wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

D2H2 Helleense kolonisatie

Total questions: 20

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Waarom stichtten de Grieken kolonies? (Meerdere antwoorden mogelijk!)

a)

Er is hongersnood.

b)

Hellas heeft te weinig landbouwgrond.

c)

De bevolking groeide en er was te weinig plaats.

d)

Er waren te veel oorlogen in Hellas

2.

Welke Belgische koning verwierf Congo als zijn privékolonie?

a)

Leopold I

b)

Leopold II

c)

Albert I

d)

Boudewijn

3.

Een Polis is:

a)

Een stuk land

b)

Een stad met omliggend gebied dat een eigen bestuur heeft

c)

steden in de bergen

d)

een persoon die alle macht heeft

4.

Een polis is een stadstaat.

a)

Goed

b)

Fout

5.

Waarom ontstaan er in Griekenland zoveel verschillende Poleis?

a)

Strikvraag! Er waren geen verschillende Poleis. Er was er maar een.

b)

Eerst was er een groot Grieks Rijk, maar door een aardbeving is dit uiteengevallen.

c)

Er was veel ruzie over wie er de macht zou krijgen.

d)

De Griekse stadstaten werden door natuurlijke dingen begrenst.

6.

Er ontstond veel ruzie over voedsel of land omdat er te weinig plek was. Welke oplossing hadden de Grieken hiervoor bedacht?

a)

Ze konden geen oplossing hiervoor bedenken, uiteindelijk werd er oorlog gevoerd.

b)

De Poleis werden samengevoegd.

c)

Ze gingen over zee kolonies zoeken.

d)

Ze vonden een nieuw systeem van voedselproductie uit.

7.

De Grieken koloniseerden zo'n tweeduizend jaar geleden gebieden rondom de Egeïsche Zee.

a)

Goed

b)

Fout

8.

Het centrale plein in een polis noemen we agora.

a)

Goed

b)

Fout

9.

Een gevolg van de Griekse kolonisatie was de verspreiding van de Griekse cultuur over het Middellandse Zeegebied

a)

Goed

b)

Fout

10.

Door geografische omstandigheden konden de Grieken lastig met elkaar communiceren en ontstonden er stadstaten. Welke 2 antwoorden horen hierbij?

a)

Er waren veel rivieren.

b)

Er waren veel eilanden.

c)

Het land was erg bergachtig.

d)

Het land was een woestijn.

11.
Grieken waren politiek een eenheid.
a)
Juist
b)
Onjuist
12.

Op welk vlak vormen de Griekse stadstaten een geheel?

a)

Bestuur

b)

Leger

c)

Cultuur

d)

Handel

13.

Op de afbeelding zie je

a)

de Akropolis

b)

De Agora

c)

Een kolonie

14.

Op de afbeelding zie je

a)

De akropolis

b)

De agora

c)

De Griekse kolonies

15.

Op de afbeelding zie je

a)

De Akropolis

b)

De Agora

c)

De Griekse Kolonies

16.

Gaat de zin over een oorzaak of een gevolg van de kolonisatie?

De Grieken werden beïnvloed door andere volken.

(a)  

17.

Gaat de zin over een oorzaak of een gevolg van de kolonisatie?

De Griekse boeren konden onvoldoende voedsel produceren.

(a)  

18.

In welk jaar werd Congo gekoloniseerd door Leopold II?

a)

1885

b)

1830

c)

1960

d)

1908

19.

Wat gebeurde er toen er niet genoeg rubber werd geproduceerd?

a)

je kreeg een boete

b)

je moest naar de gevangenis

c)

je handen werden afgehakt

d)

je werd ontslagen

20.

In welk jaar werd Congo onafhankelijk van België?

a)

1830

b)

1960

c)

1908

d)

1885