Worksheetsformatieve toets m2
Total questions: 6
Worksheet time: 18mins
De penningmeester van de amateurvoetbalclub NOAD (Nooit Ophouden Altijd Doorspelen heeft berekend dat de vraaglijn naar kaartjes voor wedstrijden van zijn club met de volgende vraagvergelijking kan worden weergegeven:
Qv = –15p + 450 (p in euro’s en Qv in aantallen bezoekers per wedstrijd).
De penningmeester vraagt in de uitgangssituatie € 8 voor een wedstrijdkaartje:
Bereken met behulp van de vraagvergelijking hoeveel kaartjes er worden verkocht in de uitgangssituatie. Noteer de uitkomst.
De penningmeester van de amateurvoetbalclub NOAD (Nooit Ophouden Altijd Doorspelen heeft berekend dat de vraaglijn naar kaartjes voor wedstrijden van zijn club met de volgende vraagvergelijking kan worden weergegeven:
Qv = –15p + 450 (p in euro’s en Qv in aantallen bezoekers per wedstrijd).
Bereken de waarde van het consumentensurplus bij de prijs van € 8. (2p)
1 liter sinaasappelsap € 1,00. Door de in het artikel beschreven gebeurtenissen stijgt de prijs van sinaasappelsap van € 1 naar € 1,50. De prijs van overige vruchtensappen blijft
€ 1,50.
Bereken de prijselasticiteit van de vraag naar sinaasappelsap bij de gegeven prijsstijging.
1 liter sinaasappelsap € 1,00. Door de in het artikel beschreven gebeurtenissen stijgt de prijs van sinaasappelsap van € 1 naar € 1,50. De prijs van overige vruchtensappen blijft
€ 1,50.
Bereken het consumentensurplus in de markt voor sinaappelsap na de prijsstijging?
Achmed heeft sinds kort een shoarmatent in Oosterhout, genaamd Altijd Shoarma met Achmed. Achmed heeft zich gespecialiseerd in het verkopen van uitsluitend broodjes shoarma.
In de maand februari blijkt uit de boekhouding van deze shoarmatent dat:
- De kostprijs van één broodje shoarma € 2,50 bedraagt.
- De variabele kosten per broodje bedragen steeds € 2.
- Achmed verkoopt in de maand februari 4.000 broodjes shoarma.
Bereken de totale constante kosten (= vaste kosten) in de maand februari van deze shoarmatenthouder
Een bedrijf verkoopt een bepaald product tegen een verkoopprijs van € 500 per stuk. De constante kosten van dit bedrijf bedragen € 100.000. De variabele kosten per stuk bedragen € 250.
De kostenfunctie is dus: TK = 250q + 100.000
Bereken vanaf welke productiehoeveelheid dit bedrijf winst maakt
