Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ak 1m1 h3 landschappen Afrika 2024

Total questions: 34

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Hier zie je een...

a)

Ingericht landschap (cultuurlandschap)

b)

Natuurlandschap

2.

Hier zie je een...

a)

Ingericht landschap (cultuurlandschap)

b)

Natuurlandschap

3.

Welk landschap zie je op de foto?

a)

Savanne

b)

Steppe

c)

Woestijn

d)

Tropisch regenwoud

4.

Welk landschap zie je op de foto?

a)

Savanne

b)

Steppe

c)

Woestijn

d)

Tropisch regenwoud

5.

Welk landschap zie je op de foto?

a)

Savanne

b)

Steppe

c)

Woestijn

d)

Tropisch regenwoud

6.

Welk landschap zie je op de foto?

a)

Savanne

b)

Steppe

c)

Woestijn

d)

Tropisch regenwoud

7.

Wat zijn de kenmerken van het tropisch regenwoud?

a)

Warm en vochtig gebied, veel soorten planten en bomen, etages, het hele jaar groen.

b)

Warm en droog gebied, veel soorten planten en bomen, etages, het hele jaar groen.

c)

Warm en vochtig gebied, weinig soorten planten en bomen, etages, er zijn seizoenen.

8.

Waar liggen tropische regenwouden?

a)

Rond de 23 graden NB

b)

Bij de polen

c)

Bij de evenaar

9.

Waarom liggen tropische regenwouden bij de evenaar?

a)

Door de schuine zonnestralen is het er koud en door de stijgende lucht nat.

b)

Door de loodrechte zonnestralen is het er warm en door de stijgende lucht nat.

c)

Door de loodrechte zonnestralen is het er koud en door de dalende lucht nat.

10.

Wat is een kenmerk van het gebied bij de evenaar?

a)

De zon staat er midden op de dag laag aan de hemel.

b)

Het is er ’s nachts heel koud en overdag heel warm.

c)

Het is er altijd warm en nat.

d)

Er wonen weinig mensen.

11.

Kies het goede antwoord.

Bekijk de figuur van het tropisch regenwoud.

a)

Er staan veel dezelfde bomen.

b)

De meeste bomen zijn 20 tot 25 meter.

c)

Sommige bomen zijn wel 90 meter.

d)

De bomen zijn allemaal even hoog.

12.

Als de zon het noordelijk halfrond meer beschijnt, is het zomer op het noordelijk halfrond (leerdoel 1)

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Tropen (leerdoel 2)

a)

Schuine zonnestralen, dus de zon staat laag en er moet een groot oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

b)

Schuine zonnestralen, dus de zon staat laag en er moet een klein oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

c)

Loodrechte zonnestralen, dus de zon staat hoog en er moet een klein oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

d)

Loodrechte zonnestralen, dus de zon staat hoog en er moet een groot oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

14.

Bekijk de schaduwen en de hoek van de zonnestralen. Welk plaatje past bij een plek in de tropen? (leerdoel 2)

a)

Plaatje 1

b)

Plaatje 2

c)

Plaatje 3

15.

Wat zijn tropische regenwouden? (leerdoel 4)

a)

Warm en natte gebieden

b)

Warme en droge gebieden

c)

Koude en natte gebieden

d)

Koude en droge gebieden

16.

Stijgingsregens ontstaan (leerdoel 6)

a)

doordat lucht opstijgt door opwarming van de zon

b)

doordat lucht daalt door opwarming van de zon

17.

In de tropen valt heel veel neerslag (leerdoel 7)

a)

omdat de zon de lucht heel erg opwarmt, en warme lucht stijgt op, gaat condenseren: zo ontstaat stijgingsregen

b)

omdat de zon de lucht heel erg opwarmt, en warme lucht daalt waardoor er veel stijgingsregen ontstaat

18.

Waarom is het droog in woestijnen? (leerdoel 8)

a)

De lucht stijgt daar. Stijgende lucht koelt af en daarom is het droog

b)

De lucht daalt daar. Dalende lucht wordt warmer en wolken lossen op.

19.

Wat zijn kenmerken van de tropen?

a)

Er valt veel neerslag.

b)

Het gebied ligt dicht bij de evenaar.

c)

Het is er overdag altijd warm, maar 's nachts is het ijzig koud.

d)

De begroeiing is dicht, er groeien veel planten en bomen.

e)

Het gebied ligt ver van de evenaar.

20.

Wat zijn kenmerken van de tropen?

a)

Er leven veel verschillende dieren.

b)

Het is er altijd warm.

c)

Er leven weinig verschillende dieren.

d)

Er valt weinig neerslag.

e)

Er is weinig begroeiing, alleen een paar bomen.

21.

Welke menselijke activiteit vind je NIET in het Amazonegebied?

a)

Het winnen van natuurlijke hulpbronnen (hout, uranium, rubber, goud).

b)

Het houden van runderen op ranchos.

c)

Jagen op grote dieren, zoals olifanten en tijgers.

d)

Het verbouwen van soja.

e)

Gids voor toeristen in een bootje op de Amazone.

22.

In de droge gebieden in Mali wonen mensen zonder vaste woonplaats. Die mensen noem je

(a)  

23.

Welk landschap hoort bij het klimaatdiagram hiernaast?

a)

tropisch regenwoud

b)

toendra

c)

steppe

d)

savanne

24.

Je reist van de evenaar naar het noorden. Welk landschappen kom je achtereenvolgens tegen?

a)

tropisch regenwoud-savanne-steppe-woestijn

b)

savanne-tropisch regenwoud- woestijn- steppe

c)

savanne-tropisch regenwoud- steppe- woestijn

d)

tropisch regenwoud- savanne- woestijn - steppe

25.

Waarom is het in de buurt van de evenaar warmer dan op de Noordpool?

a)

de evenaar ligt dichterbij de zon

b)

De zonnestralen zijn krachtiger op de evenaar

c)

De zonnestralen vallen loodrecht in op de evenaar

d)

De zonnestralen hoeven een kortere weg door de atmosfeer af te leggen bij de evenaar

26.
Wat is een tropisch klimaat  ?
a)
warm maar 's nachts heel koud.
b)
koude gebieden met veel regen.
c)
warme gebieden, met heel veel zon.
d)
gebieden met warme lucht, die rond de evenaar liggen. en waar veel regen valt
27.

Wat tonen de blauwe staafjes aan?

a)

Neerslag

b)

Temperatuur

c)

Groeimaanden

28.

Bepaal het vegetatietype: Te droog om bomen te laten groeien

a)

toendra

b)

hardbladige vegetatie

c)

taiga

d)

steppe

29.

Bepaal het vegetatietype: Bestaat uit hogere grassen en kruidachtige planten

a)

savanne

b)

hardbladige vegetatie

c)

loofwoud

d)

steppe

30.

Bepaal het vegetatietype: Zeer dichte begroeiing van hoge bomen met weinig ondergroei

a)

subtropisch regenwoud

b)

tropisch vegetatie

c)

savanne

d)

gemengd woud

31.

Bepaal het vegetatietype

a)

steppe

b)

hardbladige vegetatie

c)

taiga

d)

gemengd woud

32.

Bepaal het vegetatietype

a)

gemengd woud

b)

loofwoud

c)

taiga

d)

subtropisch regenwoud

33.

Bepaal het vegetatietype

a)

savanne

b)

hardbladige vegetatie

c)

subtropisch regenwoud

d)

taiga

34.

Bepaal het vegetatietype

a)

gemengd woud

b)

loofwoud

c)

subtropisch regenwoud

d)

tropisch regenwoud