WorksheetsH7 begrippen
Total questions: 33
Worksheet time: 17mins
het eerste onderdeel van de wetenschappelijke naam; begint met hoofdletter
(a)
groep organismen die samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen (organismen van dezelfde soort hebben dezelfde wetenschappelijke naamgeving)
(a)
een invloed uit de niet-levende natuur
(a)
grafiek waarin de minimum-, optimum- en maximumwaarde voor een abiotische factor van een soort is weergegeven
(a)
de volledige naam die we aan een soort geven; deze bestaat uit twee delen (geslacht + soortaanduiding)
(a)
een invloed uit de levende natuur
(a)
het tweede onderdeel van de wetenschappelijke naam: ...aanduiding
(a)
het aantal verschillende soorten in een bepaald gebied
(a)
een duurzame vorm van landbouw zonder kunstmest en chemische bestrijding: ... landbouw
(a)
groep organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied
(a)
een manier van voortplanting waarbij slechts één organisme betrokken is en er een nakomeling ontstaat die genetisch identiek is aan de ouder (een kloon): ... voortplanting
(a)
een soort die door de mens wordt geïntroduceerd in een gebied waar het oorspronkelijk niet vandaan komt
(a)
een manier van voortplanting waarbij nakomelingen ontstaan uit twee ouders door recombinatie (herverdeling van erfelijke eigenschappen); hierdoor ontstaat genetische variatie bij de nakomelingen: ... voortplanting
(a)
gewas dat volledig uit één soort bestaat
(a)
een langdurige relatie waarbij organismen van verschillende soorten samen leven
(a)
de maximale capaciteit die een ecosysteem heeft om voldoende voedsel, schuil- en nestplaatsen te leveren voor een bepaalde populatie
(a)
vorm van symbiose waarbij een soort voordeel heeft, de andere soort heeft geen voor- of nadeel (+/o)
(a)
een relatie waarbij een herbivoor (delen van) een plant eet
(a)
vorm van symbiose waarbij beide soorten een voordeel hebben (+/+)
(a)
met elkaar verbonden voedselketens in een ecosysteem
(a)
organismen die zich voeden met andere organismen (om aan organische stoffen te komen); het gaat hierbij altijd om een dier
(a)
de plaats van een organisme in een voedselketen, aangegeven met producent (P), consument van de 1e orde (C1), consument van de 2e orde (C2) etc.
(a)
reeks van organismen die begint bij een producent en waarbij de een voedsel is voor een ander
(a)
organismen die zelf organische stoffen opbouwen uit anorganische stoffen; staat altijd aan de basis van een voedselketen; je noemt deze organismen ook wel autotroof
(a)
organismen concurreren met elkaar om voedsel; dit kan gaan over een strijd tussen individuen van dezelfde soort (intraspecifiek) of individuen van verschillende soorten (interspecifiek)
(a)
bepaald gebied met alle biotische en abiotische factoren daarin
(a)
leefomgeving van een soort (met specifieke abiotische en biotische factoren)
(a)
een relatie waarbij een predator prooidieren doodt voor voedsel: ...relatie
(a)
bepaald gebied met alle daarin levende biotische factoren
(a)
vorm van symbiose waarbij een soort een voordeel heeft, de andere nadeel (+/-)
(a)
populatiegroottes schommelen rond een gemiddelde. Dit noem je biologisch evenwicht of ... evenwicht
(a)
organisme dat leeft van organische stoffen die door andere organismen zijn geproduceerd; dit geldt voor de meeste dieren, bacteriën en schimmels: ... organisme
(a)
stroom van energie door de verschillende trofische niveaus in een ecosysteem; bij elk trofisch niveau gaat er energie verloren
(a)
