wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geschiedenis - Produceren

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat kenmerkte de levensstijl van mensen tijdens de Paleolithische periode?

a)

Ze bouwden grote steden en handelsnetwerken.

b)

Ze waren sedentair en bewerkten land.

c)

Ze waren nomadisch en gericht op overleving.

d)

Ze waren gespecialiseerd in metaalbewerking.

2.

Welke significante verandering vond plaats na de Neolithische Revolutie?

a)

Mensen vertrouwden uitsluitend op jagen.

b)

Mensen werden nomadisch.

c)

Mensen begonnen zich te specialiseren in verschillende beroepen.

d)

Mensen stopten met het maken van gereedschap.

3.

Welke beschaving staat bekend om zijn hoogwaardige metaalbewerking rond 800 – 50 v.Chr.?

a)

De Romeinen

b)

De Egyptenaren

c)

De Kelten

d)

De Grieken

4.

Welke productietechnieken gebruikten de Romeinen?

a)

Exclusief dierenkracht

b)

Alleen handwerk

c)

Alleen textielproductie

d)

Watermolens en verschillende materialen

5.

Welke rol speelden gilden tijdens de Middeleeuwen?

a)

Ze beschermden de rechten en belangen van ambachtslieden.

b)

Ze waren verantwoordelijk voor militaire training.

c)

Ze bestuurden de steden.

d)

Ze waren voornamelijk gericht op landbouw.

6.

Wat was een belangrijke ontwikkeling in de Vroegmoderne periode?

a)

Het einde van de handel

b)

De uitvinding van het wiel

c)

De opkomst van manufacturen

d)

De achteruitgang van gilden

7.

Welke uitvinding markeerde het begin van de Industriële Revolutie?

a)

De computer

b)

De drukpers

c)

De stoommachine

d)

De telefoon

8.

Wat was een belangrijke consequentie van mechanisatie tijdens de Industriële Revolutie?

a)

Opkomst van grote groepen fabrieksarbeiders

b)

Afnemen van kinderarbeid

c)

Verbeterde leefomstandigheden voor ambachtslieden

d)

Toegenomen belang van gilden

9.

Welke impact had de Industriële Revolutie op België?

a)

Het leidde tot de oprichting van kolenmijnen en staalindustrieën.

b)

Het resulteerde in een afname van de handel.

c)

Het werd minder geïndustrialiseerd dan zijn buren.

d)

Het richtte zich uitsluitend op de landbouw.

10.

Wat is een belangrijk probleem in de Eigen Tijd met betrekking tot de Belgische industrie?

a)

Vermindering van milieuzorgen

b)

Hoge kosten door globalisering

c)

Afname van het gebruik van technologie

d)

Toegenomen afhankelijkheid van handarbeid

11.

Wat is een huidige uitdaging voor de Belgische industriële sector?

a)

Overmatige afhankelijkheid van lokale arbeidskrachten

b)

Gebrek aan technologische vooruitgang

c)

Hoge concurrentie van laagbetaalde landen

d)

Overschot aan productiebanen

12.

Wat is nu de economische focus in ontwikkelde landen?

a)

Tertiaire sector activiteiten

b)

Landbouwproductie

c)

Mijnbouwoperaties

d)

Handmatige ambachtelijkheid

13.

Wat is een dringende behoefte in de industriële productie van vandaag?

a)

Duurzame energie- en productiemethoden

b)

Minder automatisering

c)

Verhoogd gebruik van fossiele brandstoffen

d)

Meer kinderarbeid

14.

Wat was een veelvoorkomende praktijk tijdens de Industriële Revolutie met betrekking tot arbeid?

a)

Werknemers hadden uitstekende arbeidsomstandigheden.

b)

Alle werknemers maakten deel uit van gilden.

c)

Kinderarbeid was wijdverbreid.

d)

Werknemers werden hoog betaald.

15.

Welk type energie werd prominent na 1870?

a)

Dierlijke kracht

b)

Elektriciteit

c)

Zonne-energie

d)

Windenergie