wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Brugklas: thema 5 waarneming

Total questions: 49

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw
2.

pijnpunten komen alleen in je huid voor

a)

waar

b)

niet waar

3.

Wat is een zintuig?

a)

Een orgaan waarmee je prikkels opvangt

b)

Een orgaan waarmee je impulsen opvangt

c)

Een onderdeel van de hersenen

d)

Een cel die impulsen vervoert door het lichaam

4.

Welk deel van een zintuig maakt impulsen wanneer het prikkels opvangt?

a)

De tastknopjes

b)

De zintuigcellen

c)

De zenuwcellen

d)

De impulscellen

5.

Hoe noem je de zintuigcellen van het gehoorzintuig?

a)

Reukhaartjes

b)

Trilhaartjes

c)

Oorhaartjes

d)

Gehoorhaartjes

6.
Wat is de functie van oorsmeer?
a)
Vochtig houden van het trommelvlies
b)
Soepel houden van het trommelvlies
c)
Zorgt ervoor dat het trommelvlies niet kan bewegen
d)
Geeft het trommelvlies een gele kleur
7.
Met dit deel van het oog kan je scherp zien.
a)
Iris
b)
Pupil
c)
Harde oogvlies
d)
Lens
8.
Langs welke weg gaat het licht van het oog-zintuig?
a)

Lens - pupil - hoornvlies - glasachtig lichaam - netvlies 

b)

hoornvlies - lens -pupil - glasachtig lichaam - netvlies 

c)

hoornvlies - pupil - lens - glasachtig lichaam - netvlies 

d)

Lens - hoornvlies - pupil - glasachtig lichaam - netvlies 

9.

Wat is nummer 12?

a)

Trommelholte

b)

Het slakkenhuis

c)

Aambeeld

d)

Stijgbeugel

e)

Stijgbeugel

10.

Wat is nummer 6?

a)

Lens

b)

Blinde vlek

c)

Hoornvlies

d)

Gele vlek

11.

In welk nummer ontstaan er impulsen?

a)

1

b)

4

c)

8

d)

9

12.

Iemand die dichtbij scherp ziet noem je? Met welke lenzen kan je dit herstellen?

a)

Bijziend

Bolle lens

b)

Bijziend

Holle lens

c)

Verziend

Bolle lens

d)

Verziend

Holle lens

13.

Hoe heten de zintuigcellen van het oog waarmee je kleur ziet?

a)

Staafjes

b)

Pionnetjes

c)

Kegeltjes

d)

Stokjes

e)

Cilindertjes

14.
Overdag kun je het beste kleuren zien met 
a)
Staafjes uit de blinde vlek
b)
kegeltjes uit de blinde vlek
c)
staafjes uit de gele vlek
d)
kegeltjes uit de gele vlek
15.

Onderdeel 1 is de:

a)

Traanbuis

b)

Traanklier

c)

Ooglid

d)

Wimpers

16.

Je kan een reflex onderdrukken

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Het oog licht beschermd in de oogkas van de schedel. Hoe wordt het oog vochtig en schoon gehouden?

a)

Door de aanwezigheid van de wimpers

b)

Doordat de oogleden knipperen

c)

Door de aanwezigheid van wenkbrauwen

18.

Waar liggen de cellichamen van:

gevoelszenuwcellen en bewegingszenuwcellen?

a)

Gevoelszenuwcellen buiten CZ

bewegingszenuwcellen binnen CZ

b)

Gevoelszenuwcellen binnen CZ

bewegingszenuwcellen binnen CZ

c)

Gevoelszenuwcellen binnen CZ

bewegingszenuwcellen binnen CZ

d)

Gevoelszenuwcellen buiten CZ

bewegingszenuwcellen buiten CZ

19.

Je telefoon gaat af en je pakt met je hand de telefoon op. Wat is hier de prikkel?

a)

Je telefoon

b)

Het geluid van de telefoon

c)

Je hand die de telefoon oppakt.

20.
Centraal zenuwstelsel bestaat uit:
a)

hersenen, hersenstam en ruggemerg

b)

hersenen en hersenstam

c)

hersenen en zenuwen

d)

Ruggemerg en hersenen

e)

Ruggemerg en zenuwen

21.

Waar vind je de cellichamen van zenuwcellen?

a)

Door heel je lichaam

b)

In je hersenen

c)

Bij je ruggenmerg

d)

In of vlakbij het centrale zenuwstelsel

22.

Wat is de functie van het laagje om elke uitloper in een zenuw

a)

Deze isoleren de uitlopers van elkaar

b)

Deze geven stevigheid aan de uitlopers

c)

Deze geven vorm aan de uitlopers

23.

Waar liggen schakel(zenuw)cellen?

a)

In zijn geheel buiten het centrale zenuwstelsel

b)

in zijn geheel in het centrale zenuw stelsel

c)

gedeeltelijk in en gedeeltelijk vlakbij het centrale zenuwstelsel

24.

Waar liggen de bewegingszenuwcellen?

a)

In zijn geheel buiten (gedeeltelijk vlakbij) het centrale zenuwstelsel

b)

In zijn geheel in het centrale zenuw stelsel

c)

de lichamen in het centrale zenuwstelsel de lange uitlopers door heel het lichaam

25.

