de ruimte een nieuwe plant groeien vanuit een blad van een plant?

d)

Kan er een nieuwe plant groeien als ik 's middags spaghetti eet en Niels Destadsbader op de radio speelt?

16.

Een voorspellend antwoord op de onderzoeksvraag noemen we een ...

a)

hypopotamus

b)

hypothalamus

c)

hypothese

d)

besluit

17.

Bij het uitvoeren van de werkwijze moet je erop letten dat je ...

a)

geen stappen overslaat.

b)

de werkwijze volledig leest voor je aan de slag gaat.

c)

netjes werkt.

18.

Het volume van een brik melk is 1 L.

1 is hier een ...

a)

grootheid

b)

maatgetal

c)

eenheid

d)

meetbereik

19.

Wat is een voorbeeld van een hypothese?

a)

Ik verwacht dat de plant in het licht het snelste zal groeien

b)

Planten leven het liefste in zonlicht.

c)

Groeien planten liever in het zonlicht of in het donker?

d)

Planten groeien 0,5mm per dag in het zonlicht

20.

Een onderzoeksvraag mag uit verschillende onderdelen bestaan en kan beantwoord worden met een ja of nee.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

Wat is de eerste stap van de wetenschappelijke onderzoeksmethode?

a)

Het stellen van een onderzoeksvraag.

b)

Het maken van een hypothese.

c)

Nadenken over het materiaal dat je nodig hebt.

d)

Er bestaat geen eerste stap. Alle stappen komen tegelijkertijd

22.

Op het einde van een wetenschappelijk onderzoek nemen we de tijd om even terug te blikken. Wat ging er goed? Wat kon er beter? Op die manier leren we het snelste bij. Deze stap in de wetenschappelijke onderzoeksmethode noem we de ...

(a)  

23.

Welke grootheid hoort bij 3?

a)

snelheid

b)

tijd

c)

afstand

d)

temperatuur

24.

Wat is een voorbeeld van een grootheid?

a)

meter

b)

tijd

c)

kilogram

d)

seconde

25.

Wat is een voorbeeld van een eenheid? (Er zijn meerdere antwoorden mogelijk)

a)

meter

b)

tijd

c)

temperatuur

d)

seconde

26.

Welke grootheid kan je meten met dit meetinstrument?

a)

tijd

b)

seconden

c)

lengte

d)

volume

27.

Wat is de meest logische eenheid om de massa van een paperclip uit te drukken?

a)

kilogram

b)

gram

c)

meter

d)

lengte

28.

Welke grootheid kan je meten met onderstaand meetinstrument?

a)

tijd

b)

massa

c)

volume

d)

temperatuur