wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1e klas Egypte

Total questions: 122

Worksheet time: 1hrs 20mins

Name
Class
Date
1.

een tempel is

a)

het lichaam van een rijke dode

b)

het gebouw waar een god wordt vereerd

c)

een geschenk aan de goden

d)

de boodschapper van de goden

2.

het bestuur is

a)

de manier waarop in een land wetten worden gemaakt

b)

geld betalen aan de regering

c)

iemand die voor de leiders van zijn land werkt

d)

een boek met spreuken voor in het dodenrijk

3.

een mummie is

a)

een gebouw waar een god wordt vereerd

b)

het lichaam van een rijke dode

c)

een geschenk aan de goden

d)

een boodschapper van de goden

4.

een piramide is en

a)

graf voor de koning

b)

driehoek van stenen

c)

zeldzame plant uit Egypte

d)

paleis van de koning

5.

een offer is een

a)

lichaam van een rijke dode

b)

een dure soort wijn

c)

geschenk aan de goden

d)

kameel

6.

een sarcofaag is een

a)

fruitschaal

b)

houten doodskist voor boeren

c)

stenen doodskist voor de koning

d)

ijzeren doodskist voor de koning

7.

een priester is een

a)

lichaam van een rijke dode

b)

man die niet in een god gelooft

c)

boodschapper van de goden

d)

geschenk aan de goden

8.

een archeoloog is een

a)

verkoper van elektrische auto's

b)

ander woord voor rapper

c)

piloot

d)

oudheidkundige

9.

een ambtenaar is

a)

de manier waarop in een land wetten worden gemaakt

b)

geld betalen aan de regering

c)

werkloze visser

d)

iemand die voor de leiders van zijn land werkt

10.

een farao is een

a)

kok

b)

koning

c)

handelaar

d)

misdadiger

11.

wat is geen ambacht?

a)

pottenbakken

b)

uitslapen

c)

timmerman

d)

muzikant

12.

de Nijl regelde hun leven, want

a)

je kon daar fijn zwemmen

b)

het water overstroomde regelmatig het land

c)

de rivier was vrij smal

d)

het water kon daar door de warmte niet bevriezen

13.

wat is het 'schrift'?

a)

een uitgestorven diersoort

b)

een manier om woorden op te schrijven

c)

het grote boek van Sinterklaas

d)

een boek zonder lijntjes en plaatjes

14.

papyrus is

a)

een papagaaiensoort

b)

een tropische slak

c)

een leider van de Egyptenaren

d)

een soort papier

15.

hiërogliefen zijn

a)

hoofdletters

b)

illustraties (plaatjes)

c)

kleine tekeningen op bijv bouwtekeningen

d)

hagedissen

16.

voedseloverschot is

a)

meer voedsel hebben dan je zelf op kunt eten

b)

gratis voedsel voor arme mensen

c)

bedorven voedsel

d)

te weinig te eten hebben

17.

wat is slib?

a)

slijm dat vissen beschermt

b)

een lip van een koe

c)

een vruchtbaar laagje grond

d)

een vissersboot

18.

irrigatie is

a)

je ergeren aan anderen

b)

akkers beschermen tegen de zon

c)

de waterstand van de Nijl controleren

d)

water over land laten lopen

19.

het dodenboek is

a)

de manier waarop in een land wetten worden gemaakt

b)

geld betalen aan de regering

c)

iemand die voor de leiders van zijn land werkt

d)

een boek met spreuken voor in het dodenrijk

20.

belasting is

a)

de manier waarop in een land wetten worden gemaakt

b)

iemand die te lang op het toilet zit

c)

geld betalen aan de regering

d)

een dier dat veel te zwaar is

21.

Welke stellingen zijn juist?

A. In de graven van de eerste boeren lagen grafgiften.

B. Grafgiften zijn een bewijs van het geloof in een leven na de dood

a)

A is juist, B is onjuist

b)

A is onjuist, B is juist

c)

A en B zijn beide juist

d)

A en B zijn beide onjuist

22.

