wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz ademhaling (tussentijds)

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Het is belangrijk dat we inademen via de neus omdat de neus de ingeademde lucht verwarmt, bevochtigt en zuivert.

a)

waar

b)

niet waar

2.

In de longen hebben we longblaasje genoemd. De longblaasjes zijn omgeven door haarvaten. Op deze plaats gebeurt de gasuitwisseling van O2 en CO2 omdat zowel de longblaasjes als de haarvaten doorlaatbaar zijn .

a)

waar

b)

niet waar

3.

Als we inademen gaat het diafragma of middenrif naar beneden en duwt zo de inhoud van de buik naar voor. Bij het inademen zie je dus de buik uitzetten.

a)

waar

b)

niet waar

4.

Op de afbeelding is een longblaasje weergeven. Op welke plek bevindt zich zuurstofrijk bloed?

a)

1

b)

2

c)

3

5.

Gebruik de afbeelding hiernaast. Lucht verplaatst zich van ...... naar ......

a)

Van 1 naar 2

b)

Van A naar B

c)

Van 1 naar A

d)

Van 2 naar B

6.

Welk nummer geeft de kraakbeenring weer?

a)

Nummer 2

b)

Nummer 6

c)

Nummer 8

d)

Nummer 10

7.

Energie dat vrijkomt bij verbranding wordt gebruikt voor:

a)

beweging en het behouden van vocht

b)

warmte en beweging

8.

Waar of niet waar? P staat voor zuurstof op de afbeelding hiernaast.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Bekijk de afbeelding hiernaast. Vergelijk de stand van het middenrif (zwartgekleurd). Welk moment geeft de inademing weer?

a)

Moment 1

b)

Moment 2

10.

Wat is de indicator voor CO2

a)

lugol

b)

jodium

c)

helder kalkwater

d)

diastix

11.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)

zuurstofgas

c)

stikstofgas

d)
geen van de 3 genoemde
12.

Welke persoon heeft de grootse vitale capaciteit?

a)

Jongen van 14 jaar die sport

b)

Jongen die niet sport

c)

Meisje van 14 jaar dat sport

d)

Meisje dat niet sport

e)

Jongen van 18 jaar die sport

13.

Uitgeademde lucht bevat meer ..?

a)

Zuurstofgas (O2)

b)

Stikstof (N)

c)

Koolstofdioxide (CO2)

d)

Waterstof (H)

14.

Uit hoeveel kwabben bestaat de linker en rechter long?

a)

rechter long 3 en linker long 1

b)

Beide 3

c)

rechter long 2 en linker long 3

d)

rechter long 3 en linker long 2

15.

Benoem cijfertje 5.

a)

Longblaasje

b)

longtak

c)

Longhaarvat

d)

longpijptak

16.

Benoem cijfertje 1.

a)

Longblaasjes

b)

Luchtpijp

c)

Longtak

d)

Longhaarvaten

17.

Welke long is het kleinst?

a)

linkerlong

b)

rechterlong

18.

Welke weg legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?

a)

Neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-luchtpijptak

b)

neusholte-luchtpijptak-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp

c)

neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-luchtpijptak

d)

keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-luchtpijptak

19.

Waarvoor dienen de kraakbeenringen in je luchtpijp?

a)

om de luchtpijp open te houden

b)

om de bloedvaten stevigheid te geven

c)

om de longblaasjes te verstevigen

20.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig