Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling H4 vwo 6 WERELD

Total questions: 23

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Het niet kunnen lezen en schrijven. Het betreft meestal de leeftijdsgroep van 15 jaar en ouder.

(a)  

2.

De hoeveelheid goederen of diensten die je in een land kunt kopen voor 1 dollar.

(a)  

3.

Een indeling van de wereld in centrum, semiperiferie en periferie naar ontwikkelingsgraad en verbondenheid door onderlinge handelsrelaties.

(a)  

4.

Wat is het BNP?

a)

Een manier om de welzijn te meten van een land.

b)

Het inkomen van één jaar van elke inwoner uit een land.

c)

Het gemiddelde inkomen per jaar van een inwoner van een land.

d)

Een manier om de koopkracht te bepalen.

5.

Wat is waar over centrumlanden?

a)

Centrumlanden hebben een laag bnp/hoofd.

b)

In centrumlanden is de tertiaire sector vaak het grootst.

c)

Centrumlanden liggen vooral in Afrika.

d)

In Centrumlanden is geen ongelijkheid.

6.

Waarmee kan je welzijn meten?

Er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

levensverwachting

b)

bnp

c)

koopkracht

d)

bnp/hoofd

e)

alfabetiseringsgraad

7.

Van welke vorm van ongelijkheid is dit een voorbeeld?

a)

Sociale ongelijkheid

b)

Regionale ongelijkheid

8.

Van welke vorm van ongelijkheid is dit een voorbeeld?

a)

Sociale ongelijkheid

b)

regionale ongelijkheid

9.

De gefaseerde overgang van een hoog geboorte- en sterftecijfer naar een laag geboorte- en sterftecijfer. Landen schuiven door naar een volgende fase wanneer de welvaart toeneemt.

(a)  

10.

De verspreiding van een cultuurelement.

(a)  

11.

Op de afbeelding zie je een land waarvan de bevolking sterk toeneemt.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Wat is niet veranderd door de tijd-ruimte compressie?

a)

Relatieve afstand

b)

Absolute afstand

13.

Welk land is nooit een hegemoniale staat geweest?

a)

Sovjet Unie

b)

Verenigde Staten van Amerika

c)

Verenigd Koninkrijk

d)

Brazilië

14.

Welke landen behoren tot de Triade?

a)

China, Europa en de VS

b)

Japan, Europa en de VS

c)

BRIC landen

d)

Azië, Europa en de VS

15.

De positie van Australië is ... door global shift want ..

a)

beter geworden, het ligt dichtbij Azië

b)

slechter geworden, Azië neemt de rol over

c)

beter geworden, Australië neemt een centrale rol in

d)

slechter geworden, Australië speelt geen belangrijke rol in het wereldsysteem

16.

Starbucks zit tegenwoordig in heel veel landen. Welke van de begrippen hoort niet bij deze uitspraak?

a)

Amerikanisering

b)

Multinationale onderneming

c)

Global Village

d)

Internationale arbeidsverdeling

17.

Welke ontwikkeling zie je in fase 2 van het demografisch transitiemodel?

a)

Hoog geboortecijfer, hoog sterftecijfer

b)

Hoog geboortecijfer, laag sterftecijfer

c)

Laag geboortecijfer, hoog sterftecijfer

d)

Laag geboortecijfer, laag sterftecijfer

18.

Wat is geen nadeel van het gebruik van het BNP als economische indicator

a)

Analfabetisme

b)

Zelfvoorziening

c)

Sociale ongelijkheid

d)

Regionale ongelijkheid

19.

In een ontwikkelingsland is ... het hoogst en in een ontwikkeld land is .. het hoogst

a)

verstedelijkingstempo, verstedelijkingsgraad

b)

verstedelijkingsgraad, verstedelijkingstempo

c)

verstedelijkingsgraad, verstedelijkingsgraad

d)

verstedelijkingstempo, verstedelijkingstempo

20.

Protectionisme is het beschermen van de buitenlandse concurrentie met importheffingen. Is dit juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Welk land is nooit een exploitatiekolonie geweest?

a)

Nieuw Zeeland

b)

Verenigde Staten van Amerika

c)

Brazilië

d)

Indonesië

22.

Een bedrijf zoekt steeds de goedkoopste plek om te produceren is een voorbeeld van

a)

Kapitaalstromen

b)

Noord- Zuid investeringen

c)

Uitschuiving

d)

Backwash effecten

23.

In welke periode was Nederland het machtigst in de wereld

a)

Kolonisatie

b)

Dekolonisatie

c)

Koude Oorlog

d)

Nu