WorksheetsGamma Lj 1 VsMM H1 taak 5t/m7
Total questions: 35
Worksheet time: 17mins
Name
Class
Date
1.
Waar of niet Waar? Bij het weer gaat het om temperatuur, neerslag, wind en bewolking.
a)
Waar
b)
Niet weer
2.
Waar of niet waar? Het klimaat is de toestand van de lucht op een bepaald moment in een klein gebied.
a)
Waar
b)
Niet waar
3.
Hoe noemen we dit?
a)
Lijngrafiek
b)
Klimaatgrafiek
c)
Staafgrafiek
4.
Welk klimaat zou bij deze klimaatgrafiek het meest waarschijnlijk zijn?
a)
Woenstijnklimaat
b)
Tropisch regenwoudklimaat
c)
Poolklimaat
5.
Een ander woord voor breedtecirkels is ...?
a)
parallellen
b)
meridianen
6.
Een ander woord voor meridianen is ...?
a)
lengtecirkels
b)
breedtecirkels
7.
Waar of niet waar? Lengtecirkels lopen van boven naar beneden.
a)
Waar
b)
Niet waar
8.
Waar of niet waar? De middelste en langste breedtecirkel is de evenaar?
a)
Waar
b)
Niet waar
9.
Waar of niet waar? De 0-meridiaan loopt over Amsterdam.
a)
Waar
b)
Niet waar
10.
Welk begrip zie je hier?
a)
Grafiek
b)
Aarde
c)
Graadnet
11.
Wat is wel een eerste levensbehoefte?
a)
Telefoon
b)
Een plek om te wonen
c)
Speelgoed
12.
Bestaansmiddelen zijn de manieren waarop mensen aan voedsel komen. Waar of niet waar?
a)
Waar
b)
Niet waar
13.
Productiemiddelen zijn de manieren waarop dingen worden geproduceerd. Waar of niet waar?
a)
Waar
b)
Niet waar
14.
Waar of niet waar? Hier zie je een voorbeeld van het productiemiddel natuur.
a)
Waar
b)
Niet waar
15.
Waar of niet waar? Hier zie je een voorbeeld van het productiemiddel kapitaal.
a)
Waar
b)
Niet Waar
16.
Waar of niet waar? Hier zie je een voorbeeld van het productiemiddel natuur.
a)
Waar
b)
Niet Waar
17.
Het maken van voedsel of een woning is ...
a)
Productie
b)
Consumptie
18.
Het kopen van voedsel of een woning is consumptie
a)
Productie
b)
Consumptie
19.
Waar of niet waar. Budgetteren is het maken van een overzicht van je inkomsten en uitgaven.
a)
Waar
b)
Niet waar
20.
Waar of niet waar. Schaarste is dat je alles kunt krijgen wat je wilt.
a)
Waar
b)
Niet waar
21.
Bevolkingsdichtheid is het gemiddeld aantal inwoners per vierkante
a)
mm
b)
cm
c)
m
d)
km
22.
De bevolkingsdichtheid in Nederland is 491 inw/km2. Dat betekent dat overal in Nederland per vierkante kilometer 491 mensen wonen.
a)
Waar
b)
Niet waar
23.
Waar wonen de meeste mensen in Canada?
a)
Noorden
b)
Zuidoosten
c)
Zuidwesten
d)
Westen
24.
Dichtbevolkt betekent
a)
dat er veel mensen wonen
b)
dat er weinig mensen wonen
c)
dat er geen mensen wonen
25.
Welk werelddeel is het dichts bevolkt?
a)
Europa
b)
Azië
c)
Noord-Amerika
26.
Welk werelddeel is het dunst bevolkt?
a)
Australië
b)
Noord-Amerika
c)
Zuid-Amerika
27.
Als er meer mensen sterven dan er kinderen geboren worden, noem je
a)
geboorteoverschot
b)
sterfteoverschot
c)
sterftetekort
28.
Als er meer kinderen geboren worden dan dat er mensen sterven, noem je
a)
sterftetekort
b)
geboorteoverschot
c)
sterfteoverschot
d)
geboortetekort
29.
Het sterftecijfer is het ....
a)
aantal levendgeborenen per 1000 mensen per jaar
b)
aantal sterfgevallen per 1000 mensen per jaar
c)
aantal sterfgevallen per 100 mensen per jaar
30.
Wat is het geboorte- of sterfteoverschot?
geboortecijfer = 18 promille
sterftecijfer = 15 promille
geboortecijfer = 18 promille
sterftecijfer = 15 promille
a)
sterfteoverschot is 3 promille
b)
geboorteoverschot is 3 promille
c)
geboorteoverschot is 33 promille
31.
Waar of niet waar. Een ander woord voor migratie is verhuizen.
a)
Waar
b)
Niet waar
32.
Waar of niet waar. Emigratie is het binnenkomen in een land om er te gaan wonen.
a)
Waar
b)
Niet waar
33.
Waar of niet waar. Immigratie is het binnenkomen in een land om er te gaan wonen.
a)
Waar
b)
Niet waar
34.
Veel welvaart, voldoende werk en veilig wonen horen bij ...
a)
Aantrekkingsgebieden
b)
Afstotingsgebieden
35.
Gebrek aan werk, luchtverontreiniging, oorlog en een tekort aan voedsel hoort bij ...
a)
Aantrekkingsgebieden
b)
Afstotingsgebieden
100 %
