wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Krachten: grootheid, effecten en soorten (inleiding)

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het symbool voor kracht?

a)

F

b)

N

c)

K

d)

S

2.

Welke verandering is er op getreden op het cola blikje?

a)

Verandering van gewicht

b)

Verandering van vorm

c)

Verandering van kleur

d)

Verandering van massa

3.

Met welke kracht heb je niet te maken als je naar huis fietst?

a)

Wrijvingskracht

b)

Spierkracht

c)

Magnetische kracht

d)

Zwaartekracht

4.

Wat is het gevolg van de kracht op de spons?

a)

elastische vervorming

b)

plastische vervorming

c)

versnellen

d)

vertragen

e)

van richting veranderen

5.

Welke kracht zorgt voor het bewegen van de schaatser?

a)

spierkracht

b)

zwaartekracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

e)

elektrostatische kracht

6.

Welke kracht werkt in op de auto?

a)

zwaartekracht

b)

gewicht

c)

elektrostatische kracht

d)

magnetische kracht

e)

wrijvingskracht

7.

Welke kracht wilt men tijdens het tijdrijden zo klein mogelijk houden?

a)

Duwkracht

b)

Trekkracht

c)

Zwaartekracht

d)

Wrijvingskracht

8.

Welke kracht zorgt ervoor dat regendruppels naar beneden vallen?

a)

Trekkracht

b)

Duwkracht

c)

Wrijvingskracht

d)

Zwaartekracht

9.

een massa van 50 Kg heeft een zwaartekracht van

a)

50N

b)

500N

c)

5000N

d)

50000N

10.

Is ons gewicht op de aarde hetzelfde als op de maan?

a)

Ja

b)

Nee

11.

Welke kracht herken je op afbeelding?

a)

zwaartekracht

b)

veerkracht

c)

wrijvingskracht

d)

luchtweerstand

e)

gewicht

12.

Welke kracht herken je op afbeelding?

a)

zwaartekracht

b)

veerkracht

c)

wrijvingskracht

d)

luchtweerstand

e)

gewicht

13.
krachten kunnen
a)
de kleur van een voorwerp veranderen
b)
de temperatuur van een voorwerp veranderen
c)
de snelheid van een voorwerp veranderen
d)
niets aan een voorwerp veranderen
14.

Je rijdt 150 km. Je doet er 3 uur over. Wat is je gemiddelde snelheid?

a)

5 km/h

b)

50 km/h

c)

15 km/h

d)

150 km/h

15.

Waarvoor dient de veiligheids-gordel in je auto?

a)

Zodat de vorm van de auto niet veranderd bij een botsing.

b)

Zodat de airbag op tijd opgeblazen kan worden.

c)

Zodat de kracht op je lichaam kleiner wordt bij een botsing

16.

Met welk toestel wordt een kracht gemeten?

(a)  

17.

Bij welke natuurwetenschap past dit hele thema?

a)

fysica

b)

chemie

c)

biologie

18.

Bij welke natuurwetenschap past "de olifant"?

(a)  

19.

Wie bedacht in 1687 de zwaartekracht-theorie?

a)

Nicolaus Copernicus

b)

Galileo Galilei

c)

Sir Isaac Newton

d)

Wiliam Parsons

20.

Wat is het symbool voor de SI-eenheid van kracht?

a)

F

b)

V

c)

I

d)

p

e)

N