wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3B Oefentoets Hoofdstuk 3

Total questions: 9

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Noem een nadeel van sparen.

(a)  

2.

Stel je hebt € 8.000,- op je spaarrekening staan en je bank geeft 2% rente per jaar.

Hoeveel rente krijg je na 1 jaar?

(a)  

3.

Anneloes heeft € 10.000 op haar spaarrekening. Ze krijgt 6% rente per jaar.


Bereken welk bedrag Anneloes aan rente krijgt na een periode van vier maanden. Laat je berekening zien.

(a)  

4.

Als je een krediet bij een bank afsluit dan betaal je:

a)

Rente en aflossing

b)

Termijnbedragen en aflossing

c)

Termijnbedragen en rente

5.

Suzanne leent € 8.000. Ze betaalt daarna 24 maanden lang € 400 per maand om de lening af te lossen. Bereken hoeveel rente ze in totaal over deze lening betaalt. Met andere woorden: Hoeveel betaalt Suzanne extra terug? Laat je berekening zien.

 

(a)  

6.

Veel gezinnen budgetteren af en toe.

Kies wanneer het noodzakelijk is om te budgetteren.

 

 

a)

Als het gezinsinkomen is gestegen

b)

Als je een blijvend tekort hebt

c)

Als je een tijdelijk tekort hebt

7.

Renske wil een wereldreis maken. Ze had € 1.000 gereserveerd  voor deze wereldreis. Als ze € 1.500 bij elkaar heeft gespaard, wil ze vertrekken. Maar toen haar fiets werd gestolen, moest ze voor een nieuwe fiets € 300 opnemen uit haar reserves.

Bereken hoeveel Renske nog moet sparen voor de wereldreis na aankoop van de fiets. Laat je berekening zien.

 

(a)  

8.

Makwan koopt een scooter voor € 3200. Hij wil deze over twee jaar inruilen als hij zijn volgende scooter koopt. Stel, hij krijgt er dan € 800 voor. De volgende scooter zal even duur zijn als de scooter die hij nu koopt.


Bereken hoeveel Makwan twee jaar lang maandelijks moet reserveren voor de aankoop van zijn volgende scooter. Laat je berekening zien.

(a)  

9.

Wat is een voorbeeld van een incidentele uitgave

a)

boodschappen

b)

telefoonrekening

c)

nieuwe auto