wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voorkennis Havo 4 H3 Klimaat en landschappen

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Op lage breedte heeft de zon een ...... invalshoek

a)

grote

b)

kleine

2.
De kant van het gebergte waar het weinig regent.
a)
De droge kant
b)
De stuwingszijde
c)
Woestijnzijde
d)
Regenschaduw
3.
De hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken.
a)
A. De zomerstand van de aarde
b)
B. De winterstand van de aarde
c)
C. De zonnewende
d)
D. Invalshoek van de zon
4.
Regen die ontstaat wanneer lucht tegen de bergen aanwaait en gedwongen wordt te stijgen.  
a)
Stijgingsregen
b)
Frontale regen
c)
Moesson
d)
Stuwingsregen
5.
De evenaar is een breedtecirkel. Is deze zin juist of onjuist?
a)
Juist
b)
Onjuist
6.

Wat verstaan we onder een stijgingsregen ?

a)

warme lucht die tegen koude lucht opstijgt waardoor het gaat regenen

b)

regen die door opstijgende warme lucht ontstaat

c)

wolken die langs een berg komen en moeten stijgen

7.

De foto is een voorbeeld van...

a)

stijgingsneerslag

b)

stuwingsneerslag

c)

frontale neerslag

8.

Juist of onjuist? De draagkracht van de aarde staat onder druk door het gebruik van duurzame energie.

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Welke gevolgen van klimaatverandering horen bij Nederland?

a)

Zeespiegelstijging, hittegolven, regenbuien en stijgende rivieren

b)

Zeespiegelstijging, hittegolven, regenbuien en overstromingen

c)

Stijgende rivieren, zeespiegelstijging, regenbuien en overstromingen

d)

Stijgende rivieren, zeespiegelstijging, overstromingen en hittegolven

10.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaat kringloop

c)

Waterkringloop

d)

Waterwegen

11.

Stijgingsregens komen vooral voor in het tropische regenwoud, omdat ....

a)

warme lucht daar botst met koude lucht

b)

koude lucht daar daalt en opwarmt

c)

warmte lucht opstijgt en afkoelt

d)

koude lucht opstijgt en opwarmt

12.

Wat betekent klimaat?

a)

Het gemiddelde weer over een periode van 10 jaar.

b)

Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

c)

Het gemiddelde weer over een periode van 50 jaar.

d)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment.