wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klassieke talen

Total questions: 84

Worksheet time: 1hrs 24mins

Name
Class
Date
1.

Welke letter volgt er na deze?

a)

β

b)

γ

c)

δ

d)

ι

2.

De letter "h" aan het begin van een woord geeft het Grieks weer met:

a)

h

b)

c)

ρ

d)

θ

3.

Welke letter volgt er na de psi?

a)

chi

b)

phi

c)

omega

d)

ksi

4.

Welke letter is dit?

a)

delta

b)

labda

c)

kappa

d)

beta

5.

Welke letter ontbreekt hier? ι κ λ ... ν ξ

a)

ο

b)

π

c)

σ

d)

μ

6.

Wat staat hier? ἱστορια

a)

historie

b)

iotopia

c)

historia

d)

hiotopia

7.

Wat is de zevende letter van het Griekse alfabet?

a)

eta

b)

dzeta

c)

iota

d)

theta

8.

Welke letter staat hier?

a)

delta

b)

pi

c)

rho

d)

sigma

9.

Deze letter komt alleen aan het eind van een woord voor. Waar of niet waar?

a)

waar

b)

niet waar

10.

Het Griekse alfabet heeft .... letters.

a)

20

b)

22

c)

24

d)

26

11.

Wat is de naam van deze letter ζ?

(a)  

12.

Wat is de naam van deze letter Θ?

(a)  

13.

Wat is de naam van deze letter Ρ?

(a)  

14.

Wat is de naam van de letter die volgt op φ?

(a)  

15.

Deze letter σ staat alleen aan het einde van een woord.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

De Ν staat voor de Ζ in het Griekse alfabet.

a)

Waar.

b)

Niet waar.

17.

Wat is de naam van deze letter η?

(a)  

18.

Wat is de naam van deze letter Λ?

(a)  

19.

Wat is de naam van de letter die volgt op θ?

(a)  

20.

Wat is de naam van deze letter Γ?

(a)  

21.

Wat is de naam van de letter die op de puntjes moet staan ν ξ ... π ρ?

(a)  

22.

Wat is de naam van deze letter Χ?

(a)  

23.

Wat is de naam van deze letter μ?

(a)  

24.

Wat is de naam van deze letter ω?

(a)  

25.

Staat de volgende letters in alfabetische volgorde? δ κ ξ ς

a)

Ja

b)

Nee

26.

Welke bewering(en) is/zijn WAΑR ?

a)

Het Nederlandse alfabet telt 26 letters

b)

Het 'Klassiek' Latijnse alfabet telt 23 letters

c)

Het Griekse alfabet telt 24 letters

d)

Het alfabet dat wij gebruiken, het Latijnse, is afgeleid van het Griekse

27.

Wat is hiervan de kleine letter ?

a)

b)

c)

d)

28.

Wat is de naam van deze hoofdletter ?

a)

thèta

b)

èta

c)

rho

d)

epsilon

29.

Wat is hiervan de hoofdletter ?

a)

b)

c)

d)

30.

Wat is de naam van deze kleine letter ?

a)

chi

b)

psi

c)

dzèta

d)

xi

31.

Wat is de naam van deze hoofdletter ?

a)

pi

b)

rho

c)

phi

d)

psi

32.

Wat is hiervan de hoofdletter ?

a)

b)

c)

d)

33.

Wat is de naam van deze hoofdletter ?

a)

xi

b)

chi

c)

psi

d)

phi

34.

Wat is hiervan de hoofdletter ?

a)

b)

c)

d)

35.

Wat is de naam van deze kleine letter ?

a)

sigma

b)

alfa

c)

slot-sigma

d)

iota subscriptum

36.

Griekse accenten gaven ...

a)

de klemtoon aan

b)

de toonhoogte aan

37.

Welke bewering(en) is/zijn NIET WAAR ?

a)

Officiële Griekse teksten werden in steen gebeiteld

b)

Op steen gebeitelde teksten noem je inscripties

c)

Voor inscripties gebruikten de Grieken enkel kleine letters

d)

In inscripties ontbreken meestal leestekens en spaties

38.

Welke bewering(en) is/zijn WAAR ?

a)

Griekse getallen werden aangegeven door letters met een horizontale streep erboven

b)

De Griekse letter Υ/υ wordt in het Nederlands weer de i-grec/Griekse ij genoemd

c)

Het Grieks kent korte klinkers, lange klinkers en klinkers die kort of lang uitgesproken kunnen worden

d)

Tweeklanken bestaan uit 2 medeklinkers die samen een nieuwe klank vormen

39.

Vul de naam van een Griekse letter in:

Ik snap er geen ... van.

a)

alfa

b)

beta

c)

iota

d)

kappa

40.

Vul de naam van twee Griekse letters in:

Wie iets van het begin tot het einde doet, doet het van ... tot ...

a)

alfa tot dzèta

b)

alfa tot beta

c)

alfa tot omega

d)

omikron tot omega

41.

Welke bewering(en) is/zijn NIET WAAR ?

a)

αι

ει

οι

αυ

ευ

ου

zijn tweeklanken met een korte klinker

b)

Bij tweeklanken met een lange klinker schrijf je de iota onder die klinker, de zogenaamde iota subscriptum

c)

Als een woord begint met een klinker,

een tweeklank

of de letter rho,

staat er een spiritus bovenop

d)

42.

Het vierde woord in deze tekst spreek je uit als ...

a)

mausa

b)

moesa

c)

moisa

d)

muisa

43.

Welke bewering(en) is/zijn WAAR ?

a)

γγ

γκ

γχ

γξ

zijn moeilijk uitspreekbare medeklinkergroepen

b)

Leestekens in het Grieks en het Nederlands zijn exact hetzelfde

c)

De spiritus lenis levert in de uitspraak de h-klank op

d)

Dit alles is de

βαςισ

van het Griekse Alfabet!

