wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

5.4 zien + 2.2 kleuren zien

Total questions: 40

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Het gekleurde deel van het oog heet ..

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

2.

Wat geeft onderdeel 5 weer?

a)

Netvlies

b)

Glasachtig lichaam

c)

Gele vlek

3.

Wat geeft onderdeel 6 weer?

a)

Netvlies

b)

Gele vlek

c)

Vaatvlies

4.

Wat is de functie van de wenkbrauwen?

a)

Beschermen je oog tegen stof en fel licht

b)

Beschermt het oog en verspreid het traanvocht

c)

Zorgen dat vocht en zweet niet in je oog komt

d)

Beschermen van de onderdelen van het oog

5.

Welk nummer geeft het hoornvlies aan

(a)  

6.

Welk nummer geeft de lens aan

(a)  

7.

Welk nummer geeft de oogspier aan

(a)  

8.

Welk nummer geeft de oogzenuw aan?

(a)  

9.

Welk nummer geeft de pupil aan

a)

10

b)

11

c)

12

d)

6

10.

Welk nummer geeft het netvlies aan

a)

2

b)

3

c)

4

d)

0

11.

Welk nummer geeft het deel aan van het oog waarin zich de zintuigcellen van het oog bevinden

(a)  

12.

'Beschermt de ogen tegen vuil en fel licht'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

13.

'De ogen beschermen tegen uitdroging'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

14.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
15.
Welke letter geeft een prikkel aan in de afbeelding?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
16.
Het boller en platter worden van de lens noemen we:
a)
Accomodaty
b)
Accommoderen
c)
Accomolatie
d)
Accodilatie
17.

Welke van deze ogen bevindt zich in een donkere omgeving?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

bij beide

18.

Wat is de functie van het pupilreflex?

a)

Ervoor zorgen dat er steeds een scherp beeld op netvlies ontstaat

b)

De hoeveelheid licht regelen die op het netvlies valt

c)

De ogen beschermen tegen indringend vuil

19.

Op welk punt van je netvlies zie je het scherpst?

a)

Gele vlek

b)

Blinde vlek

c)

Oogzenuw

20.

Welk onderdeel van je oog zorgt er voor dat je beeld altijd scherp is?

a)

de pupil

b)

de iris

c)

De lens

d)

het hoornvlies

21.

In het netvlies liggen staafjes en kegeltjes.

Welke cellen in het netvlies werken goed in een verlichte ruimte?

a)

alleen de kegeltjes

b)

alleen de staafjes

c)

zowel de staafjes als de kegeltjes

22.
Welke zintuigcellen werken in een donkere kamer? 
a)
Alleen kegeltjes
b)
alleen staafjes
c)
zowel kegeltjes als staafjes
23.

Is deze zin waar of niet waar:

"Oogspieren zitten vast aan het harde oogvlies"

a)

waar

b)

niet waar

24.

Bij welk nummer in de afbeelding wordt er een voorwerp van dichtbij bekeken?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

dat is in deze afbeelding niet te zien

25.

Met welke zintuigen in je oog kun je bij heel weinig licht toch wat zien?

a)

pupil

b)

kegeltjes

c)

staafjes

d)

blinde vlek

26.

Een gele trui wordt beschenen door een blauwe lamp.

Je ziet deze trui dan:

a)

geel

b)

blauw

c)

zwart

d)

groen

27.

Het zichtbaar licht bevat o.a. volgende kleuren:

a)

violet

b)

Rood

c)

blauw

d)

groen

e)

bruin

28.

Een kunstmatige lichtbron is...?

a)

door de mens gemaakt.

b)

komt voor in de natuur.

29.

Selecteer de lichtbronnen.

a)

b)

c)

Maan

d)

Bliksem

30.

Lichtstralen gaan in...?

a)

Rechte lijnen

b)

Kromme lijnen

c)

Rechte en kromme lijnen

d)

Gaan nergens naartoe

31.

Licht is altijd afkomstig van

a)

de zon

b)

een lamp

c)

iets wits

d)

een lichtbron

32.

Een warmtescan kun je gebruiken om warmteverlies van je woning op te sporen. Hier maakt men gebruik van ...

a)

Uv-straling

b)

Microgolven

c)

Rontgenstraling

d)

Infrarode straling

33.

Waar of niet waar.

Ultraviolette straling is onzichtbaar.

a)

Waar

b)

Niet waar

34.

De kleuren rood, groen en blauw maken samen alle kleuren op een computerscherm.

a)

Waar

b)

Niet waar

35.

Welke soort elektromagnetische straling zie je op de afbeelding?

a)

zichtbaar licht

b)

ultraviolet-straling

c)

kosmische straling

d)

tv-golven

36.

Wat doet een zwart object met licht?

a)

Het weerkaatst alle kleuren licht

b)

Het reflecteert alle kleuren behalve zwart

c)

Het neem alle kleuren licht op behalve zwart

d)

Het absorbeert alle kleuren licht

37.

Je schijnt rood licht op een wit voorwerp.

Dan wordt de …. kleur teruggekaatst.

Je ziet een … voorwerp.

a)

rode

rood

b)

rode

wit

c)

rode

blauw

38.

Een aardbei is rood omdat...

a)

de aardbei vooral rood licht weerkaatst

b)

de aardbei vooral rood licht absorbeert

c)

de aardbei vooral groen en blauw absorbeert

d)

de aardbei vooral groen en blauw weerkaatst

e)

de aardbei rood licht uitstraalt

39.

Zwarte verf is zwart omdat...

a)

de verf alle kleuren licht weerkaatst

b)

de verf alle kleuren licht absorbeert

c)

de verf zwart licht absorbeert

d)

de verf zwart licht uitstraalt

40.

Grote Smurf staat onder een gele straatlantaarn. Kan je zijn kleuren goed zien?

a)

Ja, dat kan

b)

Nee, alles lijkt grijs of geel

c)

Nee, want hij is nergens geel

d)

Je ziet hem helemaal niet