wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Dementie 2018

Total questions: 50

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het eerste kenmerk dat optreedt bij Alzheimer

a)

Verwaarlozing

b)

Niet uit kunnen voeren van handelingen

c)

Vergeetachtigheid

d)

Opstandigheid

2.

Wat gebeurt er bij Alzheimer?

a)

Ontstaan eiwitophopingen in de hersenen.

b)

Bloedinkjes ontstaan in de hersenen

c)

Beschadiging in het frontale gedeelte van de hersenen.

d)

Geen dopamineaanmaak.

3.

De frontale hersenkwab bevindt zich aan de ..............kant van de hersenen.

a)

Voor

b)

Achter

c)

Zijkant links

d)

Zijkant rechts.

4.

Welk orgaan in de hersenen is belangrijk voor het geheugen.

a)

Amygdala

b)

Hypofyse

c)

Hippocampus

d)

Hypothalamus

5.

Welk orgaan regelt het gevoel en emotie

a)

Hippocampus

b)

Hypofyse

c)

Hypothalamus

d)

Amygdala

6.

Wat is de functie van het werkgeheugen?

a)

Slaat informatie voor een hele lange tijd op.

b)

Slaat informatie kortdurend op.

c)

Gaat met informatie aan de slag en slaat het tijdelijk op.

7.

Een zorgvrager met Alzheimer laat ook ander gedrag zien. Hij verandert. Een voorbeeld is.

a)

Vergeetachtigheid.

b)

Herkent voorwerpen niet meer

c)

Spreekt de taal zachtjes uit

d)

Wordt boos en agressief.

8.

Niet meer weten welke dag het is en de tijd, hoort bij fase?

a)

Vroege fase van Alzheimer

b)

Midden fase Alzheimer.

c)

Late fase van dementie.

9.

Veel afvallen, moeite hebben met slikken en onrustig zijn , hoort bij de ...............fase van Alzheimer.

a)

Vroege

b)

Midden

c)

Late

d)

Geen

10.

De draad van een verhaal verliezen hoort bij de.........fase van Alzheimer.

a)

Vroege

b)

Midden

c)

Late

11.

Erg onrustig zijn en op zoek gaan naar haar moeder hoort bij de...................fase van Alzheimer.

a)

Vroege

b)

Midden

c)

Late

12.

Weglopen of de weg kwijt raken hoort bij de .........fase van Alzheimer.

a)

Vroege

b)

Midden

c)

Late

13.

Een toenemend aantal infarctjes in de hersenen is de oorzaak van de dementievorm.

a)

Fronto Temporale dementie

b)

Lewi Body dementie

c)

Vasculaire dementie

d)

Parkinson met dementie

14.

Het 1e kenmerk dat hoort bij deze vorm van dementie is dat hij/zij hij gedrag laat zien zoals bijv. seksuele uitspattingen, agressie.

a)

Vasculaire dementie

b)

Alzheimer

c)

Fronto Temporale dementie

d)

Lewi Body

15.

Welke vorm van dementie kan op jonge leeftijd optreden?

a)

Vasculaire dementie

b)

Fronto Temporale dementie

c)

Alzheimer

d)

Alle antwoorden zijn oké.

16.

Stoornissen in het praktisch handelen is het eerste wat je ziet en de cognitie gaat achteruit. Dit is het eerste kenmerk bij?

a)

Alzheimer

b)

Vasculaire dementie

c)

Front Temporale dementie

d)

Lewi Body dementie

17.

Ophoping van het Lewy eiwit zie je bij de dementie vorm?

a)

Parkinson met dementie

b)

Alzheimer

c)

Lewi Body

d)

Vasculaire dementie

18.

Heftige tremoren treden op bij?

a)

Alzheimer

b)

Parkinson met dementie

c)

Vasculaire dementie

d)

Fronto Temporale dementie

19.

Lewi Body heeft ( bijna) dezelfde symptomen als Parkinson met dementie maar het verschil is.

a)

Is aangeboren

b)

Dopamintekort bij Parkinson.

c)

Na het optreden van de verschijnselen treedt binnen 1 jaar Lewi Body op

d)

De tremoren zijn heftiger.

20.

Freezing betekent plotseling stokstijf stilstaan. Klopt deze bewering?

a)

Ja

b)

Nee

21.

Een gebogen houding en afwijkend lopen is een kenmerk dat hoort bij?

a)

Parkinson met dementie

b)

Lewi Body dementie

c)

Alzheimer

d)

Vasculaire dementie

22.

Als er eerst gedragsverandering optreedt en daarna geheugenverlies heb je de vorm?

a)

Alzheimer.

b)

Vasculaire dementie

c)

Fronto Temporale dementie

d)

Lewi Body dementie

23.

Wanen en hallucinaties treden op bij de dementie

a)

Vasculaire dementie

b)

Fronto Temporael dementie

c)

Lewi Body

d)

Geen.

24.

Als een zorgvrager onaangepast gedrag laat zien, noem je dit?

a)

Confabuleren

b)

Decorumverlies

c)

Hallucineren

d)

Persevereren

25.