De belangrijkste man in het oude Egypte noemen we

(a)  

23.

Wat was de reden dat de Egyptenaren dergelijke wonderen zoals piramides konden bouwen?

a)

Door de voorspelbaarheid van de Nijl

b)

Door de invloed van buitenaardse wezens

c)

Door de ontdekking van nieuwe technologieën

d)

Door de hulp van Romeinse ingenieurs

24.

Wat was de rol van de farao's in het oude Egypte?

a)

Ze stonden aan het hoofd van het land en controleerden de ambtenaren

b)

Ze waren verantwoordelijk voor het onderwijs

c)

Ze waren de hoogste priesters van het land

d)

Ze waren de leiders van het leger

25.

Wat was de functie van de hiërogliefen in het oude Egypte?

a)

Ze dienden als symbolen voor handel met andere landen

b)

Ze werden gebruikt voor administratie en controle

c)

Ze werden gebruikt voor decoratie in tempels

d)

Ze waren een manier om belastingen te heffen

26.

Wat was de rol van Anubis in het dodenrijk volgens de Egyptenaren?

a)

Hij was de poortwachter die het hart van de doden woog

b)

Hij was de god van de oorlog

c)

Hij was de god van de zee

d)

Hij was de god van de landbouw

27.

Wat was de belangrijkste voorwaarde voor de ziel van een overledene om het rijk der doden te betreden?

a)

Het hebben van een groot standbeeld

b)

Het hebben van veel kinderen

c)

Het hebben van veel rijkdom

d)

Het bewaren van het lichaam en een goed geleid leven

28.

Wat was de functie van de tempel van Taffisier in Nederland?

a)

Het was een plek voor religieuze ceremonies

b)

Het was een geschenk van Egypte aan Nederland

c)

Het was een plek voor handel met Egypte

d)

Het was een museum voor Egyptische kunst

29.

Wat was de rol van de Nijl in de landbouw van Egypte?

a)

Het zorgde voor voorspelbare overstromingen en vruchtbare modder

b)

Het diende als handelsroute naar andere landen

c)

Het was een bescherming tegen vijandelijke invasies

d)

Het was een bron van drinkwater voor de bevolking

30.

Wat was de reden voor het ontstaan van het schrift bij de Egyptenaren?

a)

Om gedichten en verhalen vast te leggen

b)

Om de geschiedenis van farao's te documenteren

c)

Om belastingen te kunnen heffen en administratie bij te houden

d)

Om instructies voor de bouw van piramides door te geven

31.

Wat was de belangrijkste functie van de mummies in het oude Egypte?

a)

Ze waren bedoeld als bescherming tegen grafrovers

b)

Ze moesten het lichaam bewaren voor het hiernamaals

c)

Ze werden gebruikt als decoratie in tempels

d)

Ze dienden als voedsel voor de goden

32.

Wat was de rol van de farao's bij de bouw van monumenten zoals piramides?

a)

Ze werkten zelf mee als arbeiders

b)

Ze waren de architecten van de piramides

c)

Ze waren verantwoordelijk voor het onderhoud van de monumenten

d)

Ze zorgden voor de financiële middelen en het toezicht op de bouw

33.

Mesopotamië wordt ingedeeld in deze drie gebieden

a)

Uruk, Babylon en Assur

b)

Sumerië, Babylonië en Assyrië

c)

Tigris, Babylonië en Sumerië

d)

Assyrië, Sumerië, Babylon

34.

Welke twee stromen vloeien in Mesopotamië?

(a)  

35.

In welke samenleving werd de koning gezien als een God?

a)

Beide samenlevingen

b)

Geen van beide

c)

Mesopotamische

d)

Egyptische

36.

Waar of niet waar? De Ishtarpoort van Babylon is gemaakt van een enorm groot gesteente.

a)

Waar

b)

Niet waar

37.

Welke van de twee beschavingen is het oudst?

a)

Egypte

b)

Sumerië

c)

Babylonië

d)

Assyrië

38.

Waar of niet waar? De Oude Egyptenaren vonden het wiel uit om zo makkelijker de piramides te bouwen.

a)

Waar

b)

Niet waar

39.

Wanneer het water van de Tigris en de Eufraat zakt, laten de rivieren ... achter. Daardoor wordt het makkelijker om aan landbouw te doen.

(a)  

40.

Waar of niet waar? Zowel de Egyptenaren als de Mesopotamiërs hadden geschreven wetten die ze moeten volgen.

a)

Waar

b)

Niet waar

41.

Welk begrip hoort bij:

Leefomgeving

a)

Natuur

b)

Milieu

c)

Irrigatie

d)

Economie

42.
Wat voor samenleving ontstond er in het Oude Egypte?
a)
landbouwsamenleving
b)
landbouwstedelijke samenleving
c)
stedelijke samenleving
43.

Wat is slib?

a)

Vruchtbare modder

b)

Vruchtbaar water

c)

Onvruchtbaar water

d)

Onvruchtbaar modder

44.

Wat is irrigatielandbouw?

a)

Landouw waarbij het water via een door mensen aangelegd systeem op de akkers terechtkomt.

b)

Landbouw waarbij water rechtstreeks naar de akkers stroomt.

c)

Landbouw waarbij gebruik wordt gemaakt van kunstmatig water.

d)

Landbouw waarbij water geen rol van betekenis heeft.

45.
Met prehistorie bedoelen we...
a)
De periode waarin mensen voor het eerst konden lezen en schrijven
b)
De periode waarin nog geen mensen bestonden
c)
De periode na de Romeinse tijd
d)
De periode waaruit geen geschreven bronnen bekend zijn
46.
Wat was geen gevolg van de komst van irrigatielandbouw?
a)
Men ontdekte koper en gebruikte dat in hun producten
b)
De handel ontstond in Egypte en daarbuiten
c)
Nijverheid ontstond in de nieuwe steden
d)
Andere beroepen konden ontstaan
47.
Waar of niet waar?
In Egypte was het schrift noodzakelijk omdat de Nijl elk jaar de grenzen van boerderijen vervaagden.
a)
Waar
b)
Niet waar
48.

Welk begrip?

Met je handen en gereedschap producten maken, zoals bijvoorbeeld potten van aardewerk of werktuigen van hout.

a)

Ambachten

b)

Specialisatie

c)

Beroepen

d)

Markt

49.

Wat is belasting?

a)

Dat is geld betalen om je akker te mogen bewerken.

b)

Dat is een betaling aan de boer waar je je eten van krijgt.

c)

Dat is betaling aan het bestuur.

d)

Dat is betaling aan het leger.

50.

Een gebied met een regering noem je een...

a)

Land

b)

Staat

c)

Koninkrijk

d)

Bestuur

51.

Mensen die in dienst zijn van het bestuur, noem je...

a)

Ambtenaren

b)

Priesters

c)

Koningen

d)

Slaven

52.

In Egypte werd de koning een farao genoemd, de rest vormde het volk en zij waren allemaal onderdanen van de farao.

Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

53.

De Farao werd als god gezien. Ze noemden hem ook wel...

a)

De levende Osiris

b)

De levende Isis

c)

De levende Anubis

d)

De levende Horus

54.

Egypte bestond uit Boven en Beneden-Egypte.


Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

55.

Het hiërogliefenschrift werd vooral gebruikt voor godsdienstige teksten. Het hiëratische was de versimpelde versie en die gebruikte men onder andere voor het bestuur.

Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

56.

Met het einde van de prehistorie begint de ...

a)

Oudheid

b)

Klassieke tijd

c)

Middeleeuwen

d)

Posthistorie

57.

Een landbouwsamenleving is

a)

een samenleving waarin het grootste deel leeft van jagen-verzamelen, maar er zijn ook al wat boeren

b)

een samenleving waarin het middel van bestaan vooral landbouw is

c)

een samenleving waarin landbouw is, maar het middel van bestaan is vooral industrie

d)

een samenleving waarin bijna geen landbouw voorkomt

58.

