wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

cellen en organen

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Welke van deze onderdelen hebben dierlijke cellen niet?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Celwand

2.

Cellen zijn plat

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Dierlijke cellen hebben bladgroenkorrels

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Wat is het celmembraan?

a)

Dat is hetzelfde als de celwand

b)

Dat bestaat niet

c)

Dat regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Een dun vlies om het celplasma

5.

Wat is een orgaan?

a)

Een deel van een organisme met een eigen taak

b)

Je verteringsstelsel

c)

Je ademhalingsstelsel

d)

Een cel

6.

Waar pak je een microscoop aan vast?

a)

De statief

b)

De tubus

c)

De oculair

d)

De tafel

7.

Wat is een weefsel?

a)

Een ander woord voor orgaan

b)

Een groep organen bij elkaar

c)

Alle cellen in ons lichaam

d)

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie

8.

Vindt in de periode van stadium 3 tot en met stadium 5 meiose plaats?

En vindt in die periode mitose plaats?

a)

Alleen mitose

b)

Alleen meiose

c)

Meiose en mitose

9.

Welk orgaan wordt met nummer 10 aangegeven?

a)

Lever

b)

Longen

c)

Maag

d)

Nieren

e)

Slokdarm

10.

Welk orgaan wordt met nummer 2 aangegeven?

a)

Lever

b)

Longen

c)

Maag

d)

Nieren

e)

Slokdarm

11.

Twee levenskenmerken zijn ademhalen en reageren op prikkels.

Welke levenskenmerken zijn er nog meer?

a)

Ademhalen

b)

Bewegen

c)

Proeven

d)

Ruiken

12.

Hoeveel chromosomen bevinden zich in een lichaamscel van een mens?

a)

23

b)

46

13.

Waar vind je de chromosomen in een levercel?

a)

celkern

b)

celwand

c)

cytoplasma

14.

Een ander woord voor gewone celdeling is ...

a)

meiose

b)

mitose

15.

Een chromosoom bestaat uit ...

a)

DNA

b)

DNA en eiwitten

c)

eiwitten

d)

celkern

16.

In lichaamscellen komen chromosomen altijd ...

a)

enkel voor

b)

in paren voor

17.

In de afbeelding zie je een bepaalde type korrel.

Welke korrels zijn er in de afbeelding te zien?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Kleurstofkorrels

c)

Zetmeelkorrels

18.

Welk orgaanstelsel is aangegeven met nummer 1?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Hersenstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Zenuwstelsel

19.

Welk onderdeel is nummer 7?

a)

Tubus

b)

Revolver

c)

Oculair

d)

Statief

20.

Waarmee klem je een preparaat vast?

a)

Grote schroef

b)

Preparaatklemmen

c)

Tafel

d)

Diafragma

21.
Chromosomen zijn altijd zichtbaar door een microscoop.
a)
Juist
b)
Misschien
c)
Soms
d)
Onjuist
22.
A. Tafel helemaal omlaag draaien en objectief 4x 
B. Tafel omhoog draaien met de grote schroef
C. Preparaat tussen de klemmen en lampje aan
D. Nauwkeurig scherpstellen met kleine schroef
E. Ongeveer scherpstellen met de grote schroef
Wat is de juiste volgorde?
a)
A - C - B - E - D
b)
A - B - C - D -E
c)
A - B - D -C -E
d)
B - A - C -E - D
23.
wat veroorzaakt de gele kleur van de paprika?
a)
Plastiden
b)
Bladgroenkorrels
c)
Zetmeelkorrels
d)
Kleurstofkorrels
24.

Ratten en mensen zijn zoogdieren. De bouw van een celkern is bij alle zoogdieren in principe gelijk.

Van een bruine rat bevatten bepaalde cellen per kern in totaal 21 verschillende chromosomen.

Zijn deze cellen geslachtscellen of lichaamscellen? Of is dat niet te zeggen?

a)

geslachtscellen

b)

lichaamscellen

c)

dat is niet te zeggen

25.

Bij welk proces treedt bij de meeste dieren meiose op?

a)

bij de bevruchting

b)

bij de vorming van geslachtscellen

c)

bij ongeslachtelijke voortplanting

d)

bij de deling van bijvoorbeeld huidcellen

26.

Welk begrip past het beste bij geslachtscellen?

a)

Reductiedeling

b)

DNA en eiwit

c)

Mitose

27.
a)

Dit is mitose

b)

Dit is meiose

28.
Waarom is mitose nodig?
a)
Voor de vorming van geslachtscellen
b)
Voor de vorming van chromosomen
c)
Voor de vervanging van afgestorven cellen
d)
Voor de celdeling