Je hebt 3 vormen van Front Temporale dementie. Dit zijn?

a)

taal, gedrag en bewegingsvariant.

b)

Taal gedrag en gevoelsvariant.

c)

Gedrag, gevoel en bewegingsvariant.

d)

Gevoel, bewegings- en taal variant.

26.

Apraxie betekent:

a)

Niet kunnen uitspreken van woorden

b)

Niet kunnen herkennen van woorden

c)

Onhandig aantrekken van een broek.

d)

Een broek op je hoofd zette,

27.

De zorgvrager begrijpt niet wat je zegt. Dit is een?

a)

Agnosie

b)

Apraxie

c)

Afasie

d)

confabuleren

28.

De zorgvrager zet het kopje op zijn hoofd omdat hij denkt dat het een hoed is.

a)

Afsie

b)

Agnosie

c)

Apraxie

d)

Confabuleren

29.

De zorgvrager kan de woorden niet vinden om jou te vertellen dat hij honger heeft.

a)

Afasie

b)

Agnosie

c)

Apraxie

d)

Confabuleren

30.

Jij vraagt aan de zorgvrager om de theedoek te pakken en hij geeft jou de wc rol. Dit noem je?

a)

Afasie

b)

Agnosie

c)

Apraxie

d)

Confabuleren

31.

De zorgvrager kan zijn tanden niet meer poetsen. Dit is een voorbeeld van?

a)

Afasie

b)

Agnosie

c)

Apraxie

d)

Confabuleren

32.

De oorzaak van Parkinson is een tekort aan de neurotransmitter.

a)

Endorfine

b)

Serotonine

c)

Morfine

d)

Dopamine

33.

Als de zorgvrager niet meer weet wat hij jou wilde vertellen en het verzint dan noem je het?

a)

Confabuleren

b)

Regulatiestoornissen

c)

Afasie

d)

Persevereren.

34.

Bij zorgvragers kan het hartritme van slag zijn. Dit noem je een?

a)

Perseveratie

b)

Regulatiestoornis

c)

Stress

d)

Ontspanning

35.

Niet willen doen en geen reactie geven noem je?

a)

Afasie

b)

Agnosie

c)

Apathie

d)

Apraxie

36.

Bij welke vorm van dementie heb je af en toe heldere momenten en weet je weer wie je bent en wat je gaat doen.

a)

Fronto Temporale dementie

b)

Alzheimer

c)

Vasculaire dementie

d)

Lewi Body

37.

Problemen hebben met lezen. schrijven en spreken hoort bij de vorm.................FTD.

a)

Gedragsvariant FTD

b)

Taalvariant FTD

c)

Bewegingsvariant FTD

38.

Persoonlijke- en gedragsverandering hoort bij de dementie vorm?

a)

Alzheimer

b)

Fronto Temporale dementie

c)

Vasculaire dementie

d)

Lewi Body

39.

Stijfheid, langzame bewegingen en een gebogen houding horen bij de dementievorm?

a)

Alzheimer

b)

Vasculaire dementie

c)

Parkinson met dementie

d)

Fronto Temporale dementie

40.

Tremoren zijn:

a)

Stijve en harde spieren

b)

Trillen en beven van spieren

c)

Slappe sieren.

d)

Pijnlijke spieren

41.

Elke keer als er een infarct optreedt gaat de zorgvrager schoksgewijs achteruit. Dit hoort bij de dementievorm.

a)

Alzheimer

b)

Fronto Temporale dementie

c)

Lewi Body dementie

d)

Vasculaire dementie

42.

Een discipline die aangepast bestek regelt voor een zorgvrager is een................therapeut?

a)

Fysiotherapeut

b)

Logopediste

c)

Manicure

d)

Ergotherapeut

43.

Waar wordt het stofje dopamine aangemaakt in de hersenen.

a)

Witte kern/ substantia nigra

b)

Bruine kern/ substantia nigra

c)

Zwarte kern/ substantia nigra

d)

Paarse kern/substantia nigra.

44.

Wat regelt het stofje dopamine.

a)

het zich kunnen herinneren

b)

Het aansturen van de substantia nigra

c)

De spiertonus en de automatische bewegingen.

d)

Het vrolijk zijn

45.

Als je te weinig dopamine aanmaakt dan heb je een te?

a)

lage spierspanning

b)

beweging scoördinatie is gestoord

c)

geheugenstoornissen.

d)

incontinent.

46.

Wat betekent het tandradfenomeen.

a)

Soepel bewegingen

b)

Gecoördineerd bewegingen

c)

Schokkerige bewegingen

d)

Plotseling stilstaan.

47.

Rigiditeit betekent:

a)

Soepele spieren

b)

Slappe spieren

c)

Stijve spieren

d)

Kapotte spieren

48.

Een kenmerk van Parkinson is.

a)

Geheugenverlies

b)

Gevoelsverlies

c)

Maskergelaat

d)

Serotoninetekort

49.

Verhoogde productie van talg en speeksel is een kenmerk van?

a)

Alzheimer.

b)

Vasculaire dementie

c)

Lewi Body dementie

d)

Parkinson en dementie.

50.

Een voorbeeld van een medicijn dat je geeft aan zorgvragers met Parkinson is:

a)

Haldol

b)

Paracetamol

c)

Morfine

d)

Levodopa