Zet in de goede volgorde

a)

landbouw ontstaat

b)

bevolking groeit

c)

meer landbouwgrond nodig

d)

verspreiding van de landbouw over andere gebieden

1)
2)
3)
4)
59.

Wat veranderde er met de komst van de landbouwsamenleving? Meerder antwoorden

a)

meer bezit

b)

stevigere huizen

c)

mensen leven samen in een groep

d)

meer voedsel

60.

Door de landbouwsamenleving ontstond er rangorde in de samenleving. Welk begrip hoort hierbij?

(a)  

61.

Welke stellingen zijn juist?

A. In de graven van de eerste boeren lagen grafgiften.

B. Grafgiften zijn een bewijs van het geloof in een leven na de dood

a)

A is juist, B is onjuist

b)

A is onjuist, B is juist

c)

A en B zijn beide juist

d)

A en B zijn beide onjuist

62.

Welke uitspraak over irrigatielandbouw is niet juist?

a)

In Egypte kende men irrigatielandbouw in het gebied rond de Nijl.

b)

Door irrigatielandbouw waren de oogsten niet zo groot

c)

Voor irrigatielandbouw is samenwerken belangrijk

d)

Door irrigatielandbouw ontstond er meer hiërarchie.

63.

Zet in de goede volgorde

a)

irrigatie

landbouw

b)

overschotten

c)

minder boeren nodig

d)

specialisatie

1)
2)
3)
4)
64.

Een beroep waarbij een handwerker met gereedschap een eindproduct maakt noemen we

(a)  

65.

De belangrijkste man in het oude Egypte noemen we

(a)  

66.

Kies de twee juiste uitspraken.

a)

Omstreeks 5.500 v. Chr. ontstond een landbouwsamenleving in het Nijldal.

b)

Boeren oogsten de gewassen na de overstroming van de Nijl.

c)

De Egyptenaren geloofden dat de Nijl overstroomde omdat de goden hiervoor zorgden.

d)

Ondanks het landbouwoverschot moest iedereen blijven werken als boer in Egypte.

67.

In Egypte ontstonden steden en de eerste stap die hiervoor nodig was, was de landbouwrevolutie. Welke 3 stappen waren hierna nodig om ervoor te zorgen dat er steden ontstonden?

4 lines
68.

Wat betekent irrigatie?

a)

Natuurlijke productie

b)

Kunstmatige productie

c)

Natuurlijke bevloeiing

d)

Kunstmatige bevloeiing

69.

Wat is een staat?

a)

Een gebied met een regering.

b)

Een gebied met een koning.

c)

Een gebied met een farao.

d)

Een gebied bestuurd door ambtenaren.

70.

Op welke twee manieren betaalden boeren belasting?

a)

Een deel van hun oogst afstaan.

b)

Geld betalen.

c)

Klusjes doen voor een opzichter.

d)

Bouwen aan koninklijke bouwwerken.

71.

Omstreeks welk jaar vonden Egyptenaren het schrift uit?

a)

4.000 v. Chr.

b)

3.500 v. Chr.

c)

3.000 v. Chr.

d)

2.500 v. Chr.

72.

Waar werd het hiërogliefenschrift voor gebruikt? Kies de twee juiste antwoorden.

a)

Godsdienstige teksten

b)

Administratie van de regering

c)

Brieven

d)

Muren van grafkamers

73.

Waarom kun je de cultuur van de Egyptenaren een beschaving noemen? Kies de juiste uitspraak.

a)

Omdat alle Egyptenaren op een beschaafde manier met elkaar omgingen.

b)

Omdat de cultuur van de Egyptenaren zich door de wetenschap en de kunst steeds verder ontwikkelde.

c)

Omdat de Egyptenaren in een landbouwstedelijke samenleving woonden.

d)

Omdat jagen en verzamelen niet meer het belangrijkste bestaansmiddel was.

74.

Noteer twee manieren waarop de sociale verschillen tussen de vrouwen is afgebeeld.

4 lines
75.

