wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mavo 4 Bevolking en Ruimte

Total questions: 43

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

De meeste Chinezen wonen in het westen

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

De meeste Chinezen migreren naar het oosten voor de grote steden en het werk

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Als Han-Chinezen willen verhuizen naar het westen, krijgen ze een huis aangeboden. Dit is een voorbeeld van ''verchinezen''.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Een nadeel van eenkindpolitiek is...

a)

ontgroening

b)

vergrijzing

5.

Voor 1980 was China een kapitalistisch land

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Briljante Chineze studenten mogen naar het buitenland om er te gaan studeren. Drie op de vier studenten blijven er na hun studie wonen.

a)

Dit noem je braindrain

b)

Dit noem je een vertrekoverschot

c)

Dit noem je een vestigingsoverschot

7.

Wat is een megastad?

a)

Een stad met meer dan 1 miljoen inwoners

b)

Een stad met meer dan 10 miljoen inwoners

c)

Een stad met meer dan 100 miljoen inwoners

8.

Ook nu in 2021 mogen Chinezen zonder toestemming niet officieel verhuizen.

a)

Dat is juist

b)

Dat is onjuist

9.

Welk begrip hoort hierbij: dalende geboortecijfers zorgen voor een lager aandeel jongeren

a)

vergrijzing

b)

levensverwachting

c)

ontgroening

10.

Sociale bevolkingsgroei is

a)

emigratie min immigratie

b)

immigratie min emigratie

c)

sterfte min geboorte

d)

geboorte min sterfte

11.

Een voorziening heeft een minimum aantal klanten nodig om te kunnen bestaan

a)

Reikwijdte

b)

Drempelwaarde

c)

Verzorgingsgebied

12.

De periode na 1985 in Nederland kenmerkt zich door

a)

Re-urbanisatie

b)

Urbanisatie

c)

Suburbanisatie

13.

De Randstad is een voorbeeld van

a)

Meerkernen groeimodel

b)

Concentrisch groeimodel

14.

De babyboom begon in Nederland

a)

in 1965

b)

in 1980

c)

in 1945

d)

in 1940

15.

Welk begrip hoort hier bij: in de Randstad is meestal sprake van verstopping van netwerken door file

a)

forensisme

b)

bereikbaarheid

c)

congestie

d)

reikwijdte

16.

Schiphol is de banenmotor van Nederland. Welke dimensie wordt hier bedoeld?

a)

politiek

b)

economisch

c)

sociaal

d)

milieu

17.

suburbanisatie komt later dan urbanisatie

a)

juist

b)

onjuist

18.

Door urbanisatie ontstaan agglomeraties.

a)

juist

b)

onjuist

19.

Het gebied waar klanten vandaan komen

a)

Reikwijdte

b)

Drempelwaarde

c)

Voorzieningen

d)

Verzorgingsgebied

20.

Welke vorm heeft deze bevolkingsdiagram?

a)

Urn

b)

Kogel

c)

Pyramide

21.

Welke vorm heeft deze bevolkingsdiagram?

a)

Urn

b)

Kogel

c)

Pyramide

22.

Wat betekent het begrip vergrijzing?

a)

Het percentage 65+ers wordt binnen het land steeds groter.

b)

Het percentage jonger dan 20 wordt binnen het land steeds groter.

c)

Er waren veel oude mensen maar er komen nu erg veel jongere mensen.

23.

Vanuit Nederlands oogpunt bekeken: welke van de twee antwoorden past dan bij het begrip immigratie?

a)

Mensen die in Nederland komen wonen

b)

Mensen die uit Nederland weggaan

24.

Vanuit Nederlands oogpunt bekeken: welke van de twee antwoorden past dan bij het begrip emigratie?

a)

Mensen die naar het buitenland toe verhuizen

b)

Mensen die naar een ander gebied in Nederland verhuizen

25.

Bij de natuurlijke bevolkingsgroei kijken we naar...

a)

Het aantal mensen wat wordt geboren en het aantal dat overlijdt.

b)

Het aantal mensen wat naar jouw land toe verhuist en het aantal mensen wat uit jouw land verhuist.

c)

Er mensen in een land komen, omdat zij hier meer geld kunnen verdienen

26.

De babyboom begon in Duitsland later dan in Nederland, dus de babyboomgeneratie in Duitsland is ouder dan die in Nederland

a)

Juist

b)

Onjuist

27.

Als we kijken naar de fase van demografische transitie waarin Duitsland en Nederland zitten:

a)

zitten ze allebei in een fase met een laag geboortecijfer en hoog sterftecijfer

b)

zitten ze allebei in een fase met een laag geboortecijfer en een laag sterftecijfer

c)

zitten ze allebei in een fase met een hoog geboortecijfer en een laag sterftecijfer

d)

zitten ze allebei in een fase met een hoog geboortecijfer en een hoog sterftecijfer

28.

In West-Berlijn kon tot 1989 geen suburbanisatie voorkomen. Waarom niet?

a)

door de strenge overheid

b)

het sterftecijfer lag heel hoog dus er was geen woningnood

c)

de Berlijnse Muur stond om West-Berlijn heen

d)

in het communistische westen waren mensen arm

29.

Door suburbanisatie groeiden dorpjes die vlakbij de stad lagen. Soms groeiden ze zo erg, dat ze tegen de stad aan kwamen te liggen. Welk begrip wordt hier beschreven?

a)

Groeimodel

b)

Re-urbanisatie

c)

Segregatie

d)

Agglomeratie

30.

Het demografische transitiemodel geeft inzicht in:

a)

de natuurlijke bevolkingsgroei

b)

de sociale bevolkingsgroei

31.

In Duitsland is sprake van ontgroening. Welke oorzaak klopt NIET?

a)

De komst van grote aantallen vluchtelingen en gastarbeiders

b)

Het gebruik van de pil als geboorte beperkend middel

c)

Steeds meer vrouwen blijven kinderloos

d)

Veel stellen wachten lang voordat ze aan kinderen beginnen

32.

Wat kunnen we zeggen over geboorteoverschot en sterfteoverschot in Duitsland en Nederland?

a)

In Nederland en Duitsland is een geboorteoverschot

b)

In Nederland en Duitsland is een sterfteoverschot

c)

In Nederland is een geboorteoverschot; in Duitsland een sterfteoverschot

d)

In Nederland is een sterfteoverschot; in Duitsland een geboorteoverschot

33.

In Duitsland zal de bevolking in 2050 sterker vergrijst zijn dan in Nederland

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

Duitsland is dichter bevolkt dan Nederland

a)

Juist

b)

Onjuist

35.

Vooral de jonge mensen vertrokken uit de oostelijke deelstaten, waardoor de vergrijzing hier sneller verliep dan in West-Duitsland.

a)

Juist

b)

Onjuist

36.

Het Ruhrgebied en de Randstad hebben allebei een meerkernengroeimodel

a)

Juist

b)

Onjuist

37.

Wat is de specialisatie van Hamburg en Bremen?

a)

Financiële hoofdsteden

b)

Regeringssteden

c)

High-tech industrie

d)

Zeehavens

38.

De groep Turken en Marokkanen die vanaf 1965 kwamen om mee te werken aan de industriële opbouw van Nederland.

a)

Dit zijn seizoensmigranten

b)

Dit zijn rijksgenoten

c)

Dit zijn gastarbeiders

d)

Dit zijn vluchtelingen

39.
Het geboortecijfer gaat over het aantal levend geboren per ....
a)
10 inwoners
b)
100 inwoners
c)
1000 inwoners
d)
10000 inwoners
40.

De wereldbevolking is de afgelopen minuut met 120 mensen toegenomen.

Dat heeft twee oorzaken;

1 - Het grote aantal geboorten.

2 - Mensen worden gemiddeld steeds ouder.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn allebei juist.

d)

1 en 2 zijn allebei onjuist.

41.

In arme landen zijn de gezinnen vaak groter dan in rijke landen. Hieronder staan 4 oorzaken, welke klopt niet?

a)

Kinderen kunnen voor de ouders werken, ook als ze oud zijn.

b)

Mensen maken minder gebruik van manieren om zwangerschap te voorkomen.

c)

Veel kinderen blijven lang leven.

d)

Je krijgt meer aanzien als je veel kinderen hebt.

42.

Een voorbeeld van een pushfactor is...

a)

Lekker weer

b)

Veiligheid

c)

Welvaart

d)

Droogte

43.

Bekijk de afbeelding. Kent dit gebied vooral push- of pullfactoren?

a)

Pushfactoren

b)

Pullfactoren