wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 6 - Waarneming en Gedrag (4Havo)

Total questions: 22

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw
2.

Wat is een zintuig?

a)

Een orgaan waarmee je prikkels opvangt

b)

Een orgaan waarmee je impulsen opvangt

c)

Een onderdeel van de hersenen

d)

Een cel die impulsen vervoert door het lichaam

3.
Langs welke weg gaat het licht van het oog-zintuig?
a)
Hoornvlies-pupil-lens-glasachtige lichaam-netvlies
b)
Glasachtige lichaam-netvlies-pupil-lens-hoornvlies
c)
Hoornvlies-lens-netvlies
d)
Lens-pupil-hoornvlies-netvlies-glasachtige lichaam
4.

Sven is bijziend, hij kan van dichtbij dus scherp zien en veraf niet. De lens in het oog van Sven is van zichzelf 1: platter/boller. Daarom heeft hij een bril met 2: platte/bolle lenzen nodig.

a)

1: platter

2: platte

b)

1: platter

2: bolle

c)

1: boller

2: bolle

d)

1: boller

2: platte

5.

Je hebt leren schrijven door

a)

Imiteren en oefenen

b)

Imiteren

c)

Beloning en straf

d)

Inzicht

6.

Gedrag waarbij een dier zich zo groot en indrukwekkend mogelijk maakt, om te laten zien dat je niet met hem kunt sollen.

a)

Conflictgedrag

b)

Imponeergedrag

c)

Baltsgedrag

d)

Territoriumgedrag

7.

Dit is gedrag dat aan de paring vooraf gaat en uiteindelijk de kans op paren vergroot.

a)

Conflictgedrag

b)

Imponeergedrag

c)

Baltsgedrag

d)

Territoriumgedrag

8.

Spreeuwenjongen die pas uit het ei gekomen zijn, hebben hun ogen nog dicht.

Wanneer een ouder op het nest landt, sperren ze onmiddellijk hun bek open.


Wat is de inwendige prikkel voor dit gedrag van de spreeuwenjongen?

a)

Honger

b)

Het bewegen van het nest

c)

Het ruiken van een worm

d)

Het zien van hun ouder

9.

Wat is een sleutelprikkel?

a)

Een prikkel die bij voldoende motivatie een reactie oproept.

b)

Een prikkel die reacties stopt.

c)

Een uitwendige prikkel die past op een inwendige prikkel.

d)

Een prikkel die telkens dezelfde reactie oproept.

10.

Onderzoek aan jan-van-genten

Vroeger was gedrag van vogels alleen te onderzoeken door waarnemingen te doen. Voor onderzoek naar de vogeltrek werden ringen aan de poot gebruikt, zodat onderzoekers konden vaststellen waar de vogels heen trokken. Nu worden heel lichte dataloggers gebruikt, die op de rug van vogels worden vastgemaakt. Daarmee kun je vaststellen waar de vogels heen gaan en ook wat ze doen. Zo deed een groep biologen onderzoek aan Kaapse jan-van-genten. Ze konden vaststellen wat deze vogels deden als ze van hun nest met jongen naar zee vlogen om vis te vangen. In het diagram in afbeelding 2 zijn de percentages weergegeven van vier activiteiten: slagvlucht (bewegen met de vleugels), glijvlucht (zweven), duiken (naar vis) en drijven op het zeeoppervlak.

Waaruit blijkt dat de jan-van-genten veel energie gebruiken op hun voedseltochten?

4 lines
11.

Rood en groen

      In een klaslokaal heeft een docent de volgende proef opgesteld.

      Op een tafel wordt verticaal een witte plaat geplaatst. Op de witte plaat wordt een rood vierkantje geplakt (zie de afbeelding ). Die plaat wordt belicht.

      Leerlingen blijven 20 seconden recht voor zich uit kijken, naar punt P in het rode vierkantje. Meteen daarna kijken ze naar punt Q in het witte gebied naast het vierkant. Daar verschijnt dan een groen vierkant.

 

Wat is hiervoor de verklaring?

a)

De gebruikte zintuigcellen zijn tijdelijk minder gevoelig en daardoor geven de ongebruikte zintuigcellen meer impulsen af dan de gebruikte.

b)

De prikkeldrempel van de gebruikte zintuigcellen is verlaagd en daardoor geven de gebruikte zintuigcellen minder impulsen af dan de ongebruikte.

c)

De prikkeldrempel van de ongebruikte zintuigcellen is tijdelijk verhoogd en daardoor geven de ongebruikte zintuigcellen meer impulsen af dan de gebruikte.

d)

Het licht valt op andere zintuigcellen door het draaien van het hoofd.

12.