Kies de twee juiste zinnen.

a)

Als schrijver in het oude Egypte had je een mogelijkheid om een hogere status te krijgen.

b)

Bijna alle kinderen in het oude Egypte namen het beroep van hun ouders over.

c)

In het oude Egypte kon je gemakkelijk je sociale positie veranderen.

d)

Voor boeren en ambachtslieden was opklimmen op de sociale ladder in het oude Egypte niet mogelijk.

76.

Noteer:

- welke periode in de geschiedenis eindigde door de uitvinding van het schrift en

- welke periode in de geschiedenis begon door de uitvinding van het schrift.

4 lines
77.

Waarom was de uitvinding van het schrift zo belangrijk voor de Egyptenaren? Kies de twee juiste uitspraken.

a)

Alle Egyptenaren konden door de uitvinding van het schrift makkelijker met elkaar communiceren.

b)

Door het schrift kon de administratie van de belastingen veel beter en eerlijker worden bijgehouden.

c)

Door het schrift konden wetten worden vastgelegd.

d)

Door het schrift weten we nu meer van de Egyptenaren.

78.

In welk land ontstaat de ''Witte Nijl''?

a)

Soedan

b)

Tsjaad

c)

Uganda

d)

Ethiopië

79.

Welk land ligt ten westen van Egypte?

a)

Libië

b)

Soedan

c)

Marokko

d)

Uganda

80.

Wat is geen seizoen uit het oude Egypte?

a)

zaaitijd

b)

Groei- en oogsttijd

c)

Overstromingstijd

d)

droogtetijd

81.

Wat word er bedoeld met: ''Egypte, een geschenk van de nijl?

4 lines
82.

in welk land ontstaat de ''Blauwe Nijl''?

a)

Uganda

b)

Soedan

c)

Ethiopië

d)

Tsjaad

83.

Door welke 5 landen stroomt de Nijl?

a)

Uganda, Ethiopië, zuid Soedan, Soedan, Egypte

b)

Tsjaad, Soedan, Zuid Soedan, Egypte, Libië

c)

Egypte, Soedan, Zuid Soedan, Uganda, Eritrea

d)

Somalië, Ethiopië, Soedan, Zuid Soedan, Egypte

84.

In welke periode is er geen irrigatielandbouw mogelijk?

a)

Groei- en oogsttijd

b)

Overstromingstijd

c)

zaaitijd

85.

De voorkant van dit boek is historisch onjuist.

Wat klopt er niet?

Kies het juist antwoord hieronder:

a)

Er waren nog geen fietsen in het oude Egypte.

b)

Mummies waren niet geheel in verband gewikkeld.

c)

Er staat geen piramide op, dus het kan niet over mummies gaan

d)

Scarabeeën (soort mestkever) leefden niet in Egypte

86.

Een offer is een

a)

lichaam van een rijke dode

b)

een dure soort wijn

c)

geschenk aan de goden

d)

een soort kameel

87.

Een ambtenaar is

a)

de manier waarop in een land wetten worden gemaakt

b)

geld betalen aan de regering

c)

een rijke inwoner van Egypte

d)

iemand die voor de leiders van zijn land werkt

88.

Wat is geen ambacht?

a)

pottenbakken

b)

uitslapen

c)

timmerman

d)

muzikant

89.

Wat is het 'Schrift'?

a)

een uitgestorven diersoort

b)

tekens die klanken of woorden betekenen

c)

het grote boek van Sinterklaas

d)

een boek zonder lijntjes en plaatjes

90.

irrigatie is

a)

je ergeren aan anderen

b)

akkers beschermen tegen de zon

c)

de waterstand van de Nijl controleren

d)

water over land laten lopen

91.

De hiërogliefen ontstonden omdat men in Egypte ...

a)

de grote daden van de farao wilde beschrijven

b)

de belasting en de betaling van ambtenaren wilde bijhouden

c)

verslag wilde doen van oorlogen en veldslagen

d)

zorgen dat historici geschreven bronnen hadden

92.

