Font size
WorksheetsN2: M1: Hfst1: Transformaties van het vlak (Rotaties)
Total questions: 20
Worksheet time: 11mins
r(O, 90°)(B) =
(a)
r(O, −135°)(B) =
(a)
r(O, 45°)(B) =
(a)
r(O, −90°)(V) =
(a)
Een rotatie met centrum O over - 60° draait in
Tegenwijzerzin
Wijzerzin
Een rotatie met centrum O over 140° draait in
Tegenwijzerzin
Wijzerzin
r(O, 210°)(J) =
(a)
r(O, −60°)(A) =
(a)
r(O, ?°)(P) =T
(a)
r(O, 270°)(?) =W
(a)
r(A, −60°)(B) =
(a)
r(D, 180°)(C) =
(a)
r(H, −120°)(?) =F
(a)
r(H, −?°)(B) =D
Opgelet: vergeet je - niet in je oplossing te typen!
(a)
r(Y, 120°)(D) =
(a)
r(Y, −60°)(X) =
(a)
r(Y, −210°)(?) =N
(a)
r(Y, 30°)(?) =I
(a)
Deze figuur bestaat uit gelijkzijdige driehoeken.
In een gelijkzijdige driehoek zijn de hoeken altijd 60°.
r(K, −120°)(F) =
(a)
Deze figuur bestaat uit gelijkzijdige driehoeken.
In een gelijkzijdige driehoek zijn de hoeken altijd 60°.
r(M, −60°)(I) =
(a)
