wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Niveau 4 NEN

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

In bepaling 704.511.1 wordt verwezen naar de NEN-EN-IEC 61439-4. Hierdoor:

a)

mag er gebruik worden gemaakt van wat wordt aangedragen in de norm NEN-EN-IEC 61439-4

b)

heeft het normblad NEN-EN-IEC 61439-4 een adviserende werking gekregen

c)

is de genoemde bepaling onderdeel geworden van het normblad NEN-EN-IEC 61439-4

d)

is het normblad NEN-EN-IEC 61439-4 met betrekking tot de genoemde bepaling onmisbaar onderdeel geworden van de norm NEN 1010

2.

Het lidmaatschap van de CENELEC brengt de verplichting met zich mee dat:

a)

het deelnemend land de harmonisatiedocumenten en Europese normen publiceert

b)

de branche-organisaties in het deelnemend land op de hoogte worden gebracht van de harmonisatiedocumenten en Europese normen

c)

het deelnemend land de inhoud van de harmonisatiedocumenten en Europese normen volledig over moet nemen

d)

het deelnemend land de inhoud van de eigen normbladen in overeenstemming moet brengen met de harmonisatiedocumenten en de Europese normen

3.

De verplichting om de NEN 1010 toe te passen, ontstaat indien:

a)

het een Nederlandse norm is die reeds vele jaren wordt toegepast

b)

een norm internationaal geharmoniseerd is

c)

er procedurele afspraken zijn tussen de betrokken belanghebbende groeperingen

d)

de wetgever in een wet of besluit toepassing eist

4.

Een installatie met een spanning van 3N ~ 690/400 V, 400 Hz, valt:

a)

volledig onder de bepalingen van de NEN 1010

b)

alleen voor materieel ten behoeve van elektrische tractie onder de NEN 1010

c)

niet onder de bepalingen van de NEN 1010

d)

onder de bepalingen van hoge spanning

5.

Een ontstekingsketen van een hogedruk-natriumlamp heeft, kortstondig, een maximum spanning van 3.500 V. Juist is dat de NEN 1010:

a)

op deze keten niet van toepassing is

b)

op het gedeelte met de hoge spanning voor een deel van de bepalingen van toepassing is

c)

alleen op het gedeelte met de hoge spanning van toepassing is

d)

op deze keten van toepassing is

6.

De norm NEN 1010 is niet van toepassing op:

a)

installaties voor de voeding van telefoon- en telegraafsystemen

b)

installaties van caravans

c)

installaties van jachthavens

d)

installaties van vaartuigen

7.

Een reclameverlichting is gemonteerd aan en wordt gevoed uit een lantaarnpaal voor de terreinverlichting van een sportcomplex. De reclameverlichting:

a)

valt onder de NEN 1010

b)

valt in Nederland niet onder de NEN 1010

c)

moet alleen voldoen aan de desbetreffende productnormen

d)

behoef niet aan de NEN 1010 te voldoen indien deze verlichting gelijktijdig met de straatverlichting aangaat

8.

De norm NEN 1010 is niet van toepassing op installaties:

a)

in telegraaf- en telefoonkantoren

b)

in woonschepen en woonwagens

c)

voor de elektrische bediening van wissels van spoorwegen

d)

met een spanning van ten hoogste 50 V tussen twee fasen of tussen één van de fasen en aarde

9.

Welke bewering is juist over de eigenschappen van de voeding?

a)

Spanning en frequentie.

b)

Frequentie en hoogste te verwachten kortsluitstroom.

c)

Frequentie en hoogst toelaatbare stroom.

d)

Spanning en hoogst toelaatbare stroom.

10.

Wat is een kenmerk van elektrisch materieel dat een schadelijke invloed kan hebben op ander elektrisch materieel?

a)

Inschakelstromen en lekstromen naar aarde.

b)

Hoogfrequente oscillaties en lekstromen naar aarde.

c)

Inschakelstromen en aanloopstromen.

d)

Hoogfrequente oscillaties en aanloopstromen.

11.

Wat is een kortsluitstroom?

a)

Een elektrische stroom in een bepaalde kortgesloten stroomketen.

b)

Een overstroom ten gevolge van een isolatiedefect tussen een actieve geleider en aarde.

c)

Een stroom ten gevolge van een isolatiedefect of het overbruggen van de isolatie tussen actieve geleiders.

d)

Een stroom ten gevolge van een defect dat een lage impedantie veroorzaakt tussen actieve geleiders.

12.

Wat is een kenmerk van een TT-stelsel?

a)

De gehele installatie heeft een afzonderlijke beschermingsleiding.

b)

De nulleiding en de beschermingsleiding zijn niet door de gehele installatie gescheiden.

c)

De metalen gestellen zijn geïsoleerd ten opzichte van aarde.

d)

De geaarde leiding in de gehele installatie is gescheiden van de beschermingsleiding.

13.

Wat is een distributiegroep?

a)

Een stroomketen die één of meer schakel- en verdeelinrichtingen voedt.

b)

Een stroomketen die uitsluitend bestemd is voor het voeden van eindgroepen.

c)

Een door de netbeheerder beveiligde stroomketen voor het voeden van een netwerk.

d)

Een stroomketen die elektrische toestellen en/of contactdozen direct voedt.

14.

Wat is een noodstop?

a)

Een handeling om de elektrische installatie volledig uit te schakelen.

b)

Een handeling om zo snel mogelijk een beweging te onderbreken.

c)

Een handeling die is bestemd om elektrisch vermogen van een elektrische installatie te onderbreken om een gevaarlijke situatie te voorkomen of te beperken.

d)

Een handeling om elektrische energie te onderbreken bij een storing.

15.

Wat is een buislamp gemonteerd in een transparante kunststofkoker en voorzien van een haak?

a)

Noodverlichting.

b)

Looplamp.

c)

Handlamp.

d)

Neontoestel.