NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsZijn: ben, bent, is, zijn?
Total questions: 11
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
1. Hallo! Ik _______ Rafael.
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
2.
2. En dit _______ een spelletje.
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
3.
3. Jij _______ een speler.
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
4.
4. _______ je klaar? We starten!
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
5.
5. Wij _______ bezig met het verbum "zijn".
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
6.
6. Het _______ een moeilijk werkwoord.
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
7.
7. Jullie _______ nu op niveau A1.
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
8.
8. Nederlands _______ geen moeilijke taal.
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
9.
9. Maar deze woorden _______ niet makkelijk.
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
10.
10. U _______ soms een beetje moe hè, meneer en mevrouw?
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
11.
11. Soms ____ je lang bezig met leren!
a)
ben
b)
bent
c)
is
d)
zijn
Reset
