wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Matrix 1 - Herhaling Kerst

Total questions: 85

Worksheet time: 1hrs 4mins

Name
Class
Date
1.

Noteer het natuurlijk getal in cijfers. 7 duizendtallen, 2 honderdtallen en 9 eenheden

(a)  

2.

Noteer het natuurlijk getal in cijfers. Het grootste getal dat uit 3 verschillende cijfers bestaat

(a)  

3.

Noteer het natuurlijk getal in cijfers. Het grootste even getal dat uit 4 cijfers bestaat

(a)  

4.


Noteer het natuurlijk getal in cijfers. Het grootste even getal van 4 cijfers dat uit de cijfers 3, 5, 6 en 8 bestaat

(a)  

5.


Vul telkens het ontbrekend woord (of getal) in: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 zijn (a)  

6.


Reken uit:
93 – … (a)   = 37

7.

Geef de correcte wiskundige naam van het getal dat je hebt ingevuld: 93 – … (a)   = 37

8.


Reken uit:
28 + 19 = …..…

(a)  

9.

Geef de correcte wiskundige naam van het getal dat je hebt ingevuld: 28 + 19 = …..…

(a)  

10.

Reken uit:
…..… : 13 = 3

(a)  

11.


Geef de correcte wiskundige naam van het getal dat je hebt ingevuld: …..… : 13 = 3

(a)  

12.


Vul telkens het juiste getal in.
deeltal = 0
deler = 16
quotiënt = …

(a)  

13.

Vul telkens het juiste getal in.
deler = quotiënt = 12
deeltal = …

(a)  

14.

Vul telkens het juiste getal in.
eerste factor = 12
product = 60
tweede factor = …

(a)  

15.

Vul telkens het juiste getal in.
deler = 12
quotiënt = 8
deeltal = …

(a)  

16.

Noteer het getal dat x voorstelt op deze getallenas:

(a)  

17.

Noteer het getal dat y voorstelt op deze getallenas:

(a)  

18.

Noteer het getal dat z voorstelt op deze getallenas:

(a)  

19.

Het punt A heeft als coördinaat:

a)

A(4,-5)

b)

A(5,4)

c)

A(-5,4)

d)

A(-5,-4)

20.

Het punt B heeft als coördinaat:

a)

B(3,-2)

b)

B(-3,2)

c)

B(-3,-2)

d)

B(3,2)

21.

Het punt E heeft als coördinaat:

a)

E(5,0)

b)

E(0,6)

c)

E(6,0)

d)

E(-6,0)

22.

Vul in < of >:
0 …… – 5

(a)  

23.


Vul in < of >:
– 9 …… – 2

(a)  

24.


Vul in < of >:
13 …… – 13

(a)  

25.

Vul in < of >:
– 1 …… – 8

(a)  

26.

Noteer alle gehele getallen waardoor je de letter a kan vervangen.
(type elke keer een komma tussen de verschillende getallen en geen spaties)

(a)  

27.


Noteer alle gehele getallen waardoor je de letter a kan vervangen.
(type elke keer een komma tussen de verschillende getallen en geen spaties)

(a)  

28.

Vul aan door opsomming:

a)

0, 1, 2, 3, 4, ...

b)

{1, 2, 3, 4, ...}

c)

{0, 1, 2, 3, 4, ...}

29.


Het quotiënt is nul. Dit betekent dat ...

a)

De deler gelijk is aan 0

b)

Het deeltal gelijk is aan 0

c)

Deler en deeltal gelijk zijn 0

30.

Negatieve getallen zijn altijd kleiner dan nul.

a)

Juist

b)

Fout

31.


Dit symbool betekent:

a)

Is kleiner dan

b)

Is groter dan of gelijk aan

c)

Is kleiner dan of gelijk aan

d)

Is groter dan

32.

De vier gebieden in een assenstelsel zijn ...

(a)  

33.


[5, –6] is een coördinaat

a)

Juist

b)

Fout

34.

Elk getal dat je kan schrijven als een breuk is een... getal

(a)  

35.

Elke breuk kan je schrijven als een ...

(a)  

36.

In 1,34545... is de periode ...

a)

345

b)

54

c)

4545

d)

45

37.

Rond 12,4653 af op 0,01

(a)  

38.

Rekenmachine:
25% van 200 is ...

(a)  

39.

Rekenmachine:
70% van een getal is 35, wat is dan dat getal (of 100%)?

(a)  

40.

Dit doosje heeft als grensvlakken...

a)

2 achthoeken + 6 rechthoeken

b)

2 zeshoeken + 6 rechthoeken

c)

2 zeshoeken + 6 vierkanten

d)

2 achthoeken + 8 rechthoeken

41.

Dit doosje heeft ... (aantal invullen) grensvlakken.

(a)  

42.

[AB] lees je als ...

a)

Het lijnstuk AB

b)

De rechte AB

c)

De halfrechte AB

43.

Het grondvlak van een piramide is een...

a)

Veelvlak

b)

Veelhoek

44.


Een kubus heeft (a)   (aantal) ribben

45.

Welk soort ruimtelichaam is dit? Dit is een ...

(a)  

46.

CD lees je als ...

a)

De halfrechte CD

b)

De rechte CD

c)

Het lijnstuk CD

47.

Kruisende rechten hebben ... gemeenschappelijke punten

(a)  

48.

Evenwijdige rechten hebben ... gemeenschappelijke punten

a)

0

b)

1

c)

0 of oneindig veel

d)

2

49.

Snijdende rechten zijn ... ook loodrechte rechten.

a)

altijd

b)

nooit

c)

soms

d)

geen van de vorige antwoorden

50.

