wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

A2B1 zinnen met te (NIA OUD3)

Total questions: 18

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Welke zin is goed?

a)

Ik ga naar de supermarkt om boodschappen te doen.

b)

Ik ga naar de supermarkt om te doen boodschappen.

c)

Ik ga naar de supermarkt om boodschappen doen.

2.

Welke zin is goed?

a)

Joop pakt een pan om te koken aardappelen.

b)

Joop pakt een pan om aardappelen te koken.

c)

Joop pakt een pan om aardappelen te kooken.

3.

Welke zin is goed?

a)

Renske doet de lamp aan om te lezen een boek.

b)

Renske doet de lamp aan om een boek te lezen.

c)

Renske doet de lamp aan om een boek lezen.

4.

Welke zin is goed?

a)

Ik werk om geld te verdienen.

b)

Ik werk om geld verdienen.

c)

Ik werk om te verdienen geld.

5.

Welke zin is goed?

a)

Ik heb genoeg geld om die jas betalen.

b)

Ik heb genoeg geld om die jas te betalen.

c)

Ik heb genoeg geld om te betalen die jas.

6.

Welke zin is goed?

a)

Ik stuur een kaart om te wensen je beterschap.

b)

Ik stuur een kaart om je beterschap te wensen.

c)

Ik stuur een kaart om je te wensen beterschap.

7.

Welke zin is goed?

a)

Leon gaat naar de club om voetballen.

b)

Leon gaat naar de club om te voetballen.

c)

Leon gaat naar de club om te voetbal.

8.

Ik stuur een e-mail ….. te - een afspraak - maken - om.

(a)  

9.

Ik ga naar de bakker ….. brood - kopen - om - te.

(a)  

10.

Nadia zet een advertentie op Marktplaats ….. verkopen - om - haar bank - te.

(a)  

11.

Ik pak mijn pinpas (a)   om - te - de schoenen - betalen.

12.

Paul koopt een cadeau...… verrassen - te - de juf - om.

(a)  

13.

Welke zin is juist?

a)

Ik leer fietsen

b)

Ik leer te fietsen

14.

Welke zin is juist?

a)

Ik ga naar de bakkerij voor een brood te kopen

b)

Ik ga naar de bakkerij om een brood te kopen

c)

Ik ga naar de bakkerij voor een brood kopen

15.

Welke zin is juist?

a)

Ik probeer minder vet eten

b)

Ik probeer minder vet te eten.

c)

Ik probeer minder vet te gegeten.

16.

Welke zin is juist?

a)

We gaan naar school om Nederlands kunnen te praten

b)

We gaan naar school voor Nederlands te kunnen praten.

c)

We gaan naar school om Nederlands te kunnen praten.

17.

Welke zin is juist?

a)

Ik help je je huiswerk maken

b)

Ik help je je huiswerk te maken.

18.

Welke zin is juist?

a)

Ik moet vroeg op te staan

b)

Ik moet vroeg opstaan

c)

Ik moet vroeg voor opstaan