44.

Welk Grieks woord zie je op de afbeelding?

a)

το βιβλιον

b)

ὁ ἀνθρωπος

c)

ἡ χωρα

d)

το δωρον

45.

Welk Grieks woord zie je op de afbeelding?

a)

το ζῳον

b)

ὁ δουλος

c)

ἡ τιμη

d)

ὁ θεος

46.

Van welk Grieks woord is 'filosofie' afgeleid?

a)

ἡ σοφια

b)

ὁ χρονος

c)

ἡ ἰδεα

d)

ἡ χωρα

47.

terecht jaloerse godheid

a)

Poseidon

b)

Hestia

c)

Hera

48.

Welke godheid herken je?

a)

Dionysos

b)

Dyonysos

c)

Dyonisos

49.

Welke godheid woont hier?

a)

Hefaistos

b)

Poseidon

c)

Hades

50.

Dit merk verbinden we het best met deze godheid...

a)

Hermes

b)

Zeus

c)

Athena

51.

Hij is de god van de profetie.

a)

Hades

b)

Apollo

c)

Poseidon

52.

Zo herken je Artemis

a)

korte tuniek, pijl en boog

b)

lange tuniek, pijl en boog

c)

korte tuniek, pijl en schild

53.

Poseidon is de god van...

a)

zee, mannelijke schoonheid en paarden

b)

zee, aardbevingen en paarden

c)

zee, mannelijke schoonheid en aardbevingen

54.

Welke godheid herken je?

a)

Zeus

b)

Hades

c)

Poseidon

55.

De fakkel, korenaren en een kroon horen als attributen bij...

a)

Artemis

b)

Demeter

c)

Hestia

56.

Deze godheid veroorzaakt vooral chaos op het slagveld

a)

Ares

b)

Athena

c)

Hermes

57.

Dit attribuut hoort bij...

a)

Hermes

b)

Hades

c)

Dionysos

58.

Wat hoort er niet bij?

a)

Mars

b)

Ares

c)

god van de oorlog

d)

Hermes

59.

Wat hoort er niet bij?

a)

Venus

b)

Aphrodite

c)

godin van de liefde

d)

Hera

60.

Wat hoort er niet bij?

a)

Jupiter

b)

Zeus

c)

oppergod

d)

Apollo

61.

Wat hoort er niet bij?

a)

Jupiter

b)

Zeus

c)

oppergod

d)

Apollo

62.

Wat hoort er niet bij?

a)

Pallas Athena

b)

Minerva

c)

godin van de wijsheid

d)

godin van de vriendschap

63.

Wat hoort er niet bij?

a)

Hephaistos

b)

Vulcanus

c)

god van het vuur

d)

god van de oorlog

64.

Wat hoort er niet bij?

a)

Hermes

b)

Mercurius

c)

god van de jacht

d)

god van de handel

65.

Wat hoort er niet bij?

a)

Ceres

b)

Demeter

c)

godin van de jacht

d)

godin van de landbouw

66.

Wat hoort er niet bij?

a)

Diana

b)

Artemis

c)

godin van de jacht

d)

godin van de landbouw

67.

Wat hoort er niet bij?

a)

Bacchus

b)

Dionysos

c)

god van de wijn

d)

god van de kunst

68.

Wat hoort er niet bij?

a)

Neptunus

b)

Poseidon

c)

god van de zee

d)

Juno

69.
Welke God zie je op de afbeelding?
a)
Artemis
b)
Athene
c)
Aphrodite
d)
Demeter
70.
Welke God zie je op de afbeelding?
a)
Hades
b)
Zeus
c)
Poseidon
d)
Ares
71.
Welke God zie je op de afbeelding?
a)
Artemis
b)
Aphrodite
c)
Athene
d)
Demeter
72.
Welke God zie je op de afbeelding?
a)
Poseidon
b)
Zeus
c)
Hades
d)
Ares
73.
Welke God zie je op de afbeelding?
a)
Hades
b)
Zeus
c)
Poseidon
d)
Ares
74.
Welke God zie je op de afbeelding?
a)
Ares
b)
Hades
c)
Zeus
d)
Poseidon
75.
Welke God zie je op de afbeelding?
a)
Aphrodite
b)
Demeter
c)
Artemis
d)
Athene
76.

Welke godin wordt hier afgebeeld?

a)

Artemis

b)

Hestia

c)

Hera

d)

Aphrodite

77.

Met wie is Jupiter getrouwd? Geef de Latijnse naam.

(a)  

78.

Wie is de god van de wijn? Geef de Griekse naam.

(a)  

79.

Welke god wordt hier afgebeeld?

a)

Ares

b)

Hades

c)

Apollo

d)

Hermes

80.

Wie is de god van de Tartarus of onderwereld?

a)

Hermes

b)

Ares

c)

Apollo

d)

Hades

81.
De Grieken hadden een ..... godsdienst
a)
Polytheïstische
b)
Monotheïstische
82.
Wat zie je op de afbeelding
a)
Een offer
b)
Een altaar
c)
Een tempel
d)
Een orakel
83.
Wat is een mythe?
a)
Een sprookje
b)
Een verhaal over oorlogen
c)
Een verhaal over de wereld
d)
Een verhaal over goden
84.

Wat is een orakel?

a)

Een winkel waar je dingen kan kopen om te offeren.

b)

Een priester die je helpt met bidden.

c)

Een tempel waar je aan de goden kunt offeren.

d)

Een wijze raadgever waar je heen kunt als je advies wilt hebben van de goden.