Waar liggen de gevoelszenuwcellen?

a)

In zijn geheel buiten het centrale zenuwstelsel

b)

In zijn geheel in het centrale zenuw stelsel

c)

de lichamen in het centrale zenuwstelsel de lange uitlopers door heel het lichaam

26.

Wat is de taak van:

gevoelszenuwcellen?

a)

impulsen van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel sturen

b)

impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren en klieren sturen

c)

impulsen sturen (doorgeven) binnen het centrale zenuwstelsel

27.

Wat is de taak van:

bewegingszenuwcellen?

a)

impulsen van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel sturen

b)

impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren en klieren sturen

c)

impulsen sturen (doorgeven) binnen het centrale zenuwstelsel

28.

Wat is de taak van:

schakel(zenuw)cellen?

a)

impulsen van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel sturen

b)

impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren en klieren sturen

c)

impulsen sturen (doorgeven) binnen het centrale zenuwstelsel

29.

Wat is GEEN functie van je zenuwen?

a)

Verbinden het centrale zenuwstelsel met alle lichaamsdelen

b)

Geven impulsen door

c)

Zetten een prikkel om in een impuls

30.

Je hersenen zetten de ontvangen impulsen om in nieuwe impulsen

a)

Juist

b)

Onjuist

31.

Een zenuwcel is één cel en een zenuw bestaat uit meerdere zenuwcellen

a)

Juist

b)

Onjuist

32.

wat is de functie van de buis van Eustachius?

a)

het verder vervoeren van geluidstrillingen

b)

afvoeren van overtollig oorsmeer

c)

afvoeren van binnendringende stofdeeltjes

d)

het gelijk houden van luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies

33.

Ontstaan er bij de situatie zoals in dit plaatje impulsen?

a)

Ja

b)

Nee

34.

Waar of niet waar? Je bent pas bewust van iets van buitenaf als het signaal in je hersenen is verwerkt

a)

Waar

b)

Niet waar

35.

'De ogen beschermen tegen uitdroging'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

36.

Wat is het verschil tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (=reflex)?

a)

bij een reflex voel je eerst de pijn en daarna maak je de beweging

b)

bij een reflex maak je eerst de beweging en daarna voel je pas de pijn

37.
Waarom heb je reflexen?
a)
Reflexen beschermen het lichaam
b)

Reflexen houden je alert

c)
Reflexen zorgen ervoor dat je weet wanneer je het warm of koud heb
38.
Wat is een Reflexboog?
a)
Een boog van reflexen 
b)
De weg die impulsen bij een reflex afleggen
c)
De spanning tussen reflexen
d)
De ruggenmerg
39.

Wat voor zenuwcel is dit?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

40.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
41.

welke zintuigcel is gevoeliger voor een bepaalde prikkel

a)

een zintuigcel met een lage drempelwaarde

b)

een zintuig met een hoge dremelwaarde

42.

Als een spier of klier wordt aangestuurd gebeurt dit door een ..

a)

schakelzenuwcel

b)

gevoelszenuwcel

c)

bewegingszenuwcel

43.

Pietje zit acherin het biologie lokaal 110. Hij wil het smartboard beter zien dus hij loopt van achterin het lokaal naarvoren. Wat gebeurt er met zijn lens?

a)

De lens is op afstand plat en wordt steeds boller als hij dichterbij komt.

b)

De lens is op afstand bol en wordt steeds platter als hij dichterbij komt.

c)

De lens is op afstand plat en blijft plat.

d)

De lens is op afstand bol en blijft bol.

44.

Mara voelt haar sieraden niet meer voortdurend zitten. Hoe heet dit proces?

a)

Adequate prikkel

b)

Gewenning

c)

Drempelwaarde

d)

Prikkel

45.

Iemand die dichtbij scherp ziet noem je

a)

Verziend

b)

Bijziend

46.
De blinde vlek:
a)
Bevat geen zintuigcellen.
b)
Is bij blinde mensen groter.
c)
Is bij blinde mensen niet aanwezig.
d)
Bevat minder zintuigcellen.
47.

Welke stappen horen bij een bewuste actie?

a)

Zintuig-gevoelszenuwcel-schakelcel-bewegingszenuwcel-spier

b)

Zintuig-gevoelszenuwcel-schakelcellen-hersenen-schakelcellen-bewegingszenuwcel-spier

c)

spier-bewegingszenuwcel-gevoelszenuwcel-zintuig

d)

zintuig-spier-gevoelszenuwcel-bewegingszenuwcel-schakelcel

48.

Welke stappen horen bij een reflex?

a)

Zintuig-gevoelszenuwcel-bewegingszenuwcel-spier

b)

Zintuig-gevoelszenuwcel-schakelcellen-hersenen-schakelcellen-bewegingszenuwcel-spier

c)

spier-bewegingszenuwcel-gevoelszenuwcel-zintuig

d)

zintuig-spier-gevoelszenuwcel-bewegingszenuwcel-schakelcel

49.

Je loopt van een donkere ruimte de zon in. Je pupil wordt nu;

a)

Blijft hetzelfde

b)

Wordt groot

c)

Wordt klein