Straalvormig lichaam

In het straalvormig lichaam zitten spiertjes.

Drie leerlingen doen een uitspraak over die spiertjes.

Elle: "Die spiertjes regelen de grootte van de pupil."

Joeri: "Die spiertjes regelen de spanning van de lensbanden."

Karlijn: "Die spiertjes spelen een rol bij het accommoderen."

Wolf: “Die spiertjes zijn kringvormig’.”

Wie van de vier doet een onjuiste uitspraak?

4 lines
13.

Beledigd!

      Iemand wordt beledigd. Hij kan hier op verschillende manieren op reageren.

 

Bij welke manier is er sprake van overspronggedrag?    

a)

Hij krabt zich op zijn hoofd.

b)

Hij loopt weg.

c)

Hij slaat erop los.

d)

Hij slaat met zijn vuist op tafel.

14.

Astronoom

Jill is astronoom. Als zij door een telescoop naar een lichtzwakke ster kijkt, focust    

zij net even opzij van die ster. Het licht valt dan niet op de gele vlek, maar daarnaast. Door deze truc kan Jill lichtzwakke sterren toch waarnemen.

Wat is de juiste uitleg hiervan?   

a)

Het licht valt dan meer door de randen van de ooglens, zodat de lichtsterkte minder afneemt.

b)

Het licht valt op de kegeltjes naast de gele vlek, waardoor zwak licht wordt waargenomen.

c)

Het licht valt op de rand van de blinde vlek, waar de lichtgevoeligheid optimaal is.

d)

Het licht valt op de staafjes buiten de gele vlek, die gevoelig zijn voor lage lichtsterkte.

15.

Broedzorg bij grutto's

Jonge grutto's zijn nestvlieders. Dat betekent dat ze kort na het uitkomen van de eieren het nest verlaten en zelfstandig voedsel beginnen te zoeken. Als de ouders alarmkreten slaken, verbergen de jongen zich tussen de vegetatie van de open weilanden waar ze leven.

Vanaf het moment dat de jongen worden geboren, vertonen de ouders vaak een speciaal gedrag: ze nemen plaats op hoge posten zoals weidemolentjes of hekpalen. Dit gedrag vertonen de ouders vóór het uitkomen van de jongen niet.

In het open weiland hebben nestvlieders een grotere overlevingskans dan nestblijvers.

Wat is het nadeel van een open weiland als broedplek? Welk voordeel hebben nestvlieders ten opzichte van nestblijvers?

4 lines
16.

Wat is de rol van de pupil in het oog?

a)

De pupil is verantwoordelijk voor het scherpstellen van het beeld op het netvlies.

b)

De pupil regelt de hoeveelheid licht die het oog binnenkomt.

c)

De pupil zorgt voor de kleurwaarneming van het oog.

d)

De pupil is betrokken bij het omzetten van lichtsignalen naar impulsen.

17.

Wat is het verschil tussen een staafje en een kegeltje in het oog?

a)

Een staafje is verantwoordelijk voor kleurwaarneming, terwijl een kegeltje zorgt voor zwart-wit visie.

b)

Een staafje is gevoeliger voor licht en zorgt voor zwart-wit visie, terwijl een kegeltje verantwoordelijk is voor kleurwaarneming.

c)

Een staafje is betrokken bij het omzetten van lichtsignalen naar impulsen, terwijl een kegeltje de hoeveelheid licht regelt.

d)

Een staafje is verantwoordelijk voor het scherpstellen van het beeld op het netvlies, terwijl een kegeltje de pupil regelt.

18.

Wat gebeurt er met de lens van het oog bij het ouder worden?

a)

De lens wordt boller, waardoor dichtbij zien moeilijker wordt.

b)

De lens wordt platter, waardoor veraf zien moeilijker wordt.

c)

De lens wordt gevoeliger voor licht, waardoor het contrast afneemt.

d)

De lens wordt kleiner, waardoor het gezichtsveld afneemt.

19.

Volwassen meeuwen hebben een rode stip op de onderkant van hun snavel. De jonge vogels openen bij het zien van deze stip altijd direct hun snaveltjes om gevoerd te kunnen worden.

Dit is een voorbeeld van een....

a)

Sleutelprikkel

b)

Uitwendige prikkel

c)

Inwendige prikkel

20.

Wat is nummer 6?

a)

Lens

b)

Blinde vlek

c)

Hoornvlies

d)

Gele vlek

21.
Wat wordt aangeduid met het cijfer 1? 
a)
lens
b)
hoornvlies
c)
harde oogrok
22.

bevat veel bloedvaten die voedingsstoffen en zuurstof naar het oog brengen.

a)

het harde oogvlies

b)

hoornvlies

c)

netvlies

d)

vaatvlies