Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

herhaling 1c1

Total questions: 37

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Welke twee kaartsoorten kun je vinden in de atlas?

Klik er twee aan!

a)

Themakaart

b)

Kleurenkaart

c)

Overzichtskaart

d)

Atlas

2.

Dit is een voorbeeld van een:

a)

Themakaart

b)

Overzichtskaart

c)

Kleurenkaart

3.

Dit is een voorbeeld van een:

a)

Themakaart

b)

Overzichtskaart

c)

Kleurenkaart

4.

Waar vind je de bladwijzers van een atlas?

a)

Voorin

b)

Achterin

5.

Een namenregister of landenregister vind ik voorin of achterin de atlas?

a)

Voorin

b)

Achterin

6.

Bij kaartvakken staan er cijfers en letters naast de kaart.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Waar vind je de bladwijzers van een atlas?

a)

Voorin

b)

Achterin

8.

Wat is er te zien op deze foto uit de atlas?

a)

Algemene legenda

b)

Trefwoorden register

c)

Bladwijzer

d)

Topografisch register

9.

De algemene legenda vind ik voorin of achterin de atlas?

a)

Voorin

b)

Achterin

10.

Een thematische kaart gaat over een onderwerp, bijvoorbeeld het klimaat.

a)

waar

b)

niet waar

11.

In een overzichtskaart is altijd een thema dat wordt behandeld

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

In een overzichtskaart wordt GEEN thema behandeld, er worden namelijk steden en landen afgebeeld.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Er zijn 3 registers welk register moet je gebruiken als je Nederland wilt opzoeken

a)

Landenregister

b)

Namenregister

c)

Zakenregister/trefwoordregister

14.

Er zijn 3 registers welk register moet je gebruiken als je Barendrecht wilt opzoeken

a)

Landenregister

b)

Namenregister

c)

Zakenregister/trefwoordenregister

15.

Er zijn 3 registers welk register moet je gebruiken als je Flevoland wil opzoeken

a)

Namenregister

b)

Landenregister

c)

Zakenregister/trefwoordregister

16.

Wat is het verschil tussen een thematische kaart en een overzichtskaart?

a)

Een thematische kaart heeft nooit een titel, een overzichtskaart wel.

b)

Een thematische kaart gaat over een onderwerp, een overzichtskaart geeft je een overzicht van een bepaald gebied.

c)

Een thematische kaart heeft altijd verschillende kleuren, een overzichtskaart niet.

d)

Op een thematische kaart staan nooit symbolen, op een overzichtskaart wel.

17.

Als er geen noordpijl op de kaart staat is het noorden:

a)

Onder aan de kaart

b)

Onbekend

c)

Boven aan de kaart

18.

Welk begrip hoort bij de uitleg: Een getal dat laat zien hoeveel het gebied verkleind is.

a)

Legenda

b)

Schaal

c)

Uitzoomen

d)

Aardas

19.

Een kaart moet altijd een .... hebben

a)

Noordpijl

b)

Legenda

c)

Schaal

d)

Titel

e)

Breedteligging

20.

Als je een berg opzoekt in de atlas kijk je:

a)

In het namenregister

b)

Op de eerste bladzijde

c)

Op de kaart van de himalaya

d)

Op de laatste bladzijde

21.

Wat voor soort landschap zie je hier?

a)

Ingericht landschap

b)

Natuurlandschap

22.

Wat voor soort landschap zie je hier?

a)

Ingericht landschap

b)

Natuurlandschap

23.

Welk inrichtingselement zie je hier?

a)

Huizen

b)

Bomen

c)

Bergen

24.

Welk natuurelement zie je hier?

a)

Tropische regenwoud

b)

Bergen

c)

Graslanden

25.

Wat betekend 1 : 50.000.000

a)

de schaal is 1 : 50.000.000 centimeter in werkelijkheid

b)

de schaal is 1 : 500 centimeter in werkelijkheid

c)

de schal is 1 : 5 centimeter in werkelijkheid

26.

De schaal is: 1 : 120.000. Wat is de schaal in km?

a)

1 centimeter op de kaart is 1.2 km

b)

1 centimeter op de kaart is 12 km

c)

1 centimeter op de kaart is 120 km

27.

De schaal is 1 : 80.000.000 . Wat is de schaal in km?

a)

1 centimeter is 8000 km

b)

1 centimeter is 800 km

c)

1 centimeter is 8 km

28.

Welke afstand veranderd er als je lang in de file staat naar huis?

a)

Relatieve afstand

b)

Absolute afstand

29.

Welke afstand veranderd er nooit?

a)

Relatieve afstand

b)

Absolute afstand

30.

Peter onderzoekt de armoede in de wereld. Welk schaalniveau is dit?

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Internationaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

31.

Bij welk niveau hoort deze uitspraak? ''In het drukke stadscentrum van Maastricht hebben de mensen een hoger salaris dan in de buitenwijken''

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Internationaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

32.

Wanneer je kijkt naar een streek of provincie dan kijk je op ...

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Internationaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

33.

Welk niveau hoort bij Gelderland?

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Internationaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

34.

Wat voor soort landschap zie je hier?

a)

Ingericht landschap

b)

Natuurlandschap

35.

Wat voor soort landschap is dit?

a)

Ingericht landschap

b)

Natuurlandschap

36.

Welk begrip hoort bij de omschrijving 'Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/km2)'

a)

Bevolkingsdichtheid

b)

Dichtbevolkt

c)

Dunbevolkt

37.

Wat is de goede volgorde van klein naar groot oppervlak?

a)

lokaal, regionaal, mondiaal, internationaal, nationaal.

b)

regionaal, lokaal, mondiaal, nationaal, internationaal.

c)

lokaal, regionaal, nationaal, internationaal, mondiaal.

d)

regionaal, lokaal, nationaal, mondiaal, internationaal.