Een samenleving is gelaagd als ...

a)

deze bestuurd wordt door een kleine groep ambtenaren.

b)

er slaven gebruikt worden voor de zware arbeid.

c)

vrouwen ongelijk behandeld worden ten opzichte van mannen.

d)

de samenleving in verschillende bevolkingslagen is verdeeld.

93.

De farao werd als god vereerd omdat hij:

a)

de leiding had over het land.

b)

de verdediging van het land leidde.

c)

hoge priesters benoemde.

d)

de waterhuishouding leidde.

94.

De taak van de priesters was dat ze:

a)

huwelijken sloten.

b)

de farao hielpen met besturen.

c)

de verering van de goden leidden.

d)

hun eigen land bewerkten.

95.

Niet alle leerstof uit dit hoofdstuk gaat over de prehistorie.

Wanneer eindigt de prehistorie in Egypte?

a)

± 5000 jaar voor Chr.

b)

± 4000 jaar voor Chr.

c)

± 3000 jaar voor Chr.

d)

± 2000 jaar voor Chr.

96.

Een hiëroglief is een:

a)

grafkamer in een piramide.

b)

schrijver van de farao.

c)

teken van mens, dier of ding uit het Egyptische schrift.

d)

kalkstenen beeld bij de rotsgraven.

97.

Een piramide is een:

a)

spits toelopend graf van een Egyptische koning.

b)

teken uit het Egyptische beeldschrift.

c)

bewerkt lichaam van een dode.

d)

koning in het Oude Egypte.

98.

Een mummie is:

a)

een belangrijke helper van de farao.

b)

het lichaam van een dode dat is bewerkt om bederf tegen te gaan.

c)

een kolossaal spits toelopend graf van een Egyptische koning.

d)

een teken uit het Egyptische beeldschrift.

99.

Waarom was de Nijl zo belangrijk?

a)

De overstromingen van de Nijl zorgde voor vruchtbare grond

b)

De Nijl zorgde voor voldoende water

c)

De Nijl was de grootste rivier in Egypte

d)

Op de Nijl konden mooie boottochten gemaakt worden

100.

Dat Egypte zich ontwikkelde tot een rijk en machtig land had te maken met

a)

de nijl en landbouwoverschotten

b)

sterke farao's

c)

veroveringen van het leger

d)

de goden

101.

Wat voor samenleving ontstond er in het Oude Egypte?

a)

landbouwsamenleving

b)

landbouw-stedelijke samenleving

c)

stedelijke samenleving

d)

industriële samenleving

102.

Wie had of hadden in het Oude Egypte de leiding?

a)

De ambtenaren

b)

De gewone Egyptenaren

c)

De farao

d)

De legeraanvoerders

103.

Egypte was een staat, wat betekent het begrip staat?

a)

de Egyptenaren leefden van de landbouw

b)

ze betaalden belasting aan de farao

c)

Stad waar mensen met verschillende beroepen samenleven

d)

Een land met duidelijke grenzen, één bestuur en dezelfde wetten en regels

104.

Het geloven in meerdere goden noemen we

a)

Polytheïsme

b)

Monotheïsme

c)

Natuurgodsdienst

d)

Offers

105.

Wat was de reden dat de Egyptenaren dergelijke wonderen zoals piramides konden bouwen?

a)

Door de voorspelbaarheid van de Nijl

b)

Door de invloed van buitenaardse wezens

c)

Door de ontdekking van nieuwe technologieën

d)

Door de hulp van Romeinse ingenieurs

106.

Wat was de rol van de farao's in het oude Egypte?

a)

Ze stonden aan het hoofd van het land en controleerden de ambtenaren

b)

Ze waren verantwoordelijk voor het onderwijs

c)

Ze waren de hoogste priesters van het land

d)

Ze waren de leiders van het leger

107.

Wat was de functie van de hiërogliefen in het oude Egypte?

a)

Ze dienden als symbolen voor handel met andere landen

b)

Ze werden gebruikt voor administratie en controle

c)

Ze werden gebruikt voor decoratie in tempels

d)

Ze waren een manier om belastingen te heffen

108.

