Font size
WorksheetsHa5 H4 Wereld Herhaling
Total questions: 46
Worksheet time: 45mins
Het niet kunnen lezen en schrijven.
(a)
Dat deel van de bevolking dat tegen betaling een beroep uitoefent plus de werklozen; de beroepsbevolking wordt ingedeeld in de primaire, secundaire en tertiaire sector.
(a)
De waarde van alle goederen en diensten die door binnen- en buitenlandse ondernemingen en personen in een land in een jaar worden geproduceerd gedeeld door het aantal inwoners.
(a)
De waarde van alle goederen diensten die door alle staatsburgers van een land (dus ook woonachtig in het buitenland) in een jaar worden geproduceerd gedeeld door het aantal inwoners.
(a)
het gemiddeld inkomen per hoofd binnen een regio.
(a)
Een indeling van de wereld naar ontwikkelingsgraad. Ook wel wereldsysteem genoemd.
(a)
Een model dat de ongelijke relatie laat zien tussen het centrum en de periferie, dit is zowel binnen een land als tussen landen zichtbaar.
(a)
Proces waarbij de industriële activiteiten in een gebied voor een deel verdwijnen.
(a)
Proces waarbij de koloniën zelfstandig worden.
(a)
Een kolonie die gebruikt wordt als wingewest. De kolonie wordt door het moederland aan de ene kant gebruikt om grondstoffen te leveren en dient aan de andere kant als afzetmarkt voor industriële eindproducten. De kolonisten zijn hier vaak tijdelijk.
(a)
Een methode om de mate van welzijn in een land te meten door te kijken naar de koopkracht, alfabetiseringsgraad en levensverwachting.
(a)
Proces waarbij de industriële sector een steeds belangrijkere plaats in de samenleving inneemt.
(a)
De verdeling van de beroepsbevolking in de verschillende delen van de wereld.
(a)
Het bezitten en uitbuiten van (overzeese) gebieden door een overheerser.
(a)
De levensomstandigheden in een land of gebied gemeten naar koopkracht, mate van alfabetisme en levensverwachting; de mate van welzijn van landen wordt aangegeven door de welzijnsindex of HDI.
(a)
De hoeveelheid goederen of diensten die je in een land voor een dollar kunt kopen.
(a)
Het gemiddeld aantal levensjaren vanaf de geboorte.
(a)
Verschillen in welvaart en welzijn tussen gebieden.
(a)
Verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen de verschillende groepen (klassen) van de bevolking.
(a)
Een gebied waar kolonisten zich blijvend vestigen; zij richten de samenleving in naar het voorbeeld van hun moederland; de meeste behoren nu tot de rijkere landen van de wereld.
(a)
De indeling van de wereld in centrum, semiperiferie en periferie.
(a)
Verhuizen naar een ander gebied of plaats om daar te gaan werken.
(a)
Gemiddeld aantal inwoners per km2.
(a)
Toename van de bevolking in een bepaalde periode.
(a)
De manier waarop de bevolking over een gebied is verdeeld.
(a)
Het niet-actieve deel van de bevolking uitgedrukt als percentage van de actieve bevolking.
(a)
Een model dat de gefaseerde overgang laat zien van een hoog geboorte- en sterftecijfer naar een laag geboorte- en sterftecijfer.
(a)
De verdeling van de bevolking over de verschillende leeftijdsklassen of cohorten, weergegeven in een bevolkingsgrafiek
(a)
De groei of afname van een bevolking door geboorte en sterfte.
(a)
De groei van de stedelijke bevolking ten opzicht van de plattelandsbevolking.
(a)
De groei of afname van een bevolking door migratie.
(a)
Het aandeel van de bevolking dat in steden woont.
(a)
De snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad in een land per jaar stijgt.
(a)
De verspreiding van een cultuurelement vaak vanuit een kerngebied.
(a)
Een kenmerk waaraan je een cultuur kunt herkennen, bijvoorbeeld taal, godsdienst en gewoonten.
(a)
Gebied waarin culturen voorkomen die sterk op elkaar lijken.
(a)
Hoe hoger het ontwikkelingspeil des te (a) mensen er in de landbouw werken.
Veel arbeidsintensieve bedrijven uit het centrum schuiven hun productie uit naar het buitenland. Voor het centrumland is dit de periode van (a)
Vroeger bestond de rol van arme landen in de wereldeconomie vooral uit het leveren van (a) uit de mijn- en landbouw.
Hoe rijker een land hoe lager de vruchtbaarheid en hoe lager de (a) bevolkingsgroei.
Het geboortecijfer daalt wanneer de (a) toeneemt.
Arme landen hebben een lage verstedelijkingsgraad en een (a) verstedelijkingstempo.
Steden hebben een relatief (a) geboortecijfer.
Migratie heeft te maken met:
aspiraties
ontwikkelmogelijkheden
verschillen in welvaart
goede contacten
Cultuurelementen bestaan uit:
taal
religie
hoe je samenleeft
zichtbare kenmerken
Je kunt culturele diffusie krijgen door:
migratie
toerisme
kolonialisme
handel
moderne communicatiemiddelen
