wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nova hoofdstuk 1

Total questions: 66

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.

Wat bestudeert natuurkunde?

a)

De niet-levende natuur

b)

De oceanen

c)

De levende natuur

d)

De sterren

2.

Wie ontdekte röntgenstraling?

a)

Albert Einstein

b)

Wilhelm Conrad Röntgen

c)

Galileo Galilei

d)

Isaac Newton

3.

Wat gebeurt er met een metalen staaf als je deze verhit?

a)

Hij zet uit

b)

Hij verandert van kleur

c)

Hij blijft hetzelfde

d)

Hij wordt korter

4.

Wat is een voorbeeld van een tijdelijke verandering?

a)

Vorming van roet

b)

Verroesten van een spijker

c)

Smelten van kaarsvet

d)

Verbranden van hout

5.

Wat is een grootheid?

a)

Een onderzoeksvraag

b)

Een meetinstrument

c)

Een eigenschap die je kunt meten

d)

Een soort stof

6.

Wat gebruik je om de temperatuur te meten?

a)

Een thermometer

b)

Een stopwatch

c)

Een liniaal

d)

Een weegschaal

7.

Wat is de eenheid voor massa?

a)

Kilogram

b)

Meter

c)

Seconde

d)

Liter

8.

Wat gebeurt er met water als het vriest?

a)

Het verdampt

b)

Het verandert in damp

c)

Het blijft vloeibaar

d)

Het verandert in ijs

9.

Wat is een hypothese?

a)

Een onderzoeksvraag

b)

Een definitief antwoord

c)

Een voorlopig antwoord

d)

Een meetresultaat

10.

Wat gebruik je om de massa te meten?

a)

Een thermometer

b)

Een liniaal

c)

Een weegschaal

d)

Een stopwatch

11.

Wat is een voorbeeld van een blijvende verandering?

a)

Smelten van ijs

b)

Verbranden van hout

c)

Drogen van was

d)

Uitzetten van een staaf

12.

Wat gebeurt er met een rubberen bal als je deze verhit?

a)

Hij zet uit

b)

Hij verandert van kleur

c)

Hij blijft hetzelfde

d)

Hij wordt harder

13.

Wat is een voorbeeld van een scheikundige verandering?

a)

Smelten van boter

b)

Verbranden van papier

c)

Verdampen van alcohol

d)

Uitzetten van lucht

14.

Wat gebruik je om de lengte te meten?

a)

Een thermometer

b)

Een liniaal

c)

Een weegschaal

d)

Een stopwatch

15.

Wat is de functie van een thermometer?

a)

Om de temperatuur te meten

b)

Om de massa te meten

c)

Om de lengte te meten

d)

Om de tijd te meten

16.

Wat gebeurt er met een glas water als je het verwarmt?

a)

Het blijft hetzelfde

b)

Het verdampt

c)

Het verandert in ijs

d)

Het wordt kouder

17.

Wat is een voorbeeld van een natuurkundig verschijnsel?

a)

Verbranden van papier

b)

Smelten van ijzer

c)

Roesten van een spijker

d)

Fermenteren van melk

18.

Wat is de functie van een weegschaal?

a)

Om de temperatuur te meten

b)

Om de massa te meten

c)

Om de lengte te meten

d)

Om de tijd te meten

19.

Wat gebeurt er met een stuk ijzer als het roest?

a)

Het blijft hetzelfde

b)

Het verandert van kleur

c)

Het wordt brozer

d)

Het smelt

20.

Wat is de eenheid voor temperatuur?

a)

Graden Celsius

b)

Kilogram

c)

Meter

d)

Liter

21.

Wat gebeurt er met een vloeistof als je deze afkoelt?

a)

Het verdampt

b)

Het verandert in gas

c)

Het blijft vloeibaar

d)

Het verandert in vaste stof

22.

Wat is de eenheid voor druk?

a)

Pascals

b)

Graden Celsius

c)

Liter

d)

Kilogram

23.

Wat is de functie van een pipet?

a)

Om de temperatuur te meten

b)

Om vloeistoffen over te brengen

c)

Om de massa te meten

d)

Om de lengte te meten

24.

Wat is de eenheid voor volume?

a)

Liter

b)

Kilogram

c)

Meter

d)

Graden Celsius

25.

Wat gebeurt er met een ballon als je deze opwarmt?

a)

Hij krimpt

b)

Hij blijft hetzelfde

c)

Hij zet uit

d)

Hij barst

26.

Wat is de functie van een thermometer?

a)

Om de massa te meten

b)

Om de temperatuur te meten

c)

Om de druk te meten

d)

Om de lengte te meten

27.

Wat is de eenheid voor massa?

a)

Grammen

b)

Liters

c)

Metres

d)

Graden Celsius

28.

Wat gebruik je om de druk te meten?

a)

Een manometer

b)

Een thermometer

c)

Een liniaal

d)

Een weegschaal

29.

Wat gebeurt er met een vloeistof als je deze verwarmt?

a)

Het wordt kouder

b)

Het verdampt

c)

Het verandert in vaste stof

d)

Het blijft hetzelfde

30.

Wat gebeurt er met een gas als je het afkoelt?

a)

Het condenseert

b)

Het blijft hetzelfde

c)

Het verdampt

d)

Het verandert in vaste stof

31.

Wat is de functie van een bureauthermometer?

a)

Om de temperatuur in een ruimte te meten

b)

Om de druk te meten

c)

Om de massa te meten

d)

Om de snelheid te meten

32.

Wat is een voorbeeld van een chemische reactie?

a)

Smelten van ijs

b)

Verbranden van hout

c)

Verdampen van water

d)

Uitzetten van een gas

33.

Wat gebeurt er met een stuk hout als het verbrandt?

a)

Het blijft hetzelfde

b)

Het verandert in as

c)

Het smelt

d)

Het wordt harder

34.

Wat is de eenheid voor druk?

a)

Pascal

b)

Liter

c)

Kilogram

d)

Meter

35.

Wat is een voorbeeld van een chemische reactie?

a)

Smelten van ijzer

b)

Verbranden van gas

c)

Verdampen van water

d)

Uitzetten van lucht

36.

Wat is de eenheid voor temperatuur?

a)

Graden Celsius

b)

Grammen

c)

Liters

d)

Metres

37.

Wat gebeurt er met een vloeistof als je deze verwarmt?

a)

Het verdampt

b)

Het bevriest

c)

Het blijft hetzelfde

d)

Het verandert in gas

38.

Wat is de functie van een barometer?

a)

Om de temperatuur te meten

b)

Om de druk te meten

c)

Om de massa te meten

d)

Om de snelheid te meten

39.

Wat is de functie van een spectroscoop?

a)

Om licht te meten

b)

Om geluid te meten

c)

Om temperatuur te meten

d)

Om druk te meten

40.

Wat gebeurt er met een gas als je het afkoelt?

a)

Het zet uit

b)

Het blijft hetzelfde

c)

Het verandert in vloeistof

d)

Het verdampt

41.

Wat is de eenheid voor energie?

a)

Joule

b)

Watt

c)

Volt

d)

Newton

42.

Wat is de eenheid voor temperatuur?

a)

Graden Celsius

b)

Pascals

c)

Liter

d)

Kilogram

43.

Wat is de functie van een thermometer?

a)

Om de druk te meten

b)

Om de temperatuur te meten

c)

Om de massa te meten

d)

Om de snelheid te meten

44.

Wat is een voorbeeld van een chemische verandering?

a)

Smelten van ijs

b)

Verbranden van hout

c)

Verdampen van water

d)

Smelten van kaarsvet

45.

Wat is de eenheid voor druk in de lucht?

a)

Pascals

b)

Bar

c)

Grammen

d)

Liters

46.

Wat gebeurt er met een gas als je het onder druk zet?

a)

Het blijft hetzelfde

b)

Het expandeert

c)

Het condenseert

d)

Het verandert in vloeistof

47.

Wat is een voorbeeld van een fysische verandering?

a)

Verbranden van papier

b)

Smelten van ijs

c)

Roesten van ijzer

d)

Fermenteren van druiven

48.

Wat voor foto is dit?

a)

Gekke foto

b)

Ultravioletfoto

c)

Röntgenfoto

d)

Infaroodfoto

49.

Waarom zijn veiligheidsregels belangrijk

a)

Techniek, natuurkunde en scheikunde zijn gewone lokalen

b)

Techniek, natuurkunde en scheikunde zijn niet gewone lokalen

50.

Wat moet je aantrekken als je proefjes doet in een scheikunde lokalen?

a)

niks

b)

labjas

c)

labjas en veiligheidsbril

51.

Als je gaat werken met de elektrische zaag in de techniekruimte waar moet je dan denken

a)

draag veiligheidsbril

b)

draag veiligheidsbril, bind haren vast waar nodig,

c)

draag veiligheidsbril, bind haren vast waar nodig, geen losse kleding

d)

draag veiligheidsbril, bind haren vast waar nodig, geen losse kleding, eet een broodje

52.

Wat is dit?

a)

voetenbadje

b)

noodouche

c)

noodstop

d)

oogdouche

53.

Wat is dit

a)

douche

b)

oranje paal

c)

nooddouche

d)

oogdouche

54.

Wat is dit

a)

noodstop

b)

quizknop

c)

rode knop

d)

geel kastje

55.

Wat is dit?

a)

lasersnijder

b)

kolomboor

c)

schuurmachine

d)

elektrische figuurzaagmachine

56.

Wat is dit?

a)

kolomboor

b)

schuurmachine

c)

elektrische figuurzaag

d)

lasersnijder

57.

Wat is dit?

a)

kolomboor

b)

schuurmachine

c)

elektrische figuurzaag

d)

lasersnijder

58.

Wat is dit?

a)

3d printer

b)

lasersnijder

c)

soldeerbout

d)

elektrisch figuurzaag

59.

Wat is dit?

a)

soldeerbout

b)

3d printer

c)

lasersnijder

d)

zaagmachine

60.

Wat is dit?

a)

lasersnijder

b)

figuurzaag

c)

schuurmachine

d)

soldeerbout

61.

Hoe heet dit?

a)

bumbumbrander

b)

mumsumbrander

c)

bunsenbrander

d)

frumsenbrander

62.

Wat betekent dit symbool?

a)

brandbaar

b)

giftig

c)

bijtend

63.

Wat betekent dit symbool?

a)

brandbaar

b)

giftig

c)

bijtend

64.

Wat betekent dit symbool?

a)

brandbaar

b)

giftig

c)

bijtend

65.

Het is eigenlijk een manier om de wereld te onderzoeken en beter te begrijpen. Naar welk woord zijn we op zoek

(a)  

66.

Dit vak kijkt naar alles wat leeft, zoals planten, dieren en mensen

a)

natuurkunde

b)

scheikunde

c)

biologie