Wat was de rol van Anubis in het dodenrijk volgens de Egyptenaren?

a)

Hij was de poortwachter die het hart van de doden woog

b)

Hij was de god van de oorlog

c)

Hij was de god van de zee

d)

Hij was de god van de landbouw

109.

Wat was de belangrijkste voorwaarde voor de ziel van een overledene om het rijk der doden te betreden?

a)

Het hebben van een groot standbeeld

b)

Het hebben van veel kinderen

c)

Het hebben van veel rijkdom

d)

Het bewaren van het lichaam en een goed geleid leven

110.

Wat was de functie van de tempel van Taffisier in Nederland?

a)

Het was een plek voor religieuze ceremonies

b)

Het was een geschenk van Egypte aan Nederland

c)

Het was een plek voor handel met Egypte

d)

Het was een museum voor Egyptische kunst

111.

Wat was de rol van de Nijl in de landbouw van Egypte?

a)

Het zorgde voor voorspelbare overstromingen en vruchtbare modder

b)

Het diende als handelsroute naar andere landen

c)

Het was een bescherming tegen vijandelijke invasies

d)

Het was een bron van drinkwater voor de bevolking

112.

Wat was de reden voor het ontstaan van het schrift bij de Egyptenaren?

a)

Om gedichten en verhalen vast te leggen

b)

Om de geschiedenis van farao's te documenteren

c)

Om belastingen te kunnen heffen en administratie bij te houden

d)

Om instructies voor de bouw van piramides door te geven

113.

Wat was de belangrijkste functie van de mummies in het oude Egypte?

a)

Ze waren bedoeld als bescherming tegen grafrovers

b)

Ze moesten het lichaam bewaren voor het hiernamaals

c)

Ze werden gebruikt als decoratie in tempels

d)

Ze dienden als voedsel voor de goden

114.

Wat was de rol van de farao's bij de bouw van monumenten zoals piramides?

a)

Ze werkten zelf mee als arbeiders

b)

Ze waren de architecten van de piramides

c)

Ze waren verantwoordelijk voor het onderhoud van de monumenten

d)

Ze zorgden voor de financiële middelen en het toezicht op de bouw

115.

Wie stond bovenaan de sociale piramide in het Oude Egypte?

a)

Boer

b)

Ambachtsman

c)

Priester

d)

Farao

116.

Wat was de rol van de schrijvers in het Oude Egypte?

a)

Het werken op het land

b)

Het vastleggen van belangrijke gebeurtenissen

c)

Het uitvoeren van religieuze rituelen

d)

Het maken van sieraden

117.

Wat was het basisvoedsel in het Oude Egypte?

a)

Zuivelproducten

b)

Fruit en noten

c)

Brood, bier en groenten

d)

Vlees, vis en groenten

118.

Wat was een belangrijk aspect van het dagelijks leven in het Oude Egypte?

a)

Het jagen op wilde dieren

b)

Het schrijven in hiërogliefen

c)

Het dragen van zware sieraden

d)

Het vechten in oorlogen

119.

Wat zorgde voor vruchtbare landbouwgrond in het Oude Egypte?

a)

Regelmatige regenval

b)

Moderne irrigatiesystemen

c)

Ondergrondse waterbronnen

d)

De Nijl en zijn overstromingen

120.

Wat was de rol van de farao in het Oude Egypte?

a)

Het besturen van het land als hoogste heerser

b)

Het uitvoeren van religieuze rituelen

c)

Het werken op het land

d)

Het maken van sieraden

121.

Wat was de functie van de ambachtslieden in het Oude Egypte?

a)

Het maken van potten, sieraden en beelden

b)

Het uitvoeren van religieuze rituelen

c)

Het werken op het land

d)

Het vastleggen van belangrijke gebeurtenissen

122.

Wat was de kleding van de rijke Egyptenaren gemaakt van?

a)

Katoen

b)

Zware wol

c)

Zijde

d)

Licht linnen

Similar Resources on Wayground