wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formatieve toets Havo/VWO 3

Total questions: 9

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een ander woord voor omzetbelasting?

a)

belasting op goederen

b)

inkomstenbelasting

c)

btw

d)

verkoopbelasting

2.

Olivia heeft een product gekocht dat €378,50 kost exclusief BTW.
A) Wat is de prijs als er op dit product 9% BTW komt?

B) Nu gaat de BTW van 9% naar 21%. Wat is de prijs nu?

4 lines
3.

In een klas van 30 leerlingen hebben 18 leerlingen een voldoende gehaald. Welk percentage van de klas heeft een voldoende?

a)

166,7%

b)

55%

c)

60%

d)

40%

4.

De overheid verhoogt de belasting op tabaksproducten. Dit is een voorbeeld van een specifieke belasting. Welke vorm van belasting is dit (direct of indirect), en hoe heet deze specifieke belasting?

4 lines
5.

Noem een voorbeeld van een volksverzekering

4 lines
6.

Sociale uitkeringen in Nederland zijn een vorm van overdrachtsuitgaven.

Leg uit wat overdrachtsuitgaven zijn en waarom sociale uitkeringen onder deze uitgaven vallen.

4 lines
7.

Een winkel verkoopt schoenen voor €100 per paar. Het maken van één paar schoenen kost €60 aan grondstoffen, arbeid, en andere kosten.

a. Bereken de toegevoegde waarde van de winkel per paar schoenen.
b. Leg uit waarom de overheid primaire producten zoals onderwijs en gezondheidszorg aanbiedt

4 lines
8.

Een bedrijf had in 2022 een omzet van €500.000. In 2023 steeg de omzet naar €600.000.

a. Bereken de procentuele verandering van de omzet.
b. Zet het omzetbedrag van 2022 en 2023 om in indexcijfers, waarbij 2022 als basisjaar (100) wordt genomen.

4 lines
9.

Een land binnen de EU heeft in 2023 een bruto binnenlands product (bbp) van €500 miljard. De staatsschuld bedraagt €280 miljard, en het begrotingstekort is €12 miljard.

a. Bereken de staatsschuldquote (staatsschuld als percentage van het bbp).
b. Bereken het begrotingstekort als percentage van het bbp.

4 lines