Font size
WorksheetsVragen over Hormonen
Total questions: 10
Worksheet time: 20mins
Adri heeft een fitte hond van het ras Beagle. Hij is er trots op. Wat hem opvalt, is dat zijn hond veel drinkt en een hoge urineproductie heeft (doorloop). Omdat Adri zich ongerust maakt, brengt hij met zijn Beagle een bezoek aan de plaatselijke dierenarts. Die vermoedt dat de Beagle lijdt aan de ziekte diabetes insipidus. Van deze ziekte bestaan twee vormen: centrale diabetes insipidus (CDI) en nefrogene diabetes insipidus (NDI). Meestal is er bij CDI geen ernstige oorzaak te vinden. Een mogelijk oorzaak van CDI is dat de hypofyse onvoldoende ADH aanmaakt. De oorzaak van NDI is vaak een nierprobleem, waarbij de receptorcellen voor ADH niet goed functioneren. De dierenarts vermoedt dat Beagle CDI heeft.
Leg in drie stappen uit waardoor de Beagle van Adri zoveel drinkt en urineert.
Borstkanker is het meest voorkomende type kanker bij vrouwen. Het geneesmiddel tamoxifen kan binden aan de vele verschillende oestrogeenreceptoren in het lichaam. In borstweefsel bindt tamoxifen aan de receptor ERa waardoor het de koppeling van oestrogenen blokkeert. Een andere mogelijkheid om de groei van borsttumoren te remmen, is door toediening van aromatase-remmers. Na de overgang vindt de meeste oestrogeenproductie plaats in vetweefsel, waar het enzym aromatase androgenen omzet in oestrogeen. Aromatase-remmers blokkeren dit enzym en zo de vorming van oestrogenen.
Er bestaat een verband tussen de hoeveelheid oestrogeen in het lichaam en botafbraak (osteoporose): hoe minder oestrogeen, hoe meer botafbraak. De eierstokken maken de grootste hoeveelheid oestrogenen; het lichaamsvet levert kleinere hoeveelheden. Voor het risico op osteoporose zijn de leeftijd (tussen 20 en 30 jaar / na de overgang) en de lichaamsbouw (slank / dik) belangrijke factoren.
Welke bewering is juist?
Dunne jonge vrouwen bij wie de eierstokken zijn verwijderd, hebben een kleinere kans op osteoporose dan andere dunne jonge vrouwen.
Dikkere, jonge vrouwen die tamoxifen gebruiken, hebben een kleinere kans op osteoporose dan andere dikkere jonge vrouwen.
Slanke, oudere vrouwen die aromatase-remmers slikken, hebben een grotere kans op osteoporose dan slanke, oudere vrouwen die deze remmers niet slikken.
Dikkere, oudere vrouwen hebben een grotere kans op osteoporose dan slanke, oudere vrouwen.
Aanmaak en afbraak van botten zijn niet altijd in evenwicht met elkaar.
Aanmaak en afbraak van botten zijn niet altijd in evenwicht met elkaar.
Beschrijf hoe de verhouding tussen aanmaak en afbraak tijdens je leven verschuift.
Tom heeft diabetes. Hij vindt het niet prettig om zichzelf in te spuiten, waardoor hij niet vaak genoeg spuit en voortdurend een afwijkende glucoseconcentratie in het bloed heeft. Er is recent een methode ontwikkeld, waarbij Tom insuline niet hoeft te spuiten, maar insuline inhaleert. Als Tom die de insuline-inhaler gaat gebruiken, moethij diep inhaleren om de insuline in de longblaasjes te krijgen.
Leg uit dat voor Tom naast inspuiten ook inhaleren een geschikte methode is om insuline in zijn bloed te krijgen.
Bij gezonde personen veroorzaakt een tijdelijk hogere glucosewaarde in het bloed via regulatie van de ADH-afgifte een afname van de hoeveelheid geproduceerde urine.
- Neemt de ADH-afgifte door een hogere bloedsuikerspiegel toe of af?
- Neemt de resorptie van water in de nieren dan toe of af
ADH afgifte neemt toe, waterresorptie neemt toe
ADH afgifte neemt toe, waterresorptie neemt af
ADH afgifte neemt af, waterresorptie neemt toe
ADH afgifte neemt af, waterresorptie neemt af
Het hormoonschema toont de relatie tussen de hormoonproductie van een hormoonklier K en de reactie daarop van weefsels en organen die gevoelig zijn voor het door K geproduceerde hormoon Q. De lever breekt de hormonen P en Q af.
Voor een onderzoek spuit een arts een hoeveelheid van hormoon Q in een armader van een schildklierpatiënt.
Wat gebeurt er met de concentratie van hormoon P nadat hormoon Q is ingespoten?
Korte tijd na deze injectie neemt de concentratie van hormoon P af en blijft daarna gelijk.
Korte tijd na deze injectie neemt de concentratie van hormoon P af en neemt daarna weer toe tot het oorspronkelijke niveau.
Korte tijd na deze injectie neemt de concentratie van hormoon P toe en blijft daarna gelijk.
Korte tijd na deze injectie neemt de concentratie van hormoon P toe en neemt daarna weer af tot het oorspronkelijke niveau.
De schildklier is betrokken bij de warmteregeling. Verschillende regelingen spelen een rol bij het handhaven van een constante lichaamstemperatuur (zie schema). Hierbij werkt de hypothalamus als een soort thermostaat. Is de temperatuur te laag, dan gaat de ‘kachel’ aan: de spieren gaan rillen of huiveren en de weefsels en bruinevetcellen gaan extra vet verbranden. Hormonen en zenuwen geven de berichten over deze acties door
De hypothalamus geeft als een thermostaat signalen af die via zenuwen (nummer 1 en 2 in het schema) en hormonen naar de doelwitorganen gaan. Zo bevordert TRH de afscheiding van TSH door de hypofysevoorkwab, dit is aangegeven met een +. Op twee andere plaatsen in de bron, p en q, ontbreekt de aanduiding voor de terugkoppeling.
In het schema met de warmteregeling is sprake van homeostase. Welke symbolen dienen op plaats p en q in het schema te staan?
op plaats p + op plaats q +
op plaats p + op plaats q -
op plaats p - op plaats q +
op plaats p - op plaats q -
Rohit studeert voor zijn theorie-examen bij het CBR. Hij maakt zich veel zorgen over de toets. Zou hij wel goed genoeg geleerd hebben? Wat voor vragen zal hij krijgen? Rohit voelt zich niet zo zeker van zijn zaak, ondanks het feit dat hij met proefexamens een ruime voldoende had. Kennelijk is Rohit stressgevoelig. De effecten van adrenaline zijn duidelijk te merken.
De reactiesnelheid van Rohit bij het beantwoorden van de vragen is vele malen groter dan de snelheid waarmee hij ‘de zenuwen’ krijgt van die vragen.
Verklaar dat een hormonale reactie langer duurt dan een reactie door het zenuwstelsel.
Nu nog de laatste vraag. De spanning stijgt, zal het examen voldoende zijn of niet? Het adrenalinegehalte in het bloed stijgt. Sommige cellen hebben receptoren voor adrenaline. Als het hormoon aan zo'n receptor koppelt, is er een reactie aan de binnenkant van het membraan. Daarna vindt er binnen in de cel weer een reactie plaats. Zo'n hele reeks van reacties heeft een speciale naam.
Wat is de naam van reeks van reacties waarbij ook een secundaire boodschapper ontstaat?
Bij Rohit is vooraf aan de uitslag de spanning zo hoog opgelopen dat hij er hyperventilatie van heeft gekregen.
Later thuis leest Rohit de volgende informatie over hyperventilatie: ‘Bij hyperventilatie is uw ademhaling van slag, vaak zonder dat u het zelf beseft. U zit bijvoorbeeld in een stoel, maar ademt alsof u aan het hardlopen bent. Dat kan gebeuren wanneer u gespannen bent. Ook overbelasting of oververmoeidheid kunnen een rol spelen. Het is alsof het lichaam zich voorbereidt op een inspanning. U gaat vanzelf sneller ademhalen en uw hart gaat sneller kloppen.’
Enkele hormonen zijn: adrenaline, ADH en TSH.
Van welk van deze hormonen is de concentratie in het bloed tijdens hyperventilatie verhoogd?
alleen van adrenaline
van adrenaline en ADH
van adrenaline en TSH
van adrenaline, ADH en TSH
