Font size
WorksheetsTaalweb 1 trimester 3
Total questions: 66
Worksheet time: 54mins
Meervoud van hobby
Hobbys
Hobby's
Hobbies
Hobbie's
Meervoud van museum
Museums
Musea
Museums en musea zijn beide correct
Museum heeft geen meervoud
Meervoud van grens
Grensen
Grenzen
Meervoud van accu
Accuus
Accus
Accu's
Accuu's
Meervoud van giraf
Giraffen
Giraffes
Girafs
Giraf's
Meervoud van cadeau
Cadeaus
Cadeaux
Cadeau's
Meervoud van tomaat
Tomaaten
Tomaten
Meervoud van neef
Neefs
Neefen
Neeven
Neven
Plaats het werkwoord in de zin: Dat (duren) zo lang.
(a)
Plaats het werkwoord in de zin: Astrid (verzenden) een brief naar Frankrijk.
(a)
Plaats het werkwoord in de zin: (Worden) je daarvoor betaald?
(a)
Plaats het werkwoord in de zin: Mijn oma (bidden) iedere zondag in de kapel.
(a)
Plaats het werkwoord in de zin: (Vinden) je zus al haar oorring?
(a)
Plaats het werkwoord in de zin: Dat (schenden) jouw privacy!
(a)
Kies het bijpassende woord uit spel- en woordweb.
(a)
Kies het bijpassende woord uit spel- en woordweb.
(a)
Kies het bijpassende woord uit spel- en woordweb.
(a)
Kies het bijpassende woord uit spel- en woordweb.
(a)
Kies het bijpassende woord uit spel- en woordweb. (geen afbeelding, maar...)
(a)
Kies het bijpassende woord uit spel- en woordweb.
(a)
Ik koop een bal.
De leerkracht is niet oud.
Hij koopt die auto.
Zij knuffelt haar hond
Ik wil naar Amsterdam.
Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:
De slotklim is een uitgelezen kans voor sterke aanvallers.
slotklim, kans
slotklim, kans, sterke
slotklim, kans, aanvallers
slotklim, kans, sterke, aanvallers
Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:
Veel laaggeletterde Nederlanders kunnen moeilijk functioneren in de maatschappij.
Nederlanders, maatschappij
laaggeletterde, maatschappij
laaggeletterde, Nederlanders, maatschappij
Nederlanders, functioneren, maatschappij
Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:
Hij toonde een kaart met het traject van de orkaan.
hij, kaart, orkaan
hij, kaart, traject
kaart, traject
kaart, traject, orkaan
Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:
In de Hortensiastraat staan veel hortensia's in de voortuinen.
Hortensiastraat, hortensia's
hortensia's, voortuinen
Hortensiastraat, hortensia's, voortuinen
Hortensiastraat, voortuinen
De of het?
De
Het
de of het
De
Het
De of het?
De
Het
de of het
De
Het
de of het
De
Het
De of het?
De
Het
De baby of het baby
De
Het
De of het?
De
Het
De of het?
De
Het
De of het?
De
Het
De of het?
De
Het
De of het?
De
Het
De of het?
De
Het
De of het?
De
Het
Schip: het of de?
De
Het
De of het?
De
Het
De leerkracht zegt dat we altijd onze pennenzak en agenda moeten meebrengen naar school
?
.
!
Kom van dat dak af
?
.
!
Ga jij mee op kamp
?
.
!
In de fruitmand liggen bananen, appels en peren
?
.
!
Help
?
.
!
We gaan deze zomer een weekje naar de zee
?
.
!
Joepie
?
.
!
Heb je gehoord wat de leerkracht zei
?
.
!
Mag ik je gom gebruiken
?
.
!
In de dierentuin zijn veel dieren te zien zoals olifanten, giraffen en leeuwen
?
.
!
Kan jij al goed werken met de computer
?
.
!
Ga weg
?
.
!
Morgen gaan we naar de winkel
?
.
!
Wil jij de afwas doen
?
.
!
De kat zit op mijn bed en dat vind ik niet leuk
?
.
!
Kijk uit
?
.
!
Waar woon jij
?
.
!
Die vraag begrijp ik niet
?
.
!
Ik ga meestal met de fiets naar school
?
.
!
Pas op, de vloer is glad !
?
.
!
