Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1-6 H3 ordening

Total questions: 54

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.

Deze ruimen dode resten op in de natuur

a)

Bacterien en schimmels

b)

Schimmels en planten

c)

Bacterien en planten

d)

Bacterien en dieren

2.

Dit zijn eencellige planten

a)

Gist

b)

Alg

c)

Pantoffeldiertje

d)

Speenkruid

3.

Deze zijn altijd eencellig (en nooit meercellig)

a)

bacterien

b)

schimmels

c)

planten

d)

dieren

4.

Gist is een eencellige

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

5.

Het pantoffeldiertje is een eencellig(e)

a)

bacterie

b)

plant

c)

dier

d)

schimmel

6.

Verschillende voedingsmiddelen worden gemaakt met behulp van bacteriën.


Welke voedingsmiddelen zijn dit?

a)

yoghurt

b)

zuurkool

c)

kwark

d)

brood

e)

wijn

7.

Paddenstoelen hebben een functie bij de voortplanting van schimmels.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Verschillende voedingsmiddelen worden gemaakt met behulp van bacteriën.


Welke voedingsmiddelen zijn dit?

a)

yoghurt

b)

zuurkool

c)

kwark

d)

brood

e)

wijn

9.

*Twan zegt, dat sommige bacterien voedsel kunnen afbreken en dat ze zich voortplanten d.m.v. deling.

*Jan zegt dat bacterien een celkern hebben.

Wie heeft er gelijk?

a)

Beide gelijk

b)

Beide ongelijk

c)

Twan heeft gelijk

d)

Jan heeft gelijk

10.

Bij de ordening van de organisme wordt gebruik gemaakt van vier rijken. Welke zijn dat?

a)

Planten

b)

Geleedpotigen

c)

Dieren

d)

Bacteriën

e)

Schimmels

11.

Bij de bereiding van brood worden schimmels gebruikt.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Een dier heeft de volgende kenmerken:

- geen vacht

- bestaat uit laagjes (geledingen)

- heeft 10 poten, waarvan 2 fungeren als vorken en grijpers

a)

insecten

b)

spinnen

c)

krabben /kreeftachtigen

d)

duizendpoten

13.

In de afbeelding zie je een dier. Wat voor skelet heeft dit dier?

a)

Een inwendig skelet.

b)

Een uitwendig skelet.

c)

Geen skelet.

14.

Welk dier is niet-symetrisch?

a)

Kwal

b)

Slak

c)

Gele buis spons

d)

Zee-egel

15.

In de afbeelding zie je een organisme. Welke uitspraken kloppen?

a)

Deze schimmel is meercellig.

b)

Deze schimmel plant zich voor door middel van sporen.

c)

Deze schimmel is eencellig.

d)

Dit is geen schimmel.

16.

Een bacterie deelt zich zelf elke 30 minuten. Dat betekent dat als we beginnen met een bacterie dan er na 30 minuten 2 bacteriën zijn en na 60 minuten (1 uur) zijn er 4.

Hoeveel bacteriën zijn er na 4 uur?

(a)  

17.

Welk kenmerk hebben gewervelden allemaal?

a)

Een inwendig skelet van kalk

b)

Leggen eieren met een schaal

c)

Hebben een huid met een vacht

d)

Hebben allemaal een skelet met een ruggengraat

18.

Welk dier hoort bij de geleedpotigen?

a)
b)
c)
d)
19.
Waar of niet waar? Een wants (zie het plaatje) is tweezijdig symmetrisch.
a)
Waar
b)
Niet waar
20.

Een kwal is veelzijdig symmetrisch

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Een kokkel (zie afbeelding) hoort tot de weekdieren

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

Bij welke groep van het dierenrijk hebben de dieren een uitwendig skelet?

a)

Geleedpotigen

b)

Gewervelden

c)

Wormen

d)

Stekelhuidigen

23.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk type cellen is dit?

a)

dieren

b)

planten

c)

schimmels

d)

bacteriën

24.

Stekelhuidigen zijn veelzijdig symmetrisch.

a)

Waar

b)

Niet waar

25.

Hieronder staan enkele kenmerken die voorkomen bij organisme:

1) Elke cel heeft bladgroenkorrels.

2) Elke cel heeft een celwand.

3) Elke cel heeft een celkern.

Welke kenmerken komen voor bij dieren?

a)

Alleen kenmerk 1

b)

Alleen kenmerk 2

c)

Alleen kenmerk 3

d)

Kenmerken 1 en 2

e)

Kenmerken 2 en 3

26.

Welk dier is niet-symetrisch?

a)

Kwal

b)

Slak

c)

Gele buis spons

d)

Zee-egel

27.

In de afbeelding zie je een dier. Wat voor skelet heeft dit dier?

a)

Een inwendig skelet.

b)

Een uitwendig skelet.

c)

Geen skelet.

28.

