wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ecosystemen en evenwicht §8.1 + §8.2

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat geeft de Netto Primaire Productie (NPP) van een ecosysteem weer?

a)

De totale hoeveelheid energie die producenten opnemen uit zonlicht

b)

De energie die beschikbaar blijft na dissimilatie door producenten

c)

De hoeveelheid energie die wordt vastgelegd door consumenten

d)

De energie die door producenten wordt uitgestraald in de vorm van warmte

2.

Een producent heeft een bruto primaire productie (BPP) van 800 kJ/m²/dag. De dissimilatie (D) bedraagt 200 kJ/m²/dag. Wat is de netto primaire productie (NPP)?

a)

1000 kJ/m²/dag

b)

600 kJ/m²/dag

c)

200 kJ/m²/dag

d)

400 kJ/m²/dag

3.

Wat is het gevolg van een afname in de bruto primaire productie in een ecosysteem?

a)

De netto primaire productie stijgt

b)

De energiestroom naar hogere trofische niveaus neemt af

c)

De dissimilatie van producenten neemt toe

d)

De koolstofkringloop stopt volledig

4.

Wat wordt bedoeld met voedselconversie?

a)

Het omzetten van anorganische stoffen in organische stoffen door consumenten

b)

Het omzetten van voedsel in biomassa door consumenten

c)

De hoeveelheid voedsel die een producent nodig heeft om te groeien

d)

Het verlies van energie door dissimilatie bij producenten

5.

Waarom is de voedselconversie bij een carnivoor meestal lager dan bij een herbivoor?

a)

Carnivoren verliezen meer energie door beweging en warmteproductie

b)

Herbivoren hebben minder dissimilatie

c)

Carnivoren eten voedsel met een hogere energiewaarde

d)

Carnivoren produceren minder biomassa

6.

Welke informatie geeft een piramide van biomassa?

a)

De hoeveelheid energie die per trofisch niveau verloren gaat

b)

De hoeveelheid biomassa verdeeld over de trofische niveaus

c)

De snelheid waarmee biomassa wordt geproduceerd in een ecosysteem

d)

De verhouding tussen producenten en consumenten

7.

Waarom is een piramide van energie altijd een 'echte' piramidevorm?

a)

Omdat er altijd minder biomassa is op hogere trofische niveaus

b)

Omdat energieverlies optreedt bij elke energieoverdracht

c)

Omdat consumenten efficiënter zijn in het benutten van energie dan producenten

d)

Omdat de netto primaire productie altijd kleiner is dan de bruto primaire productie

8.

Bij welk trofisch niveau is de biomassa het grootst in een gezond ecosysteem?

a)

Reducenten

b)

Producenten

c)

Primaire consumenten

d)

Secundaire consumenten

9.

Welke rol spelen reducenten in de koolstofkringloop?

a)

Ze leggen koolstof vast in organische verbindingen

b)

Ze zetten organisch materiaal om in CO₂

c)

Ze nemen CO₂ op tijdens fotosynthese

d)

Ze transporteren koolstof tussen trofische niveaus

10.

Wat is het gevolg van een toename van fossiele brandstofverbranding voor de koolstofkringloop?

a)

De opname van CO₂ door producenten neemt toe

b)

Het koolstofgehalte in fossiele reservoirs neemt toe

c)

De CO₂-concentratie in de atmosfeer stijgt

d)

Het aantal reducenten in een ecosysteem neemt toe

11.

Welke rol speelt bicarbonaat (HCO₃⁻) in de koolstofkringloop?

a)

Het zorgt voor een verhoogde CO₂-concentratie in de atmosfeer

b)

Het wordt gebruikt door koralen en schelpdieren om kalk te vormen

c)

Het wordt geproduceerd tijdens fotosynthese door planten

d)

Het breekt fossiele brandstoffen af

12.

Wat is een direct gevolg van verzuring van oceanen door een hoge CO₂-concentratie?

a)

Toename van kalkvorming door schelpdieren

b)

Afname van biodiversiteit bij mariene organismen

c)

Stijging van het zuurstofgehalte in water

d)

Toename van de netto primaire productie in oceanen

13.

Wat gebeurt er als het aantal reducenten in een ecosysteem sterk afneemt?

a)

Er komt meer CO₂ beschikbaar voor producenten

b)

De afbraak van organisch materiaal vertraagt

c)

De bruto primaire productie neemt toe

d)

De energiestroom naar consumenten stijgt

14.

Een bos heeft een BPP van 10.000 kJ/m²/jaar en een dissimilatie van 6.000 kJ/m²/jaar. Wat is de energie die beschikbaar is voor consumenten?

a)

16.000 kJ/m²/jaar

b)

4.000 kJ/m²/jaar

c)

10.000 kJ/m²/jaar

d)

6.000 kJ/m²/jaar

15.

Wat is een mogelijk gevolg van het verwijderen van toppredatoren uit een ecosysteem?

a)

Toename van biodiversiteit op lagere trofische niveaus

b)

Overbevolking van primaire consumenten

c)

Afname van de bruto primaire productie

d)

Verhoogde koolstofvastlegging in het ecosysteem

16.

Bij welk proces in de koolstofkringloop wordt CO₂ uit de atmosfeer gehaald?

a)

Dissimilatie door consumenten

b)

Fotosynthese door producenten

c)

Afbraak door reducenten

d)

Kalkvorming door schelpdieren

17.

Waarom hebben ecosystemen in tropische regenwouden een steilere energiestroom dan woestijnsystemen?

a)

Tropische ecosystemen hebben minder dissimilatie

b)

Tropische ecosystemen hebben een hogere netto primaire productie

c)

Woestijnsystemen hebben meer trofische niveaus

d)

Woestijnsystemen produceren meer warmteverlies

18.

Waarom is een piramide van biomassa in een oceaan soms omgekeerd?

a)

Consumenten hebben meer biomassa dan producenten op een bepaald moment

b)

Producenten hebben een zeer lage productie

c)

Reducenten zijn dominanter in oceanische ecosystemen

d)

Het drooggewicht van producenten is lager dan dat van consumenten