Als twee rechten loodrecht staan op eenzelfde rechte, dan ...

a)

Staan die rechten loodrecht op elkaar

b)

Snijden die 2 rechten elkaar

c)

Zijn die 2 rechten evenwijdig

d)

Vallen die 2 rechten samen

51.

De evenwijdigheid: Door elk punt van het vlak...

a)

Kun je juist één rechte tekenen.

b)

Kun je juist één rechte tekenen loodrecht op de gegeven rechte.

c)

Geen van de vorige

d)

Kun je juist één rechte tekenen evenwijdig met de gegeven rechte.

52.


[AB lees je als ...

a)

De halfrechte met grenspunt A door punt B

b)

De halfrechte AB

c)

Het lijnstuk AB

d)

De rechte AB

53.

De hoek ABC heeft als benen

a)

A en C

b)

[AB en [CB

c)

BA en BC

d)

[BA en [BC

54.

Een stompe hoek is ...

a)

Een hoek groter dan 90°

b)

Een hoek groter dan 90° en kleiner dan 180°

c)

Een hoek groter dan 180°

d)

Geen van de vorige

55.


Een volle hoek is een hoek van 0°.

a)

Juist

b)

Fout

56.

|AB| lees je als ...

a)

De afstand tussen de punten A en B

b)

De lengte van het lijnstuk met grenspunten A en B

c)

De afstand van punt A tot punt B

d)

Het lijnstuk AB

57.

d(C,b) lees je als...

a)

De afstand tussen punt C en rechte b

b)

De afstand tussen de punten C en b

c)

De afstand van punt C tot rechte b

d)

Geen van de vorige

58.

De middelloodlijn van een lijnstuk is ...

a)

De rechte door het midden van het lijnstuk

b)

De rechte loodrecht op het lijnstuk

c)

De rechte loodrecht door het midden van het lijnstuk

d)

De rechte die de hoek in 2 even grote hoeken verdeelt.

59.

Een cirkel is ...

a)

Alle punten die op een gelijke afstand van een gegeven punt liggen

b)

Punten die op een gelijke afstand van een gegeven punt liggen

c)

De verzameling van punten die op een gelijke afstand van een gegeven punt liggen

60.

De deellijn of bissectrice van een hoek is ...

a)

de rechte die de hoek in 2 hoeken verdeelt.

b)

de lijn die de hoek in 2 even grote hoeken verdeelt.

c)

de rechte die de hoek in 2 even grote hoeken verdeelt.

d)

geen van de vorige

61.

Een punt dat even ver af ligt van A als van B, is het midden van [AB].

a)

Juist

b)

Fout

62.

Welk soort ruimtelichaam is dit als het doosje dicht zou zijn?
Dit is een ...

(a)  

63.

∈ of ∉?

a)

b)

64.

∈ of ∉?

a)

b)

65.

∈ of ∉?

a)

b)

66.

⊂ of ⊄?

a)

b)

67.

⊂ of ⊄?

a)

b)

68.

⊂ of ⊄?

a)

b)

69.

⊂ of ⊄

{ 1 , 2 } _____ A

a)

b)

70.

Geef de verzameling B door opsomming:

a)

B = {0,1,2,3,4,5,6}

b)

B = {1,2,3,4,5,6}

c)

B = {2,4,6}

d)

B = { }

71.


Geef A ⋂ B door opsomming.

a)

{2,4}

b)

{0,1,3,5,6}

c)

{0,1,2,3,4,5,6}

72.

Geef A U B door opsomming

a)

{2,4}

b)

{0,1,3,5,6}

c)

{0,1,2,3,4,5,6}

73.


Geef de verzameling van A zonder B door opsomming

a)

{2,4}

b)

{0,1,3,5,6}

c)

{0,1,2,3,4,5,6}

d)

{0,1,3,5}

e)

{0,1,2,3,4,5}

74.

Geef de verzameling van B zonder A door opsomming

a)

{6}

b)

{2,4,6}

c)

{0,1,2,3,4,5,6}

d)

{0,1,3,5}

e)

{0,1,2,3,4,5}

75.

Welk aanzicht werd getekend?

a)

Vooraanzicht

b)

Achteraanzicht

c)

Linkerzijaanzicht

d)

Rechterzijaanzicht

e)

Bovenaanzicht

76.

Tel het aantal blokken door op het bovenaanzicht eerst het aantal blokken te noteren.

(a)  

77.

Geef de meest passende onderlinge ligging van de rechten in de ruimte.

a)

Snijdend

b)

Kruisend

c)

Evenwijdig

d)

Loodrecht

e)

Samenvallend

78.

Geef de meest passende onderlinge ligging van de rechten in de ruimte.

a)

Snijdend

b)

Kruisend

c)

Evenwijdig

d)

Loodrecht

e)

Samenvallend

79.

Geef de meest passende onderlinge ligging van de rechten in de ruimte.

a)

Snijdend

b)

Kruisend

c)

Evenwijdig

d)

Loodrecht

e)

Samenvallend

80.

Geef de naam van de soort hoek die je ziet op de afbeelding.

(a)  

81.


Geef de naam van de soort hoek die je ziet op de afbeelding.

(a)  

82.


Geef de naam van de soort hoek die je ziet op de afbeelding.

(a)  

83.


Welke basisbreuk is aangeduid op de afbeelding?

Gebruik '/' om je antwoord te typen.

(a)  

84.


Welke basisbreuk is aangeduid op de afbeelding?

Gebruik '/' om je antwoord te typen.

(a)  

85.


Wat is de kans om uit een zak met 2 gele, 3 rode, 4 groene en 5 blauwe balletjes een groen balletje te nemen?

(a)