wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Afsluitquiz Krachten

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

een massa van 50 Kg heeft een zwaartekracht van

a)

50N

b)

500N

c)

5000N

d)

50000N

2.

Wat is de eenheid van zwaartekracht?

a)

Gram

b)

Kilogram

c)

m/s

d)

Newton

3.

Wat is een ander woord voor een vector?

a)

Snelheid

b)

Een pijl

c)

Newton

d)

Versnelling

4.

Zwaartekracht werkt omhoog.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Wanneer de bewegingstoestand veranderd, spreken we van een...

a)

Plastische vervorming

b)

Dynamisch effect

c)

Elastische vervorming

d)

Statisch effect

6.

Wat is het gevolg van de kracht op de spons?

a)

elastische vervorming

b)

plastische vervorming

c)

versnellen

d)

vertragen

e)

van richting veranderen

7.

Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpings-punt.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

John slaat met een stok tegen een bal.

            Wat gebeurt er met de bal als John de bal raakt?

a)

De bal verandert van grootte, richting en snelheid.

b)

De bal verandert van grootte, richting en vorm.

c)

De bal verandert van grootte, snelheid en vorm.

d)

De bal verandert van richting, snelheid en vorm.

9.

Welke factor speelt geen rol bij een kracht

a)

Grootte

b)

Richting

c)

Aangrijpingspunt

d)

Tijd

10.

Welke kracht wordt afgebeeld op deze tekening?

a)

Zwaartekracht

b)

Duwkracht

c)

Trekkracht

d)

Wrijvingskracht

11.

Welke kracht wilt men tijdens het tijdrijden zo klein mogelijk houden?

a)

Duwkracht

b)

Trekkracht

c)

Zwaartekracht

d)

Wrijvingskracht

12.

Je hebt een gewicht van 4kg, hoeveel zwaartekracht werkt er op dit gewicht?

a)

0,4N

b)

4N

c)

40N

d)

400N

13.

Een wielrenner fietst 11 m/s

Bereken de snelheid in km/h

(a)  

14.

Wat is de eenheid van snelheid?

a)

km/h

b)

m/s

c)

N

d)

x/t

15.

Ik slaag op een bol klei en deze vervormt. Dit is een voorbeeld van een...

a)

statisch effect

b)

dynamisch effect

c)

stofomzetting

d)

faseovergang

16.

Bij een vrije val heb je geen massa maar wel gewicht.

a)

waar

b)

niet waar

17.

De richting van de kracht is ...

a)

rechts

b)

500 N

c)

horizontaal

d)

evenwijdig

18.

De zin van de kracht is ...

a)

rechts

b)

500 N

c)

horizontaal

d)

evenwijdig

19.

Op de afbeelding zie je een verschillend(e) ...

a)

zin

b)

richting

c)

aangrijpingspunt

d)

kracht

20.

Bij welke natuurwetenschap past dit hele thema?

a)

fysica

b)

chemie

c)

biologie