wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KLA HFD 1.1 t/m 1.5

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

De medewerker receptie en secretariaat is het visitekaartje van de organisatie. Wat wordt hiermee bedoeld?

a)

Dat vanuit de organisatie geen papieren visitekaartjes meer worden verstrekt.

b)

Dat deze medewerker de belangrijkste persoon is binnen de organisatie.

c)

Dat deze medewerker voor de klant de belangrijke eerste indruk van de organisatie is.

d)

Dat de medewerker receptie en secretariaat een heel veelzijdige taak hebben.

2.

Wat betekent klantenbinding?

a)

Op de hoogte zijn van belangrijke zaken binnen de organisatie.

b)

Klanten doorsturen naar de juiste persoon.

c)

Klanten de informatie geven die ze nodig hebben. 

d)

Ervoor zorgen dat de klanten terugkomen naar de organisatie.

3.

Een representatief uiterlijk is heel belangrijk voor een medewerker receptie en secretariaat.  Wat houdt een representatief uiterlijk in?

a)

Dat de vrouwelijke medewerker altijd make-up draagt.

b)

Dat de medewerker zonder dialect aanspreekt.

c)

Dat de medewerker er verzorgd uitziet.

d)

Dat de medewerker altijd een kostuum of mantelpak draagt.

4.

Wat betekent Klanten contact?

a)

Het contact met leidinggevende.

b)

Het ontvangen van klanten of gasten.

c)

Het ontvangen van leidinggevende.

d)

Het contact met collega's.

5.

Stelling: Communicatie is het meewerking aan telefoongesprekken.
Deze stelling is juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Wat houdt Gegevensverwerking in?

a)

Het verwerken van gegevens in Software pakketten.

b)

Het meewerken aan mailings.

c)

Het meewerken aan plannen, organiseren en uitvoeren van activiteiten.

d)

Het ontvangen van klanten of gasten en hun informatie registreren.

7.

Bij alle werkzaamheden gaat het om

a)

Diesntverlenende beroepshouding en gesloten houding.

b)

Dienstverlenende beroepshouding en resultaatgerichte beroepshouding.

c)

Resultaatgerichte beroepshouding en openhouding.

d)

Open houding en gesloten houding.

8.

Stelling: Met jouw Representatie vertegenwoordig je het bedrijf waar je voor werkt. Dit noemen we Presentatie.
Is deze stelling juist of onjuist.

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Stelling: Interne klanten zijn klanten binnen je organisatie.
Is deze stelling juist of onjuist.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Voorbeelden van interne klanten zijn:

a)

Leveranciers en vertegenwoordigers.

b)

Leidinggevende en gemeente.

c)

Collegas en leidinggevende.

d)

Collegas en leveranciers.

11.

Bedrijven stellen soms presentatie voorschriften op. Deze zijn:

a)

Haardracht, lichaam, voeten, handen, nagels, schoenen, kleding en presentatie.

b)

Haardracht, lichaam, make-up, handen, voeten, accessoires, schoenen en kleding.

c)

Haardracht, representatie, make-up, handen, accessoires, schoenen en kleding.

d)

Haardracht, lichaam, make-up, handen, accessoires, schoen en kleding.

12.

Stelling: Klantenkan je organisatie maken door een slechte klanten contact, en het kan je organisatie maken door een goed klanten contact.

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Visitekaartje is

a)

dat deze medewerkers achter de klant de belangrijkste eerste indruk van de bedrijf is.

b)

dat deze medewerker voor de klant de belangrijkste eerste indruk van de organisatie is.

c)

dat deze medewerker voor de klant de belangrijkste tweede indruk van de organisatie is.

d)

dat deze medewerker de gezicht is van de bedrijf bij een tweede indruk.

14.

Representatief uiterlijk is

a)

dat de medewerker ongekamd naar werk mag gaan.

b)

dat de medewerker tatoe maar wel met piercing in de neus naar werk mag gaan.

c)

dat de medewerker er verzorgd uitziet.

d)

dat de medewerker met lange nagels en korte haar naar werk mag gaan.

15.

Functie eisen van de beroepshouding zijn:

a)

plannen en organiseren van je werk en soms ook dat van anderen, communiceren over je werk, ICT gericht denken en werken, geconcentreerd en nauwkeurig werken, ordelijk en opgeruimd zijn.

b)

plannen en organiseren van je werk en soms ook dat van anderen, communiceren over je werk, ICT gericht denken en werken, geconcentreerd en nauwkeurig werken, ordelijk maar kan soms ook slordig zijn als je druk bent.

c)

plannen en organiseren van je werk en soms ook dat van anderen, communiceren over je werk, ICT gericht denken en werken, ongeconcentreerd en niet nauwkeurig werken, ordelijk en opgeruimd zijn.

d)

plannen en organiseren van alleen jouw eigen werk, communiceren over je werk, ICT gericht denken en werken, geconcentreerd en nauwkeurig werken, ordelijk en opgeruimd zijn.