Dieren hebben celwanden om de cellen

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

De stekelhuidigen hebben een inwendig skelet met een wervelkolom

a)

Juist

b)

Onjuist

30.
Welk dier heeft geen inwendig skelet?
a)
Ezel
b)
Kip
c)
Salamander
d)
Schorpioen
31.
Welk dier is veelzijdig symmetrisch
a)
Zeekomkommer
b)
Zeebaars
c)
Zeester
d)
Dolfijn
32.
Het huisje van een huisjesslak is een voorbeeld van een...
a)
Inwendig skelet
b)
Beschermend skelet
c)
Hard skelet
d)
Uitwendig skelet
33.
Waarom leven de meeste dieren zonder skelet onder water?
a)
Deze dieren kunnen niet tegen de lucht.
b)
De dieren hebben kieuwen
c)
De dieren hebben geen skelet nodig.
d)
Deze dieren hebben geen stevigheid nodig, omdat alles zweeft onder water.
34.
Dit is een gordeldier. Een gordel dier heeft een ..1.. en is daarom een ...2...
a)
Inwendig skelet - geleedpotigen
b)
Inwendig skelet - gewervelden
c)
Uitwendig skelet - geleedpotigen
d)
Uitwendig skelet - worm
35.

Dieren met een Uitwendig skelet zijn:

(Selecteer meerdere)

a)

Vissen

b)

Mossels

c)

Honden

d)

Krabben

e)

Slakken

36.

Dieren met een inwendig skelet zijn:

(Selecteer meerdere)

a)

Vissen

b)

Mensen

c)

Honden

d)

Slangen

e)

Slakken

37.

In de afbeelding zie je een wants. Deze is:

a)

Tweezijdig symmetrisch

b)

Niet-symmetrisch

c)

Veelzijdig symmetrisch

38.

Tot welk STAM behoort onderstaand organisme?

a)

Sponzen

b)

Neteldieren

c)

Gewervelden

d)

Weekdieren

e)

Geleedpotigen

39.

Tot welke STAM behoort het dier in de afbeelding?

a)

Wormen

b)

Weekdieren

c)

Neteldieren

d)

Stekelhuidigen

40.

Tot welke STAM behoort de kreeft?

a)

Gewervelden

b)

Kreeftachtigen

c)

Geleedpotigen

d)

Stekelhuidigen

41.

Tot welke STAM behoort het dier in de afbeelding?

a)

Weekdieren

b)

Neteldieren

c)

Stekelhuidigen

d)

Sponzen

e)

Gewervelden

42.

Welke schimmel vermenigvuldigt zich op een geslachtelijke manier?

a)

gisten

b)

protisten

c)

paddenstoelen

d)

prokaryoten

43.

Wat hebben bacteriën en schimmels NIET nodig om te overleven?

a)

temperatuur

b)

O2--gehalte

c)

vochtigheid

d)

CO2-gehalte

e)

zuurtegraad

44.

Juist of fout: vacuum verpakken betekent dat zuurstof weggehaald wordt bij het voedingsmiddel.

a)

juist

b)

fout

45.

Wat betekent steriliseren?

a)

micro-organismen doden bij lage temperatuur

b)

micro-organismen doden bij middelmatige temperatuur

c)

micro-organismen doden bij hoge temperatuur

46.

Juist of fout: bacteriën worden gedood door invriezen.

a)

juist

b)

fout

47.

Een zezel is een kruising tussen een zebra en een ezel. Een zezel is niet vruchtbaar.


Zijn een ezel en een zebra dezelfde soort?

a)

Ja, want ze kunnen nakomelingen krijgen.

b)

Nee, want ze kunnen geen vruchtbare nakomelingen krijgen.

c)

Nee, want ze kunnen geen nakomelingen krijgen.

d)

Ja, want ze kunnen vruchtbare nakomelingen krijgen.

48.

Welke uitspraak of uitspraken is/zijn juist over de afbeelding?

a)

Deze honden behoren niet tot dezelfde soort.

b)

Deze honden behoren tot dezelfde soort.

c)

Deze honden behoren niet tot hetzelfde ras.

d)

Deze honden behoren tot hetzelfde ras.

49.

Een dier heeft de volgende kenmerken:

- huid met vacht

- levendbarend

- planteneter

Welke groep is dit?

a)

reptielen

b)

amfibiën

c)

geleedpotigen

d)

zoogdieren

50.

In de zee leven algen, die bij de planten worden gerekend. Welk kenmerk van de cellen van algen wordt gebruikt om ze bij de planten te rekenen?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan

51.

Schimmels....

a)

Worden gebruikt om voedingsmiddelen te maken

b)

Leveren ons zuurstof door middel van fotosynthese

c)

Worden gebruikt om geneesmiddelen te maken

d)

Worden gebruikt als voedsel

52.

Gist is.....

a)

Een meercellige schimmel

b)

Geen schimmel

c)

Een eencellige schimmel

d)

Een spoor

53.
Waar vind je de sporen bij meercellige schimmels?
a)
Aan uiteinden van schimmeldraden
b)
In het midden van schimmeldraden
c)
Overal op de schimmeldraden
54.
Wat is zwemmerseczeem?
a)
Voetschimmel die onder de voet zit
b)
Uitslag die veel zwemmers hebben als ze lang in een zwembad hebben gezwommen
c)
Ontstekingen op de handen
d)
Voetschimmel waardoor huid tussen tenen is ontstoken