wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bio 3_prikkels waarnemen

Total questions: 60

Worksheet time: 45mins

Name
Class
Date
1.

Elke verandering in je omgeving die een reactie kan veroorzaken is een ...

a)

prikkel

b)

prikkeldrempelwaarde

c)

interio prikkel

d)

reactie

2.

Voorbeelden van organen waarmee je kan reageren op prikkels zijn....

a)

armspier

b)

speekselklier

c)

tongspier

d)

alveesklier

3.

Prikkels neem je waar met ...

a)

zintuigen

b)

effectoren

c)

conductoren

d)

receptoren

4.

Duid alle mogelijke zintuigen aan.

a)

oog

b)

oor

c)

neus

d)

armspier

e)

speekselklier

5.

Een ander woord voor conductoren is?

a)

geleider

b)

zintuig

c)

klier

d)

spier

6.

Prikkeldrempelwaarde wil zeggen....

a)

dat je niet alle prikkels kan waarnemen

b)

dat je enkel prikkels in je omgeving kan waarnemen

c)

dat je enkel prikkels die sterk genoeg zijn kan waarnemen

d)

geen enkel van bovenstaande antwoorden is correct

7.

Wat kun je met je zintuigen doen?

a)

informatie uit je omgeving zien

b)

informatie uit je omgeving waarnemen

c)

informatie uit je omgeving horen

8.

Welke antwoorden zijn een voorbeeld van prikkels? Meerdere antwoorden zijn goed.

a)

Licht en geur

b)

Pijn en geluid

c)

Huid en tong

d)

Smaakzintuig en reukzintuig

9.

Je telefoon gaat af en je pakt met je hand de telefoon op. Wat is hier de prikkel?

a)

Je telefoon

b)

Het geluid van de telefoon

c)

Je hand die de telefoon oppakt.

10.

Welke weg legt licht af door je oog?

a)

Hoornvlies

b)

Lens

c)

Glasachtig lichaam

d)

Netvlies

1)
2)
3)
4)
11.

Waar zit je lens?

12.

Waar zit je harde ooglies?

13.

Waar zit je oogzenuw?

14.

De lens is je oog is bol.

Je ziet dan erg goed .....

a)

Dichtbij

b)

Ver weg

15.

Je zit nu achter je laptop te werken. Als je naar het scherm kijkt heeft de lens in je oog een bepaalde vorm.

Welke vorm heeft je lens nu?

a)

Bol

b)

Plat

16.

In de traanklier worden tranen aangemaakt.

Op welke plek worden deze tranen gemaakt?

17.

Waarom is traanvocht nodig?

a)

Voeding voor je ogen

b)

Beschermt tegen uitdroging

c)

Traanvocht heeft geen functie

18.

Wat is geen voorbeeld van een inwendige prikkel

a)

Aanraking

b)

Geluid

c)

Honger

d)

Geur

19.

Aan wat zijn zintuigcellen verbonden?

a)

prikkel

b)

impuls

c)

zenuwen

d)

hersenen

20.

Hoeveel verschillende soorten zintuigen kennen we?

a)

3 namelijk in je oog, oor en neus

b)

4 namelijk in je oog, oor, neus en huid

c)

5 namelijk in je oog, neus, oor, huid en mond

d)

6 namelijk in je oor, huid, oog, neus, mond en tong

21.

Wimpers zorgen ervoor dat het zweet niet in je ogen loopt.

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

Met dit deel van het oog kan je scherp zien.

a)

Iris

b)

Pupil

c)

Harde oogvlies

d)

Lens

23.

In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.

a)

Harde oogvlies

b)

Vaatvlies

c)

Netvlies

24.

Met deze vlek kan je niets zien.

a)

Gele vlek

b)

Blinde vlek

c)

Lege vlek

d)

Zenuw vlek

25.

De pupil is eigenlijk een opening in plaats van een zwart gedeelte.

a)

Juist

b)

Onjuist

26.

In het midden van het gekleurde gedeelte van het oog zit een opening, dat is

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

27.

Het gekleurde deel van het oog heet

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

28.

Het doorzichtige vlies wat over het gekleurde en over de opening van het oog heen zit is

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

29.

Wat geeft onderdeel a weer?

a)

Traanbuis

b)

Traanpunt

c)

Traanklier

d)

Traankanaal

e)

Traanzak

30.

Wat is de functie van de wenkbrauwen?

a)

Beschermen je oog tegen stof en fel licht.

b)

Zorgen dat vocht en zweet niet in je oog komt.

c)

Beschermt het oog en verspreid het traanvocht.

d)

Beschermen van de onderdelen van het oog

31.

Wat geeft onderdeel 5 weer?

a)

Netvlies

b)

Glasachtig lichaam

c)

Gele vlek

32.

