wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

elasticiteit

Total questions: 10

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

De verandering van Qv is ..%

(a)  

2.

De prijs is veranderd met ..%

(a)  

3.

Als de prijs van een product met 20% stijgt en de vraag daalt met 5%, dan is de elasticiteit:

a)

-0,25

b)

-4

c)

-0,4

d)

-1,25

4.

sigaretten zijn verslavend...

a)

het is een inelastisch product

b)

het is een elastisch product

c)

als de prijs stijgt met 1% zal de vraag dalen met minder dan 1%

d)

als de prijs stijgt met 1% zal de vraag dalen met meer dan 1%

5.

oesters hebben een prijselasticiteit van -1.1

a)

vaak worden oesters door rijken gekocht, waardoor de elasticiteit lager denk dan je op het eerste zicht zou denken

b)

oesters zijn noodzakelijk

c)

er zijn veel alternatieven

d)

oesters zijn een luxeproduct

6.

de aankoop van een hoed ken een prijselasticiteit van -3.0

a)

als de prijs stijgt met 1%, stijgt de vraag met 3%

b)

als de prijs stijgt met 1%, daalt de vraag met 3%

c)

hoeden kopen is verslavend, de vraag zal dus niet veranderen

d)

de vraag is elastisch

7.

Zout heeft een prijselasticiteit van -0.1.

a)

de vraag naar zout is elastisch

b)

de vraag naar zout is inelastisch

c)

zout is een luxeproduct en wordt typisch door rijken gekoch

d)

er zijn geen alternatieven voor zout

8.

Als de waarde van de inkomenselasticiteit groter is dan 1 dan is er sprake van een...

a)

Noodzakelijk goed

b)

Inferieur goed

c)

Luxe goed

9.

De waarde van de inkomenselasticiteit geeft aan met hoeveel procent de vraag verandert als de prijzen met 1% veranderen.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

REKENEN:


De vraag naar frikandelbroodjes in de kantine kan worden weergegeven met de volgende formule:


Qv = -2p + 0,2Y + 3.

Qv = aantal broodjes

P = prijs van een broodje in euro's

Y = inkomen per week.


De prijs van een frikandelbroodje is €1.50. Stel dat het inkomen van Marijke stijgt van €20 naar €25.


Bereken de inkomenselasticiteit als het inkomen stijgt van 20 naar 25 euro?

a)

0,8

b)

1,25

c)

20

d)

25