wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling trim 1

Total questions: 49

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.
7 x 1/8 =
a)
7/56
b)
7/14
c)
7/8
d)
1/7
2.
4/7 van 35 =
a)
140
b)
16
c)

20

d)
24
3.

18+14=...\frac{1}{8}+\frac{1}{4}=...

a)

28\frac{2}{8}

b)

38\frac{3}{8}

c)

34\frac{3}{4}

d)

16\frac{1}{6}

4.

314+74=...\frac{3}{14}+\frac{7}{4}=...

(a)  

5.

12+23=...\frac{1}{2}+\frac{2}{3}=...

a)

34\frac{3}{4}

b)

56\frac{5}{6}

c)

76\frac{7}{6}

d)

26\frac{2}{6}

6.

13458=...\frac{13}{4}-\frac{5}{8}=...

a)

218\frac{21}{8}

b)

318\frac{31}{8}

c)

318-\frac{31}{8}

d)

218-\frac{21}{8}

7.
9,95946
Rond af op 1 decimaal.
a)
9,0
b)
10
c)
10,0
d)
9,9
8.
9,95946
Rond af op 3 decimalen.
a)
9,959
b)
9,960
c)
9,9590
d)
9,960
9.

Welke breuk hoort bij 0,25?

a)

12\frac{1}{2}

b)

13\frac{1}{3}

c)

14\frac{1}{4}

d)

15\frac{1}{5}

10.

Schrijf als decimaal getal:  15\frac{1}{5}  meter


a)

0,2 meter

b)

0,3 meter

c)

0,4 meter

d)

0,5 meter

11.

Vul het gepaste symbool in:
3 . . . . B

a)

\in  

b)

\notin  

c)

\subset  

d)

⊄\not\subset  

12.

Vul het gepaste symbool in:
{1,2,3} . . . . A

a)

\in  

b)

\notin  

c)

\subset  

d)

⊄\not\subset  

13.

Vul het gepaste symbool in:
9 . . . . . A

a)

\in  

b)

\notin  

c)

\subset  

d)

⊄\not\subset  

14.

Vul het gepaste symbool in:
{2,3,6,8,9} . . . . . C

a)

\in  

b)

\notin  

c)

\subset  

d)

⊄\not\subset  

15.

Vul het gepaste symbool in:
A . . . . . B

a)

\in  

b)

\notin  

c)

\subset  

d)

⊄\not\subset  

16.

Vul aan met het juiste symbool: del 12 .... del 4

a)

\in  

b)

\notin  

c)

\subset  

d)

⊄\not\subset  

17.

Vul aan met het juiste symbool: 4ℕ .... 2ℕ

a)

\in  

b)

\notin  

c)

\subset  

d)

⊄\not\subset  

18.

Vul aan met het juiste symbool: ℚ .... ℤ

a)

\in  

b)

\notin  

c)

\subset  

d)

⊄\not\subset  

19.

Vul aan met het juiste symbool: ℕ ...ℚ

a)

\in  

b)

\notin  

c)

\subset  

d)

⊄\not\subset  

20.

Wat is de waarde van 5 in 27524?

a)

50

b)

500

c)

5000

d)

 50000

21.

A = 〈 1,2,5,7,8, 14〉 en B = 〈2,7,8,13,20〉

Vul de getallen in die op de plaats van ... staan:

A ∩ B = 〈 (a)  

22.

A = 〈 1,2,5,7,8, 14〉 en B = 〈2,7,8,13,20〉

Vul de getallen in die op de plaats van ... staan:

A ∖ B = 〈 (a)  

23.

A = 〈 1,2,5,7,8, 14〉 en B = 〈2,7,8,13,20〉

Vul de getallen in die op de plaats van ... staan:

B ∖ A= 〈 (a)  

24.

De verzameling van de natuurlijke getallen is een deelverzameling van de verzameling van de gehele getallen.

a)

Juist

b)

Fout

25.

De verzameling van de natuurlijke getallen is een deelverzameling van de verzameling van de gehele getallen.

a)

Juist

b)

Fout

26.
1 is een veelvoud van elk getal en elk getal is een deler van 1
a)
Juist
b)
Fout
27.
Wat is een veelvoud van 7?
a)
28
b)
48
c)
71
d)
45
28.
Wat is geen veelvoud van 6?
a)
72
b)
36
c)
42
d)
35
29.
24, 48, 72, 96 zijn veelvouden van
a)
5
b)
7
c)
11
d)
12
30.

Een punt stel je voor door

a)

een kleine letter en een stip

b)

een hoofdletter en een stip

c)

een vierkant haakje en twee hoofdletters

d)

twee letters met elk een stip

31.

[AB] is

a)

de rechte door de punten A en B

b)

de halfrechte door de punten A en B

c)

het lijnstuk van A tot B

d)

de lengte van het lijnstuk van A tot B

32.

[BA is

a)

de rechte door de punten A en B

b)

de halfrechte die begint in het punt A en door punt B loopt

c)

de halfrechte die begint in het punt B en door punt A loopt

d)

het lijnstuk van A tot B

33.

Welke van deze uitspraken is/zijn waar ?

a)

Een rechte kan je voorstellen door een kleine letter.

b)

Een punt kan je voorstellen door een kleine letter.

c)

Een rechte kan je voorstellen door twee hoofdletters

d)

De afstand tussen twee punten wordt aangeduid door twee verticale streepjes, bv. |AB|

34.

Om de coördinaat van een punt te vinden

a)

lees je eerst af op de x-as en dan op de y-as

b)

lees je eerst af op de y-as en dan op de x-as

c)

meet je de afstand van het punt tot aan de x-as

d)

meet je de afstand van het punt tot aan de y-as

35.

Op deze tekening is f een ...

a)

rechte

b)

halfrechte

c)

lijnstuk

d)

punt

36.

Op deze tekening is g een ...

a)

rechte

b)

halfrechte

c)

lijnstuk

d)

punt

37.

De coördinaat van het punt A is

a)

2 en 3

b)

(3, 2)

c)

5

d)

(2, 3)

38.

Wat is er juist ? Door een punt A

a)

gaan oneindig veel rechten.

b)

gaat juist één rechte.

c)

loopt het midden van het lijnstuk [AB]

39.

Het punt A ligt op de rechte b, is in symbolen ...

a)

b  Ab\ \subset\ A  

b)

b  Ab\ \in\ A  

c)

A bA\ \in b  

d)

A bA\ \subset b  

40.

Kies het passende symbool:

I ... [WS]

a)

\in

b)

\notin

c)

\subset

d)

⊄\not\subset

41.

Geef de onderlinge ligging van

AC en BC

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

42.

Geef de onderlinge ligging van

CD en FB

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

43.

Welke soort hoek is dit?

a)

Rechte hoek

b)

Stompe hoek

c)

Scherpe hoek

44.

Welke soort hoek is dit?

a)

Rechte hoek

b)

Stompe hoek

c)

Scherpe hoek

45.

Welke soort hoek is dit?

a)

Rechte hoek

b)

Stompe hoek

c)

Scherpe hoek

46.

Selecteer de gestrekte hoek(en)

a)
b)
c)
d)
47.

Dit is een ... hoek

(a)  

48.

De som van twee rechte hoeken is een gestrekte hoek.

a)

Juist

b)

Fout

49.

Een hoek groter dan 180° is een stompe hoek.

a)

Juist

b)

Fout