wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3th_Test jezelf

Total questions: 23

Worksheet time: 3hrs 12mins

Name
Class
Date
1.

Schaarste ontstaat doordat je niet genoeg middelen hebt om in al je behoeften te voorzien.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Voedsel, kleding en onderdak zijn...

a)

Primaire behoeften

b)

Secundaire behoeften

c)

Normale behoeften

d)

Luxe behoeften

3.

Middelen zijn alternatief aanwendbaar

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Tijd is niet schaars

a)

Onjuist

b)

Juist

5.

Budgettair probleem is...

a)

Dat je niet kan budgetteren

b)

Dat je onvoldoende inkomsten hebt om je geplande uitgaven te betalen

c)

Dat je voldoende inkomsten hebt om je geplande uitgaven te betalen

6.

De budgetlijn geeft op elke punt van de lijn aan...

a)

Hoeveel je kunt verkopen met een gegeven inkomen

b)

Hoeveel je kunt kopen met een gegeven inkomen

7.

Wout koopt 5 nieuwe schriften voor €3,- per stuk. Ook koopt hij een rekenmachine voor het vak economie voor €12,- en een gum voor €1,-. Zijn budget voor deze spullen was...

a)

€27,-

b)

€26,50

c)

€28,-

d)

€29,-

8.

Stel Cody zijn budgetlijn is 80 = 8a + 4b. Hoeveel goederen a kan hij dan maximaal kopen?

a)

4

b)

10

c)

8

d)

9

9.

Vul in...

De budgetlijn verschuift naar __?__ als het inkomen stijgt.

a)

Rechts

b)

Links

c)

Blijft gelijk

10.

Als de prijs van product a stijgt ten opzichte van product b, dan kun je minder product b kopen als je dezelfde hoeveelheid van product a wilt blijven kopen.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Product a staat op de x-as en product b staat op de y-as. Als product a goedkoper wordt, gaat de budgetlijn op de x-as naar rechts.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Daley wil bezuinigen. In plaats van tosti te halen bij de toko voor €1,50, gaat hij voortaan zijn eigen broodje meenemen als lunch. De kosten daarvan zijn €0,40. Hoeveel opofferingskosten heeft Daley?

a)

€1,10 netto baten

b)

€1,10 netto lasten

c)

€0,90 netto baten

d)

€0,90 netto lasten

13.

Donyell wil zijn uitgaven verlagen. Een ander woord daarvoor is...

a)

Inkomsten

b)

Bezuinigen

c)

Begroten

d)

Budget

14.

Om buiten je budgetlijn te kunnen kopen moet je...

a)

Meer verdienen

b)

Minder uitgeven

c)

Beiden

d)

Geen van beide

15.

Wat zijn opofferingskosten?

a)

Alles wat kost om te krijgen

b)

Alles waar je voordelig mee uitkomt

c)

Alles wat opgeofferd moet worden om iets te verkrijgen

16.

Een budgettair probleem is...

a)

een overschot dat ontstaat wanneer de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten

b)

Een overschot dat ontstaat wanneer de inkomsten hoger zijn dan de uitgaven

c)

Een tekort dat ontstaat wanneer de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten

d)

Een tekort dat ontstaat wanneer de inkomsten hoger zijn dan de inkomsten

17.

Het budget van Denzel is €10,-. Een rekenmachine kost €4,50. Een schrift kost €0,50. Hij koopt 1 rekenmachine.

Hoeveel schriften kan hij maximaal kopen met zijn overgebleven budget?

a)

11

b)

12

c)

10

d)

9

18.

Virgil besluit om 10 blikjes cola te kopen.

Hoeveel broodjes kan hij nog maximaal kopen?

a)

3

b)

2

c)

1

d)

4

19.

In deze figuur zie je de budgetlijn van Jeremie. Een broodje kost € 4. Wat is het totale budget van Jeremie?

a)

€ 32

b)

€ 64

c)

€ 16

d)

€ 4

20.

Memphis heeft een budget van €180.

Hij kan hiervoor scheenbeschermers van € 60 per set en haarbanden van € 10 per stuk kopen.

Wat is de juiste formule van zijn budgetlijn?

a)

180 = 60x - 10y

b)

180 = 60x * 10y

c)

180 = 60 * 10y

d)

180 = 60x + 10y

21.

De prijs van een televisie was in januari € 504. Dat is het basisjaar.

Het jaar erna is de prijs gedaald naar € 495. Welk indexcijfer hoort hierbij?

a)

98,2

b)

101,8

c)

1,7

d)

99,2

22.

Het inkomen van Lutsharel ging vorig jaar met 4% omhoog. De prijzen stegen in dat jaar met 6%. Bereken de toename of afname van zijn koopkracht met de vuistregel.

a)

-2%

b)

+2%

c)

-10%

d)

+10%

23.

Xavi verwacht dat hij volgend jaar 0.5% meer gaat verdienen. De inflatie-verwachting voor volgend jaar is 1,3%. Bereken hoeveel het reëele inkomen van Xavi naar verwachting

zal toenemen of afnemen met de vuistregel.

a)

Zijn reële inkomen neemt toe met 1,8%

b)

Zijn reële inkomen neemt af met 1,8%

c)

Zijn reële inkomen neemt toe met 0,8%

d)

Zijn reële inkomen neemt af met 0,8%