Wat geeft onderdeel 6 weer?

a)

Netvlies

b)

Gele vlek

c)

Vaatvlies

33.

Je ziet hier het oog. Wat wordt er bedoeld met nummer 8 ?

a)

de iris

b)

de lens

c)

de kringspiertjes

d)

de oogbol

34.

Wat is nummer 6?

a)

Lens

b)

Blinde vlek

c)

Hoornvlies

d)

Gele vlek

35.

Wat wordt aangeduid met het cijfer 5? 

a)

voorste kamer

b)

netvlies

c)

glasachtig lichaam

36.

Hoeveel soorten thermoreceptoren bevat de huid van de mens?

a)

De huid bevat één soort thermoreceptor

b)

De huid bevat voor elke temperatuur een andere receptor

c)

De huid bevat een receptor voor kou en voor warmte

37.

Welke letter geeft een prikkel aan in de afbeelding?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

38.

Als je gevoeliger wordt voor een adequate prikkel, dan is de drempelwaarde gestegen.

a)

Juist

b)

Onjuist

39.

Als fel licht plots op je netvlies valt, dan...

a)

Spannen je kringspieren aan, waardoor je iris kleiner wordt

b)

Ontspannen je kringspieren waardoor de iris groter wordt

c)

Spannen je kringspieren aan, waardoor de pupil kleiner wordt

d)

Ontspannen je kringspieren, waardoor de pupil groter wordt

40.

Iemand die dichtbij scherp ziet noem je

a)

Verziend

b)

Bijziend

41.

drempelwaarde =

a)

gedrag van jezelf verklaren in oorzaak en gevolg

b)

een prikkel die lange tijd aanhoudt

c)

wat je denkt of hoopt te zien

d)

de prikkel moet sterk genoeg zijn om te kunnen waarnemen

42.

Waar liggen de zintuigcellen in je oog?

a)

Voor in het oog

b)

Achter in het oog

c)

Midden in je oog

d)

Boven in je oog

e)

Onder in je oog

43.

Over welk soort prikkel gaat het: geur van koffie

a)

inwendige prikkel

b)

uitwendige prikkel

44.

Over welk soort prikkel gaat het: het horen van een vrolijk liedje

a)

inwendige prikkel

b)

uitwendige prikkel

45.

fotoreceptoren worden geprikkeld door...

a)

... beschadigingen

b)

... magnetische velden

c)

... golflengtes van het stralingsspectrum

d)

... druk of beweging

46.

Wat is een ander woord voor iris?

(a)  

47.

Het hoornvlies is doorzichtig?

a)

Waar

b)

Niet waar

48.

Wat bevat het netvlies wat de blinde vlek niet heeft?

(a)  

49.

Het glasachtig lichaam regelt de ... in het oog?

a)

De hoeveelheid licht

b)

Het beeld

c)

De druk + duwt het netvlies tegen de vaatvlies

50.

Wimpers helpen stofdeeltjes uit het oog te houden + filteren sterk licht

a)

Waar

b)

Niet waar

51.

Wat is de functie van de iris in het oog?

a)

Het reguleren van de hoeveelheid licht die binnenkomt

b)

Het beschermen van het oog tegen stof

c)

Het scherpstellen van beelden

52.

Wat gebeurt er met je pupil in het donker?

a)

De pupil blijft gelijk

b)

De pupil wordt kleiner

c)

De pupil wordt groter

53.

Welke structuur in het oog is verantwoordelijk voor het omzetten van licht in zenuwimpulsen?

a)

Netvlies

b)

Hoornvlies

c)

Lens

54.

Insecten hebben een bijzonder oog. Hoe noem je dit?

(a)  

55.

Wat zorgt voor dit "rare" beeld in het oog van de kat?

(a)  

56.

Wat gebeurt er met de lens als je naar een object in de verte kijkt?

a)

De lens wordt boller

b)

De lens wordt platter

c)

De lens verandert niet

57.

Welke van de volgende structuren is verantwoordelijk voor het zien van kleuren?

a)

Kegeltjes

b)

Staafjes

c)

Vaatvlies

58.

Wat is de functie van de lens in het oog?

a)

Het reguleren van de oogdruk

b)

Het focussen van licht op het netvlies

c)

Het beschermen van het oog tegen stof

59.

Dieren vinden hun weg op aarde terug doordat ze beschikken over een receptor die gevoelig is voor

a)

licht

b)

magnetisch veld

c)

elektrisch veld

d)

geluid

60.

Wat gebeurt er met je ogen als je naar een fel licht kijkt?

a)

De iris verandert van kleur

b)

De pupil wordt kleiner

c)

De pupil wordt groter