wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T4 hfdstk 1 Begrippen De Brug 1-3

Total questions: 27

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

regen die ontstaat doordat warme lucht over koude lucht opstijgt.

(a)  

2.

een gebied met een hoge luchtdruk door dalende lucht

(a)  

3.

een gebied met een lage luchtdruk waar lucht opstijgt.

(a)  

4.

Wind die vanaf het land naar de zee waait.

(a)  

5.

De kant van de berg waar de droge lucht naar beneden komt.

(a)  

6.

Die kant van een gebergte waar de lucht opstijgt, condenseert en er neerslag valt.

(a)  

7.

Regen, hagel, sneeuw, mist en ijzel

(a)  

8.

De kant van een gebergte waar droge lucht naar beneden komt.

(a)  

9.

Schaal om windkracht mee uit te drukken.

(a)  

10.

Regen die ontstaat als warme lucht opstijgt en daardoor afkoelt.

(a)  

11.

Regen die ontstaat, doordat lucht moet opstijgen tegen een gebergte.

(a)  

12.

Het proces waarbij water na verdamping via wolken, neerslag, grondwater en rivieren terugstroomt naar zee.

(a)  

13.

De toestand van de luchtlaag om de aarde op een bepaald moment en bepaalde plaats.

(a)  

14.

Neerslag, temperatuur, windkracht en windrichting

(a)  

15.

Verplaatsing van lucht van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied.

(a)  

16.

Wind die vanuit zee naar het land waait.

(a)  

17.

Afstand tot de evenaar, uitgedrukt in graden

(a)  

18.

de ligging in meters boven de zeespiegel

(a)  

19.

Het gemiddelde weer gemeten over een periode van minimaal 30 jaar.

(a)  

20.

Breedteligging, hoogteligging, afstand tot zee en de richting van de wind.

(a)  

21.

Klimaat met zachte winters, koele zomers en neerslag in alle seizoenen.

(a)  

22.

Klimaat met koude winters, hete zomers en neerslag in alle seizoenen.

(a)  

23.

Klimaat met hete, droge zomers en zachte regenachtige winters.

(a)  

24.

Gassen die warmte kunnen vasthouden.

(a)  

25.

Mensen brengen teveel broeikasgassen in de atmosfeer, waardoor het klimaat verandert.

(a)  

26.

De atmosfeer houdt een deel van de warme vast die de aarde uitstraalt.

(a)  

27.

Voorzien in de eigen behoefte, maar ook rekening houden met toekomstige generaties.

(a)